Een recept tegen verdriet

Gandhi was geen uitzondering. Niet alleen mensen die hoog opgeven over hun eigen goedheid, zelfs makers van verlichte theorieen over de opvoeding van kinderen blijken er soms voor eigen gebruik tirannieke methoden op na te hebben gehouden of het op een totaal laissez-aller te hebben laten aankomen. Rousseau, Multatuli... aan voorbeelden geen gebrek; ook schrijvers van hartveroverende boeken voor en over kinderen blijken soms hun eigen kinderen voornamelijk te hebben beschouwd als lastposten die hen afhielden van hun verheven taak: het schrijven van hartveroverende boeken voor of over kinderen. A. A. Milne, de schrijver van Winnie the Pooh is bijvoorbeeld iemand wiens prive-leven onlangs veel aandacht heeft gekregen, en een ander is Bruno Bettelheim.

De onthullingen over Bettelheim hebben mij getroffen: jaren geleden heb ik tamelijk uitvoerig geschreven over een bepaalde episode in Bettelheims aangrijpende boek over autistische kinderen, Het lege fort. Ik weet nog hoes ommige beschrijvingen van de inrichting waar Bettelheim de scepter over zwaaide, de Orthogenic School in Chicago, mij soms aan mijn eigen internaatstijd herinnerden en hoe ik mij daarvoor probeerde af te sluiten. Het was niet alleen de praktijk van het leven in een gesticht, ook de directeur en directrice van mijn internaat waren mensen die zich voortdurend verwonderden over hun eigen goedheid, en er moet soms iets in de toon van Het lege fort zijn geweest dat mij aan hen herinnerde. Dat kwam mij ongelegen, want alles wat ik van en over Bettelheim had gelezen vervulde mij van een aan adoratie grenzende bewondering. Resultaat: ik dacht dat het aan mij lag, weet het aan een deformatie door de kostschool veroorzaakt, en voelde mij schuldig want van nature geneigd altijd het kwade te veronderstellen.

En dat alles, zo blijkt dan achteraf, is precies het psychologische mechanisme dat het verschijnsel mogelijk maakt. Als iemand mij zou hebben gezegd dat Bettelheim de kinderen in zijn inrichting sloeg en wreed behandelde, dan zou ik dat eenvoudig niet hebben geloofd; ik zou aan het geestelijke evenwicht van zo iemand hebben getwijfeld of mij hebben afgevraagd welke slechte bedoelingen iemand konden bewegen tot een zo grove laster.

Het merkwaardige is dat een oud-leerling, Charles Pekow, in het geruchtmakende rapport dat hij over Bettelheim en de Orthogenic School heeft geschreven, precies die zelfde opmerking maakt: 'Wie zich beklaagde over Bettelheim bij de justitie of zijn ouders werd niet ernstig genomen.' Ook nu nog zijn oud-leerlingen/patienten beducht hun verleden te onthullen. Pekow had er voor dit rapport verschillende benaderd, die ook hebben meegewerkt en gegevens hebben verstrekt, maar de meeste hadden liever niet dat hun namen werden genoemd (het feit 'in een inrichting' te hebben gezeten is daarbij natuurlijk ook een factor).

Schuld

In Bettelheims boeken wordt een wereld beschreven waarin op liefdevolle wijze aan alle noden van een kind voldaan wordt, waar in antwoord op lastig gedrag vriendelijke mensen klaarstonden met zachtheid en begrip, en waar Freudiaanse therapeuten de kinderen hielpen inzicht te krijgen in zichzelf.

In geen van de boeken die Bettelheim over de school heeft geschreven wordt melding gemaakt van lijfstraffen; 'hij introduceerde oorspronkelijkheid, warmte en wijsheid in de studie van de emoties en het geestesleven van kinderen', aldus zijn necrologie in de Washington Post. Hij was 'der Mann, der sich in die Welt des vereinsamten Kindes einfuhlte', 'der weise Erzieher und grosse Therapeut, der uns alle leben und lieben lehrte' (Die Zeit, 21-9-1990).

In publikaties en interviews maakte Bettelheim duidelijk dat zijn school geinspireerd was op zijn concentratiekampervaringen (hij overleefde Buchenwald en Dachau), waar hij zag hoe de bewakers systematisch het zelfrespect van de mensen vernietigden. Hij pretendeerde dit proces om te keren door gestoorde geesten te respecteren en klaar te staan voor al hun noden.

'In feite deed hij het tegengestelde', aldus Pekow, die de knuppel in het hoenderhok gooide met zijn publikatie over zijn ervaringen op de Orthegenic School van Bettelheim. Hij kwam er in 1965 als kind met handschriftmoeilijkheden; Bettelheim noemde hem 'crazy', een woord dat hij graag gebruikte, en zei dat hij de enige was die het kind kon genezen. 'Mijn ouders, vrienden van Bettelheim, hebben nooit een andere arts geconsulteerd.' Bettelheim bleek een gewelddadige monomaan te zijn, die de kinderen 'crippled in the mind' noemde en geen fysieke kwalen erkende. Zo weigerde hij Pekow bijvoorbeeld medicijnen tegen zijn asthma, zodat deze 'vaak hele nachten niet kon slapen, happend naar adem'.

Kinderen werden getrapt, geslagen en aan hun haren getrokken, precies zoals ik op de Indische kostscholen heb meegemaakt. Naar de principes die Bettelheim in zijn boeken formuleerde werd niet gehandeld; zo wordt in Love is not enough de therapeutische waarde beschreven voor kinderen om een bad te kunnen laten overlopen: toen een van hen die bij name genoemd wordt en het verhaal heeft bevestigd het eens probeerde werd hij door Bettelheim ongenadig geslagen.

Ook de staf was bang voor Bettelheim en de ouders praatte hij schuldgevoelens aan. Norma Glassner, wier zoon zes jaar op de school doorbracht, beschreef hoe Bettelheim haar opbelde en uitschold, dat het allemaal haar schuld was, dat ze haar zoon niet gewild had en dat ze niet van hem hield. Haar reactie: tranen, onderwerping.

Een bitter gevoel van 'zie je wel' maakte zich van mij meester toen ik Pekows artikel las, alsof ik het altijd al vermoed had; maar ik weet niet of dat waar is, misschien was het niet meer dan het bekende kostschoolgevoel dat je geen enkele volwassene kunt vertrouwen. En tegelijk nog steeds sporen van de eerder beschreven reactie: dat kan niet waar zijn, die Pekow is een psychopaat die een persoonlijke rekening vereffent etc., etc. Maar het beeld dat hij geeft is coherent en de meeste reacties die zijn onthullingen hebben uitgelokt waren bevestigend.

Bettelheim stierf in maart dit jaar, op 86-jarige leeftijd, schrijft Pekow, in 'isolated misery'; in feite was het zelfmoord. 'Hij had zichzelf gezien als een 'tower of sanity', met een uniek recept tegen verdriet; maar nadat hij met pensioen was gegaan en vooral na de dood van zijn vrouw in l984 werd hij gekweld door depressies. Hij, die zoveel mensen had gedwongen te leven in inrichtingen, vond het ondragelijk te leven in een bejaardentehuis. Zoals zo menige bullebak: he could dish it out, but he couldn't take it.'