Een deftig vel

Marianne Sligting/ Gerard Berends: Waaien, hard waaien. Uitg. Querido. Prijsfl. 19,90 Ted van Lieshout: Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel. Uitg. Leopold. Prijs fl. 24.90

In de boekenwereld bestaan regels die nergens zijn vastgelegd, maar waar iedereen weet van heeft, zoals: gedichten zijn moeilijk en ze staan in strenge, half lege boekjes; of: prentenboeken zijn wat tekst betreft niet zo belangrijk en dus bestemd voor jonge kinderen. Nu er binnen tien dagen twee prachtig gemaakte prentenboeken met serieus ogende poezie zijn verschenen voel ik mij dan ook aangenaam ontregeld. In een lichte aanval van chauvinisme is mijn allereerste gedachte hoe bijzonder het is dat Waaien, hard waaien van Marianne Sligting en Gerard Berends en Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel van Ted van Lieshout in eigen land zijn gemaakt en niet het zoveelste produkt zijn van de op volle toeren draaiende internationale prentenboeken industrie. De subsidies die het ministerie van WVC jaarlijks toekent aan enkele uitgevers voor vernieuwende initiatieven op illustratie- en vormgevingsgebied lijken zowel aan Sligting en Berends als aan Van Lieshout goed besteed.

Waaien, hard waaien is van de twee boeken in mijn ogen het meest experimenteel; het heeft lak aan ongeschreven regels, mogelijke lezers en doelgroepen. Het boek is een groot uitgevallen poeziebundel met illustraties, zoals er ook geillustreerde gedichten van Komrij, Claus en Deelder bestaan of het prachtboek De kleurige onbekende, met tekeningen en gedichten van Karel Appel. Waaien, hard waaien is strak van vormgeving: boven in de linker pagina's de kleine verzen soms wat verdwaald in de witte ruimte op de rechter pagina's de zonnige aquarellen, allemaal 19x19 centimeter en als het ware ingekaderd in het passe partout van de resterende bladzijde. Marianne Sligtings schilderingen brengen met hun sterke kleuren en kinderlijk geproportioneerde figuren onmiddellijk Cobra in gedachten en af en toe zie je Chagall schemeren. De opgeroepen wereld is ook die van een kind, met veel beesten poes heeft een das om en kraai rookt een pijpje een zandbak, een clown en schaapjes aan de hemel. Het is een feestelijk universum waar je niet gauw op uitgekeken raakt en waar merkwaardige dingen gebeuren: de trap voor het huis voert naar een niet bestaande deur, een giraffe slaapt met zijn hoofd ver buiten het raam en een dame dient als een marionet aan touwtjes een hooggehoede heer als hobbelpaard. Opvallend is hoe goed deze prenten passen bij de gedichten, niet naar de letter maar naar de geest. De poezie van Gerard Berends is compact, raadselachtig en grillig en soms heel grappig:

Hoor, daar wordt op de deur geklopt! De kat spitst de oren: een vis misschien, die wil overnachten, of een schotel melk die de weg kwijt is?

De dichter grenst in taal een gelijksoortig gebied af als Slichting in haar beelden doet. Het ruikt naar jaren vijftig-knusheid:

De winteravonden zijn altijd gezellig: moeder breit nieuwe benen voor het voorjaar en vader knipt de schemerlampen bij.

Soms sluipt er plotseling iets duister dreigends rond, zoals we dat kennen van Hendrik de Vries:

's Avonds, tegen een uur of acht, sluit ik alle ramen en deuren en boeken. Misschien gaat het wel waaien, hard waaien en dan vliegen er kikkers tegen het raam die prinsen zijn, of kloppen er boze wolven op de deur die zeggen dat ze mijn moeder zijn. Als het binnen waait, vallen er vreemde woorden uit boeken die ik niet begrijp.

Hiermee zijn direct ook de meest toegankelijke verzen geciteerd. De meeste zijn zo springerig dat er vaak alleen het beginnetje van een touw aan vast te knopen is. En dus zullen de over het literaire kinderheil verontrusten hun beschuldigende vraag stellen: is dit nog wel voor kinderen? Kinderboek voor volwassenen volwassen boek voor kinderen: wie het weet mag het zeggen. In elk geval maakt de vraag het boek niet minder mooi. En de dichter zelf ziet het zo:

Zullen we spelen, bijvoorbeeld dat we kinderen zijn? Dat zijn we toch!

Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel wat een intrigerende titel is veel beter te plaatsen dan Waaien, hard waaien. Het boek staat met twee benen op de grond en je kunt je er een lezersgroep bij voorstellen. Die bestaat als bij eerdere bundels van Van Lieshout uit jongeren, mensen op zoek naar wie ze zijn:

Ik zweef boven iedereen uit in het geheim de wereld weet nog niet precies dat ik er ben. Ik moet soms ook nog wennen aan mezelf, maar mijn voorsprong is al groot. Wie mij voorbij wil op de fiets, moet om mij heen in een bocht. En een bocht is wel een soort van buigen.

Van Lieshout schrijft overwegend ik-gedichten, waarin de ik het moeilijk heeft: met de moederfiguur, met zijn seksuele identiteit, de dood van de vader en het onrecht van de oorlog. Soms zijn ze van een roerende kwetsbaarheid 'Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel/ En wie de moeite neemt om het te aaien/ hoort dat het praat: dankuwel, dankuwel' soms lopen ze over van 'ik ben de zieligste jongen van de wereld'-sentiment. Hoewel Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel in sfeer, kleurstelling en vormgeving een volstrekt ander boek is dan Waaien, hard waaien is het minstens zo zorgvuldig gemaakt en interessant. Van Lieshout laat zien wat hij kan: gouache, pastel, collage, aquatint, zeefdruk, potlood. In kleur zijn zijn illustraties aanzienlijk vriendelijker en minder monotoon dan zijn gebruikelijke harde en spichtige pentekeningen. Achterin het boek legt hij uit hoe hij te werk is gegaan, zodat lezers ook zelf zin kunnen krijgen om iets te proberen. Fraai en afwisselend is de lay out, met de gedichten op verschillende plaatsen op de pagina, en afhankelijk van de ondergrond de teksten in zwart, wit of geel. Zo ontstaat in tegenstelling tot de geillustreerde gedichtenbundel een prentenboek met gedichten. Deze rubriceerdrang is uiteraard niet meer dan een recensenten-eigenaardigheid. Belangrijker is dat de Nederlandse kinderboekenmarkt verrijkt is met twee uitgaven van verrassend niveau.