Doornroosje ruw wakker geschud

Tentoonstelling: 'Haupstadt Berlin'; in de Martin Gropius Bau, tot 6/12/1990. BERLIJN, 9 nov. Brede autowegen doorkruisen de 'Hoofdstad Berlijn'. Tussen de functioneel gescheiden, moderne regerings- of kantoorgebouwen is hier en daar nog een historisch monument te zien, dat is ontsnapt aan bombardement of afbraak. De architecten van 1957 wisten wel raad met het probleem Berlijn, zo blijkt uit de inzendingen voor het stedebouw-concours, dat het Westberlijnse stadsbestuur toen uitschreef en dat ideologisch ingebed in de Koude Oorlog ook Oost-Berlijn moest omvatten.

Hoe anders is de sfeer anno 1990, een jaar nadat Berlijn met de doorbraak van de Muur als Doornroosje is 'herontwaakt' als een stad van 4,3 miljoen inwoners. De beide Berlijnse gemeentebesturen organiseren het ene architectenconvent na het andere futurologen-congres. Dat leidt tot veel waarschuwingen voor het volgen van Londense of Brusselse concepties, maar niet tot duidelijke gedachten over de ontwikkelingen van Berlijn. De hoofdstad van het verenigd Duitsland blijft, voorshands nog, wat zij in de ogen van haar kritici al tussen 1871 en 1945 was: een Pruisische koningsresidentie die plotseling tot Rijkshoofdstad was gebombardeerd werd, en die tijdens de Industriele Revolutie uitgroeide tot een metropool, zonder veel planning of structuur, en met schier onoplosbare verkeersproblemen.

Wie in de Martin Gropius Bau de tentoonstelling 'Haupstadt Berlin' wil gaan zien, moet voor de tocht erheen wel wat tijd uittrekken. Het museum ligt net in de wijk waar het verkeer bijna elke dag urenlang tot stilstand komt, omdat het verkeersaanbod langs de verlaten grenshuisjes van Checkpoint Charlie en de Potsdamer Platz de capaciteit verre overtreft.

Iets noordelijker leveren links en rechts binnen het Westberlijnse gemeentebestuur strijd over de vraag of de noden van het autoverkeer tussen oost en west moeten worden gelenigd door van de Brandenburger Tor een eiland tussen stromen blik te maken. De rebelse milieusenatrix heeft juist een park op de monumentenlijst laten zetten, om plannen van haar collega van verkeer te verijdelen. Openbaar vervoer biedt de stadsbezoeker nauwelijks uitkomst: de ondergrondse tussen de Westberlijnse Zitty en de Alex (Alexanderplatz) in Oost-Berlijn is al jaren geleden aan de westerse kant stilgelegd en prijs gegeven aan een verval, dat nog vele jaren herstel zal vergen.

As

Het architectenconcours van 1957 was geenszins de eerste poging, om in de Grossstadt Berlijn ordening aan te brengen. Het eerste, door particulieren georganiseerde concours is uit 1905, en vanaf 1918 zien we in de diverse, nimmer gerealiseerde projecten van de stadsontwikkelaars een voorkeur voor 'city-vorming' opduiken: het centrum van Berlijn wordt ordelijk opgedeeld in zones voor regeren, handelen, diplomatieke vertegenwoordiging, en wonen dat laatste niet in het centrum. Een brede verkeersas doorsnijdt op papier in de jaren twintig de stad van noord naar zuid, een conceptie moeiteloos overgenomen door Hitlers 'huisarchitekt' Albert Speer zij het minder uit functionele, dan uit representatieve overwegingen.

De eerste 74 jaar van Berlijn als Duitse Rijkshoofdstad eindigden in 1945 in puin, deling in oost en west en scepsis over alles wat zweemt naar monumentaliteit. Toen wierp de partijleiding van de DDR de knuppel in het hoenderhok met de aanleg van de Stalinallee (thans Frankfurter) als 'meesterwerk van het socialisme' naar Sovjet-voorbeeld. Dat kon het Westberlijnse gemeentebestuur niet op zich laten zitten. Het puikje uit de internationale architectenwereld werd uitgenodigd anoniem concepties voor de 'Haupstadt Berlin' in te zenden.

