Een gokker in nood; beklemmende roman van Paul Auster

Paul Auster: The Music of Chance. Uitg. Viking Penguin, 217 blz. Prijs fl.41,90 Toeval is het lievelingsthema van de Amerikaanse schrijver Paul Auster; in al zijn romans speelt het een sturende rol. Persoonsverwisselingen, onverwachte erfenissen en onwaarschijnlijke ontmoetingen bepalen het bestaan van zijn personages, die niet zelden op keerpunten in hun leven besluiten om zich volledig aan het toeval over te geven. Voor Quinn, de prive-detective uit Austers tweede roman City of Glass (1985), is toeval na een reeks surreele ervaringen het enige werkelijke waarin hij kan geloven. Marco Stanley Fogg, de romanheld van Moon Palace (dat onlangs onder de titel Maanpaleis bij de Arbeiderspers verscheen) leert het lot kennen als een leermeester die hem met beide benen op de grond zet. En ook Jim Nashe, in Austers nieuwe roman The Music of Chance, slaagt er maar niet in zijn leven in eigen handen te nemen.

Paul Auster (1947) is in veel opzichten een buitenbeentje in de Amerikaanse literatuur. Hoewel hij is doorgebroken in de jaren tachtig en hoewel zijn boeken doorgaans spelen in het eigentijdse New York, staat hij mijlenver af van voormalige literaire sensaties als Jay McInerney (Bright Lights Big City) en de inmiddels terecht weer vergeten Tama Janowitz. Ook het in de jaren tachtig zo populair geworden 'dirty realism' van Raymond Carver en Richard Ford is aan hem voorbij gegaan. Bij hem geen streekgebonden verhalen over de keerzijde van de Amerikaanse samenleving. Austers literaire wortels liggen in Europa, zijn standaard is de beklemmende en onwerkelijke precisie van Franz Kafka, de schrijver aan wie hij ooit zijn doctoraalscriptie wijdde.

Dat alles neemt niet weg dat de hoofdpersoon uit The Music of Chance een Amerikaanse romanheld in hart en nieren is. Als de 32-jarige Jim Nashe uit Boston aan het begin van het boek een erfenis krijgt van een vader die hij nooit gekend heeft, leeft hij zich uit in de Amerikaanse Droom: hij verbrandt zijn schepen achter zich, koopt een nieuwe auto en begint een leven op de weg, kriskras door het land, 'treating his past as if it were so much junk to becarted away'.

Nashe's nieuw verworven vrijheid duurt een jaar en drie dagen. Net wanneer het einde van zijn fortuin in zicht komt, ontmoet hij bij toeval de innemende Jack Pozzi, een beroepsgokker in nood die op weg is naar een gouden afspraak: een avondje poker met twee winnaars van de superlotto. Vertrouwend op het talent en de openheid van Pozzi besluit Nashe hem zijn laatste twintigduizend dollar te laten gebruiken als speelgeld. De winst zal eerlijk worden gedeeld.

Gewiekst

Tot ongeveer halverwege verloopt het verhaal van The Music of Chance rechttoe rechtaan; de lezer heeft wel een idee waar het op uit zal draaien. Gokkers met gouden plannen spelen maar al te vaak onder een hoedje met hun zogenaamde tegenstanders, en Jack Pozzi ('My friends call me Jackpot') zou niet de eerste 'con man' zijn die gewiekst en sympathiek het vertrouwen van zijn slachtoffer te gelde maakt. Zelf moest ik voortdurend denken aan een van mijn favoriete films, House of Games van David Mamet, waarin Joe Mantegna op onnavolgbare wijze een vrouwelijke psychiater haar rijkdommen aftroggelt.

Maar Paul Auster is een schrijver die iedere verwachting doorbreekt en zijn lezers bij voorkeur op het verkeerde been zet. Vanaf het moment dat Nashe en Pozzi het immense pand van de lottowinnaars in Pennsylvania betreden, verliezen zij iedere greep op de gebeurtenissen en verandert de sfeer van The Music of Chance compleet. Een bevreemdende rondleiding door het huis en een maaltijd als op een kinderpartijtje (hamburgers, chips en cola met een knikrietje) gaan vooraf aan een desastreuze speelnacht. Nashe en Pozzi verliezen niet alleen hun geld en de auto, maar ook hun vrijheid: om hun schulden af te betalen worden zij door de miljonairs gedwongen tot het bouwen van een immense muur op hun landgoed; het bouwmateriaal is afkomstig van een uit Schotland geimporteerde middeleeuwse ruine.

Zo absurd als dit gegeven is, zo ijzingwekkend precies wordt het in de rest van het verhaal door Auster uitgewerkt. In briljante dialogen beschrijft hij de karakterontwikkeling van de berustende Nashe en de opstandige Pozzi. Hun zinloze werkzaamheden (de muur loopt diagonaal door een weiland) en hun vergeefse pogingen om direct in contact te komen met de 'kasteelheren' doen denken aan die van K. in Het slot van Kafka. En alle handelingen zijn omgeven door een nachtmerrie-achtige sfeer die diepe indruk achterlaat.

Net als bij Kafka is de humor zwart. En net als bij Kafka laat de de 'ontknoping' van de plot meer raadsels achter dan zij oplost. Austers zesde roman is een spannende thriller en tegelijkertijd een angstaanjagende filosofische bespiegeling over toeval en vrije wil een boek dat je niet snel loslaat. Met The Music of Chance bewijst Auster opnieuw dat hij een van de origineelste auteurs van de Verenigde Staten is.