De woorden zijn naar mij op zoek

Laurens Spoor vertaalde Andromaque van Racine, 'tegelijkertijd perfecte wreedheid en wrede perfectie'. De alexandrijnen van Racine lijken niet makkelijk te vertalen al hoeven ze in het Nederlands niet per se berijmd te zijn. 'Het klinkt misschien pompeus, maar er moet een dichter in je schuilen om een dichter te vertalen.' Andromache gaat in regie van Gerardjan Rijnders 17 november in de Rotterdamse schouwburg in premiere.

Ook zijn grootvader dichtte. 'De tweede prijs, een pruimentaart/ was voor een ridder op een gitzwart paard, ' luidden twee regels die de acteur en musicus Maurits Spoor ooit schreef. De tweede echtgenoot en inmiddels weduwnaar van zijn grootmoeder, de zangeres en actrice Suze Diehm, bleek ze een half jaar geleden uit zijn hoofd te kunnen citeren. Dat was een 'rare herkenning door generaties heen' voor hem geweest. De regels hadden hem onmiddellijk doen denken aan zijn eigen eerste pennevruchten: 'Ik ben een peertje zonder steeltje/ ik mis een lichaamsdeeltje.'

'Ook al fruit!' zegt Laurens Spoor nu, lachend. 'En zo sneu! Het zal wel met castratie-angst te maken hebben gehad, want hoe komt een kind anders op zo'n naargeestig beeld? Feit is, dat ik zolang ik me kan herinneren al geschreven heb, gedichten, proza minder. Dichten is altijd mijn grote passie geweest. Ik vond het zelfs vreemd, dat mensen niet op rijm spraken; dat beschouwde ik helemaal niet als verfraaiing van de werkelijkheid, want mijzelf verschafte de versvorm een kader, een manier om mezelf beter te begrijpen en uit te drukken.'

Laurens Spoor (1953) is geparenteerd aan een groot aantal acteurs en actrices met dezelfde achternaam uit voorbije generaties. Zijn eigen wieg stond evenwel niet op het toneel: tijdens zijn studie Frans woonde hij op kamers in Amsterdam bij een actrice. Door haar geinspireerd, stapte hij over naar de Toneelschool. Nu is hij vertaler en acteur, hoe langer hoe nadrukkelijker in die volgorde.

Zo langzamerhand is hij een specialist in de vertaling van de Franse toneelklassieken. Moliere's Le Misanthrope vertaalde hij twee keer, in berijmde versie voor het toenmalige Publiekstheater (1984) en, onlangs, in onberijmde versie voor Het Nationale Toneel. Van Jean Racine's elf tragedies vertaalde hij er drie: Berenice (1984), Britannicus (1989) en Andromaque, dat volgende week bij Toneelgroep Amsterdam in de regie van Gerardjan Rijnders in premiere gaat. Britannicus verscheen alleen in het Belgische literaire tijdschrift Diogenes (nr. 2, september 1989), dat ook een stuk over de vermeende onmogelijkheid Racine te vertalen bevatte onder de kop: 'De beste vertaler is Racine en dan komt Laurens Spoor.'

Naast het vertalen en, soms nog, acteren, geeft Spoor regelmatig theatercursussen in Leiden en Utrecht. Hij schreef zelf ook een zestal toneelstukken en hoorspelen, in verzen. Zijn toneelwerk werd eens omschreven als 'een kruising tussen Shakespeare en Annie M. G. Schmidt'. Volgend seizoen gaat een tragikomedie van zijn hand in premiere met, als de agenda's het toelaten, naast Ellen Vogel, Hans Croiset en Gerardjan Rijnders in de hoofdrollen, de artistiek leiders van Het Nationale Toneel en Toneelgroep Amsterdam.

Andromaque (1667) was Racine's derde toneelstuk, maar het eerste grote succes. Hij vestigde er zijn naam mee als classicistisch schrijver, hoewel religie in zijn latere werk een steeds grotere rol ging spelen. Hij is de meester van de psychologische tragedie, waarin door de personages zelf gegenereerde fataliteit de spanning oproept. Het thema van Andromaque ontleende Racine aan Euripides' gelijknamige tragedie en Vergilius' Aeneis.

Orestes is verliefd op Hermione, die weer verliefd is op Pyrrhus, met wie zij verloofd is. Pyrrhus houdt echter van de weduwe Andromache, die zijn krijgsgevangene is. Andromache wil trouw blijven aan de nagedachtenis van haar man, Hector, maar om het leven van haar zoon te redden stemt zij toe in een huwelijk met Pyrrhus. Hermione spoort vervolgens Orestes aan tot wraak. Orestes doodt Pyrrhus, waarop Hermione zich in haat van hem afkeert en zich op het lijk van Pyrrhus van het leven berooft. Orestes vervalt daarop in waanzin.

