Een masker is niet nodig; Tijdschrift over het Europese theater

Euromaske. The European Theatre Quarterly Number 1, Fall 1990. Prijs ca. fl.12,00.

De redactie van het nieuwe periodiek over theater, Euromaske, bevindt zich in Ljubljana (Joegoslavie). Het tijdschrift op groot formaat is glanzend uitgevoerd en doorschoten met evenveel foto's over politieke gebeurtenissen als over toneel. Bijna de hele uitgave is gewijd aan de ondergang van het theater in Oost-Europa maar is er theater dat zich kan meten met de afbraak van de Muur en de doorbraak der grenzen? De foto's waarop brokstukken Berlijnse beton uit de grond worden getakeld, hebben in ieder geval een theatrale uitstraling. Het aan westelijke zijde bont beschilderde steen kan de vergelijking met een decorstuk gemakkelijk doorstaan. Hetzelfde geldt voor de afbeeldingen van een winterse ochtend ergens in de bergen van Hongarije, waarop mannen met een fakkel in de hand de houten palen van het ijzeren gordijn in brand steken. Een scene die uit Macbeth afkomstig kan zijn.

De beide redactieleden, Dragan Klaic, professor in theater, en Dusan Jovanovic, toneelschrijver, hebben zich niets minder voorgesteld dan 'het Europese theater te analyseren, te beschrijven en te beoordelen vanuit een internationaal, transcultureel en post-ideologisch standpunt'. Zij concentreren zich op Berlijn, het brandpunt van politiek en theater. De vrijheid die Oosteuropese regisseurs, theaterdirecteuren en acteurs kregen na 9 november vorig jaar is enerzijds te bejubelen, anderzijds is de vrees gerechtvaardigd dat het Oosteuropese toneel zijn stem verliest.

De gemaskeerde, kritische reflectie is niet langer de drijvende kracht achter het Oosteuropese theater, dat zo'n halve eeuw lang een eenheid vormde van theater en leven. Toneelspelen was een stijl van leven. De keuze voor een repertoire met Beckett en Muller in een maatschappij die door een partij wordt geregeerd was voorheen gevaarlijk en nu al binnen enkele maanden obsoleet. Welke aspiratie heeft het toneel uit Oost-Europa in de nieuwe tijd? En zijn er ginds nog spelers en regisseurs? Nauwelijks, de meesten zijn op weg naar het westen gegaan.

Paniek

Het klinkt bijna nostalgisch, maar ook het subsidiesysteem zal in een maatschappij met westers kapitalisme wegvallen. Tot een jaar geleden zorgde de staat voor het geld en de censuur en mocht de speler zich in metaforen kritisch uiten. Nu zal er een nieuw theater gecreeerd moeten worden.

Voor ideologie is op het podium geen plaats meer, suggereert de Praagse regisseur Otomar Krejca. Zijn Wachten op Godot werd een groot succes het afgelopen jaar in Avignon. Hij stelt zich voor binnenkort te gaan werken met grote literaire teksten, waarvan hij de innerlijke orde wil opsporen. Zijn regies zullen weer staan in de traditie van de antieke dramaturgie van Aristoteles. Veelbetekenend is de opmerking van Beckett-regisseur van het eerste uur, Roger Blin, dat Krejca veel te veel alomvattende, politieke en individuele thema's in het toneelstuk wil zien, terwijl Wachten op Godot volgens Blin 'slechts een intellectuele farce' is. Het zal nog heel wat jaren duren voordat een Oosteuropees regisseur een toneelstuk licht kan beoordelen.

De verandering van regime heeft de verandering van theater tot gevolg. De toeschouwers bezoeken na de afbraak van de Muur de schouwburgen nog nauwelijks; zij zijn te zeer vervuld van ideeen over vrijheid om nog geconfronteerd te willen worden met de bitterheid die sprak uit het theater van voor de perestrojka of glasnost. Heiner Muller formuleert het apodictisch: 'De tijd van politiek is anders dan de tijd van kunst.' Nu is in Oost-Europa de tijd van de kunst aangebroken, een kunst die niet aan de kluisters is gelegd door de censuur maar door het mechanisme van de vrije markt. Niemand weet waarheen die ontwikkeling zal leiden. De spelers niet, de regisseurs niet; en de auteurs van deze eerste uitgave van Euromaske weten het evenmin. Hun nieuwsgierigheid krijgt vorm in interviews en beschouwingen. Bijvoorbeeld over het theater in Hongarije, dat zijn toekomstige ondergang tegemoet lijkt te snellen met toneel dat 'commercieel' en 'populair' moet zijn vanwege de vrije markt en tot 'trash' zal verworden. Het dilemma is onoplosbaar: de pas verworven vrijheid eist artistiek haar tol.