Europese Gemeenschap kern van stabiel Europa

AMSTERDAM, 9 nov. De Europese Gemeenschap kan de kern vormen van een stabiel Europa door zich naar buiten toe open te stellen en door zelf de verregaande gevolgen te aanvaarden van een Europese munt. Voortgang van de economische en monetaire eenwording van de EG biedt de randvoorwaarden voor een evenwichtige economische ontwikkeling in zowel Oost- als West-Europa.

Dit heeft vanmiddag dr. A. Szasz betoogd in een rede die hij uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam. Szasz, die de Ynso Schoten leerstoel vervult, is als directeur van De Nederlandsche Bank al jaren nauw betrokken bij de Europese monetaire eenwording. 'Monetaire discipline kan wezenlijk bijdragen tot een goed beleid', zei hij.

In zijn rede, 'Europa in de steigers', zei Szasz dat de kans op verwezenlijking van een economische en monetaire unie (EMU) in de Europese Gemeenschap groter is dan ooit te voren. De voltooiing van de interne markt, de wens om tot gemeenschappelijke Europese besluitvorming te komen en de Duitse eenwording versterken het politieke streven naar monetaire eenwording.

Deze brengt onvermijdelijk beperkingen van de nationale soevereiniteit met zich mee. Landen die deelnemen aan de economische en monetaire unie moeten beperkingen aanvaarden op de financiering van hun begrotingstekort en moeten hun monetaire beleid toevertrouwen aan een Europese centrale bank, die prioriteit geeft aan prijsstabiliteit en onafhankelijk is van de politiek, betoogde Szasz.

Szasz stond uitvoerig stil bij het proces van economische 'convergentie' dat sinds vorig jaar tussen Oost- en West-Europa plaatsvindt. In de jaren zestig ontwikkelde prof. Tinbergen een convergentietheorie die inhield dat de economische ordes van Oost en West steeds verder naar elkaar zouden toegroeien, waarbij uiteindelijk een mengvorm van plan- en marktelementen zou ontstaan. Hiervan is niets terecht gekomen: Oost-Europa kiest voor een markteconomie en in West-Europa worden niet de plan- maar marktelementen in het economische beleid versterkt.

'Het proces van Europese convergentie kan alleen in goede banen worden geleid als lering wordt getrokken uit wat Zijlstra (ex-president van de Nederlandsche Bank, red.) aanmerkte als 'De les van veertig jaar en nog iets', zei Szasz. De vier lessen van Zijlstra uit veertig jaar Europese economische geschiedenis waren gematigd loonbeleid, gezonde overheidsfinancien, terughoudend monetair beleid en stabiliteit van de wisselkoersen. Volgens Szasz zijn deze punten de randvoorwaarden waaraan het beleid moet voldoen om een evenwichtige, duurzame groei te verzekeren.

In de Europese Gemeenschap zullen deze randvoorwaarden voor het begrotings- en monetaire beleid worden vastgesteld door de economische en monetaire unie waarop de EG afstevent. Voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en voor de ex-communistische landen in Midden-Europa kan versterking van de monetaire banden met de EG bijdragen de beleidsvoorwaarden te scheppen die nodig zijn voor een goed functionerende economie.

Verwezenlijking van de economische en monetaire unie vereist dat de Europese Gemeenschap homogeen blijft en dat uitbreiding met Middeneuropese landen voorlopig is uitgesloten. Maar juist voor de landen in Midden-Europa, die zich hervormen van plan- naar markteconomieen, is externe disciplinering van belang. De beste manier om te voorkomen dat hun begrotingsbeleid of hun monetaire beleid van geldschepping uit de hand lopen, is wisselkoersdiscipline, aldus Szasz.

Door de afwezigheid van een wereldwijd stelsel van wisselkoers verplichtingen, zoals voor West-Europa na de oorlog bestond met het stelsel van Bretton Woods, kan associatie van Midden-Europa met het monetaire stelsel van de EG een dergelijke rol vervullen. Bij een dergelijke associatieregeling zou volgens Szasz ook het Internationale Monetaire Fonds (IMF) betrokken moeten worden.