Deegroller

Op de vraag of Racine's noodlot een niet wat antiek gegeven is, reageert vertaler Laurens Spoor resoluut: 'Onzin! Om met Ton Lutz te spreken: er bestaat alleen goed en slecht toneel. Termen als ouderwets of vernieuwend zijn relatief. De patstelling, meteen al aan het begin van het stuk, is tegelijkertijd perfecte wreedheid en wrede perfectie. Juist de combinatie van de classicistische eenheid van het stuk en daarbinnen de tegenstellingen maken het zo mooi. Je hebt de ingedikte fataliteit en de vorm van de verzen, alexandrijnen, juist nodig om het universele karakter van de emoties te herkennen. Racine zet je in een overzichtelijke achtbaan van uitingen van heftige liefde tot blinde haat; die emoties zijn groot, omdat zij een extra allure krijgen door de versvorm, door de koninklijke personages, door de klassieke compactheid. Maar de aard van de emoties is reeel. Misschien is het leven, ook ons 'moderne' leven, wel een met de deegroller uitgerolde Racine.

'Racines tragedies zijn natuurlijk 'taalstukken' dat is het publiek niet meer gewend. Maar zijn werk is theater in zijn meest pure vorm. Racine staat niet alleen voor de klassieke eenheid van tijd, plaats en handeling, maar vooral ook voor de tijd, plaats en handeling van de eenheid. Ik wil maar zeggen, dat bij Racine vorm en inhoud onlosmakelijk zijn. Daarom is Racine in proza ondenkbaar. In een vertaling hoeft zijn werk niet per se berijmd te zijn, maar in elk geval wel in verzen. Zijn vorm en inhoud zijn zo geconcentreerd, dat ik het gevoel heb, dat zijn stukken al geschreven waren voordat hij ze op papier zette. Hij moest ze alleen nog opschrijven.'

Juist de hermetische vorm van Racine maakt zijn stukken op het eerste gezicht 'onvertaalbaar.' Zijn poezie lijkt onverbrekelijk verbonden met het origineel, ze lijkt in een andere taal niet voor herhaling vatbaar. Daarbij komt dat Racine veelvuldig abstracte begrippen hanteert, vaak ook nog in meervouds vorm. In Britannicus zegt Nero: 'N'en doutez point, Burrhus: malgre ses injustices, / c'est ma mere, et je veux ignorer ses caprices'. Spoor vertaalt: 'Onthoud het, Burrus: al is haar gedrag misplaatst/ Zij blijft mijn moeder, en haar grillen wil ik dulden.' Het onmogelijke 'injustices' wordt in het Nederlands omschreven, met behoud van het, in alexandrijnen geldende, twaalf-of dertien lettergrepige ritme.

'Ik tel de lettergrepen niet, de vertaling zou dan een ondoenlijk Hercules-karwei worden. Het is altijd, achteraf bezien, het juiste aantal lettergrepen. Het klinkt misschien pompeus, maar er moet een dichter in je schuilen om een dichter te vertalen. Het ligt zo gevoelig, dat, als een acteur een lettergreep inslikt of een woord van plaats verandert wat begrijpelijkerwijze wel eens voorkomt ik dat bijna als een dolkstoot ervaar. Mij valt dat onmiddellijk op, maar ik vrees en hoop tegelijkertijd dat verder niemand het in de gaten heeft.

'Het maakt me niet uit of ik berijmd of onberijmd moet vertalen. Molieres Le Misanthrope heb ik in beide versies vertaald: ik was aan beide evenveel tijd kwijt, een klein half jaar. Berijmd vertalen beperkt je, maar het levert ook iets op. Het inspireert je te vinden waarnaar je anders niet op zoek gaat. Ik vind het moeilijk om erover te praten, omdat het vertalen van dit soort werk niet alleen een cerebrale bezigheid is. Je hele bloedsomloop is erbij betrokken. Het slokt me zo op, dat ik te weinig waarnemingsvermogen overhoud om te zien hoe ik het nu precies doe. Juist bij Racine is een 'lineaire' manier van werken, stap voor stap dus, niet aan de orde. Je bent meteen met het geheel bezig, je moet als het ware naar de harteklop van de schrijver luisteren.

'Racine vertaalt zichzelf bijna: zolang je nog alternatieven hebt, is je vertaling niet af. Pas als je weet, dat een regel niet anders vertaald meer kan worden, ga je naar de volgende. Het klinkt mystiekerig, maar als ik de juiste antennes uitzet, voel ik dat het woord op zoek is naar mij, en niet ik naar het woord.'

Spoor vindt het onverdraaglijk, dat het relatief kleine oeuvre van een van de grootste schrijvers uit de wereldliteratuur nog steeds niet integraal vertaald is. Hij heeft zijn eigen schrijfambities, maar hij zou voor Racine 'zijn schrijftafel met liefde voor een paar jaar vrijmaken'. 'Ik ben afhankelijk van opdrachten, dus van regisseurs die voor Racine kiezen. Ik vind het niet aantrekkelijk om louter voor mijzelf te vertalen, een vertaling bestaat pas als anderen er toegang toe hebben.'

Op de vraag of hij, zoals iedere vertaler en ondanks zijn bewondering, soms niet in de verleiding komt om het origineel te verfraaien, reageert hij met een bijna plechtige verklaring. 'Ik heb een innige vriendschap met Racine, zonder woorden. Het is een stilzwijgende vriendschap. De woorden zijn slechts de buitenste schil. Je moet, om dit werk te vertalen, doordringen tot waar de woorden vandaan komen. En nu wat je vraag betreft. Nee, die verleiding ken ik niet. Racine verfraaien is onmogelijk.'