Dis over Z-A

Jakhals zag een een boer op het veld lopen. Voor de man naderbij kwam, slacht te Jakhals een kalf, deed het bloed in een dikke darm, bond deze bloederige sjaal om de nek van zijn vrouw en vroeg haar op de grond te gaan liggen. Toen de boer voor hem stond zei Jakhals: 'Kijk, als ik mijn vrouw met dit mes de keel afsnij, zal ze sterven, maar wanneer ik drie keer op dit riet blaas, zal ze weer leven.' De boer haalde zijn schouders op en zei: 'Zien is geloven.' Jakhals zwaaide met het mes en stak in de dikke darm. Het bloed spatte alle kanten op. De boer veegde de druppels van zijn wangen en bibberde bij het zien van al dat bloed: 'Heb je echt haar keel doorgesneden?' Jakhals knikte, pakte het riet, blies drie keer en daar stond zijn vrouw weer naast hem.

Zo'n riet moest de boer ook hebben. Hij was bereid zijn volle portemonnee er voor om te keren. Trots ging de boer met het riet naar huis. In de keuken zei hij tegen zijn vrouw: 'Nu ga ik je keel doorsnijden, dan ga je dood, maar met dit riet blaas ik je weer tot leven.' Zijn vrouw had geen oren naar zijn praatjes: 'Als je kelen wilt doorsnijden, oefen dan eerst bij de buren.' Maar de boer stond er op dat zijn vrouw zich als eerste aanbod. Een herrijzing uit de dood zou hun aanzien verhogen. De vrouw legde gelaten haar nek op zijn knie en zoef, daar rolde haar hoofd op de keukenvloer. De boer nam het riet, blies en blies en blies, maar er gebeurde niets.

De zon ging onder, de zon ging op en de boer blies voort, tot het einde van de volgende dag. Hij legde het riet neer, groef een gat voor zijn vrouw, stopte daar haar lichaam en haar hoofd in, nam het riet op en liep boos naar Jakhals om zijn geld terug te vragen.