Voor de hedendaagse toeschouwer vertonen de thans tentoongestelde ontwerpen een verrassende eenvormigheid. Of het nu het winnende plan van de Hamburgse architecten Spengelin, Eggeling en Pempelfort is, dat nog enigszins bij de bestaande structuur van de stad poogt aan te sluiten, of de (onbekroonde) ontwerpen van Le Corbusier of de Nederlandse Lijnbaan-ontwerpers Van den Broek en Bakema allen willen de 'fouten' van de historisch gegroeide stad vervangen door veel vrijstaande gebouwen, voetgangersgebieden en brede autowegen.

Geen van de ontwerpen van 1957 is uitgevoerd, want in 1961 werd de Muur opgetrokken en sindsdien golden plannen voor een nieuwe verenigd-Duitse hoofdstad als onrealistisch. De DDR, in het bezit van het historische stadscentrum, bouwde sectorgewijs haar eigen hoofdstad op, eerst aan Alexanderplatz en Marx-Engels-Forum volgens concepties, die veel doen denken aan de inzendingen van het Westberlijns concours van 1957. In West-Berlijn ontstond rond de Kurfurstendamm, van oorsprong een laat-negentiende-eeuwse, chique woonwijk, een stadscentrum, iets wat de Berlijnse planners in de jarentwintig uit verkeersoverwegingen al hadden willen voorkomen.

Aan beide zijden van de muur werd driftig afgebroken ten bate van al dan niet aangelegde verkeerswegen. Weinig naoorlogse architectuur in beide delen van Berlijn vindt in hedendaagse ogen genade: niet de betonwoestijn van de Alexanderplatz, die sinds de opening van de Muur in snel tempo is verworden tot het slagveld van jeugdbenden in de avonduren; niet het heterogene terrein musea, bibliotheken, concertzalen in West-Berlijn dat bekend staat als Kulturforum en nu de verbinding tussen de centra oost en west prachtig verspert.

Labyrint

Hoofdstad is Berlijn weer sinds de Duitse hereniging van 3 oktober jl. Als het aan de gemeentelijke autoriteiten ligt laten regering, parlement en ministeries Bonn zo gauw mogelijk in de steek. Omdat er dringend behoefte is aan stedebouwkundige visie, werd vorige maand opnieuw het puikje van de internationale architektenwereld ontboden. Op een symposium in Berlijn werden gespreksgroepen gevormd met namen als Doornroosje ('wederopwekking van slapende structuren') en Hans en Grietje ('het labyrinth-karakter van Berlijn'). Maar de tijd van de grote greep is kennelijk voorbij. Het forum kwam niet veel verder dan de aanbeveling voor Berlijn een 'ontwikkelings-stop' af te kondigen, om te verhinderen dat onder druk van investeerders nu verkeerde beslissingen met verstrekkende gevolgen worden genomen.

Het hoofd van de Berlijnse bestuurders staat evenwel niet naar uitstel of bedachtzaamheid. Het geweldige terrein van het Potsdamer-station is al aan Daimler-Benz vergeven. Aan de andere kant van de, in weerwil van alle plannen voor monumentaal behoud, overal in het centrum verdwenen Muur, zoekt de stad naar investeerders die de historiserende plannen uit de Honecker-tijd voor herstel van de Friedrichsstrasse willen overnemen. Grond- en huurprijzen worden genoemd, die al boven die van Frankfurt am Main liggen. Steeds meer stemmen gaan op om het Oostberlijnse Palast der Republik, gesloten wegens het gevaar dat de toegepaste asbest vormt, af te breken en het in 1950 op deze plaats door de communisten opgeblazen Stadsslot weer op te bouwen desnoods in glas en staal.

En in 2000 wil Berlijn de Olympische Spelen in huis of als dat niet kan, tenminste in 2004.