Buurtschap moet wijken voor uitbreiding mergelgroeve; 't Rooth verdwijnt in de afgrond

MARGRATEN, 9 nov. Begin vorig jaar, toen minister Smit-Kroes het plateau van Margraten bezocht, leidde burgemeester Kaiser haar naar de rand van de Nekami-groeve bij het gehucht 't Rooth. Bij de uitkijkplaats hadden bewoners twee stoelen neergezet: op de ene stond een kistje met de mooiste appels van boer Gorissen en op de andere een ruwe brok mergel van de firma Ankersmit, de exploitant van de groeve. De bewindsvrouwe, die juist een rondrit over het stille plateau had gemaakt, maakte een duidelijke keus: ze pakte een appel, beet er in en keek over de rand van de afgrond naar het verloren paradijs. Ze schrok, boog zich naar haar hoogste ambtenaar en fluisterde hem iets in het oor. De rest van het paradijs was gered.

Enkele weken later ontving de provincie Limburg inderdaad een brief waarin de minister liet weten dat het afgelopen moest zijn met de mergelwinning op het plateau. De cementfabriek ENCI kon de concessie-aanvraag voor 430 hectare beter verscheuren en ook de kalkproducent Ankersmit zou er mee moeten ophouden als de bestaande concessie van veertig hectare over enkele jaren was uitgeput.

In de buurtschappen op het plateau (Gasthuis, Wolfshuis, Klein- en Groot-Welsden) werd gejuicht, maar in 't Rooth, het gehucht van elf huizen en dertig inwoners op de rand van de Nekami-groeve, was de vreugde van korte duur. Weliswaar was de grootste bedreiging, de ENCI, verjaagd, maar Ankersmit herinnerde de provincie aan oude toezeggingen en kreeg grotendeels gelijk. Op verzoek van het provinciebestuur verzachtte de minister haar standpunt: zij zou zich er niet tegen verzetten als de provincie Ankersmit nog een vergunning wilde verlenen voor 'een laatste beperkte uitbreiding'. De provincie kondigde daarop een onderzoek aan naar de schadelijke effecten van een uitbreiding; haar oordeel zou daar van afhangen.

De resultaten van dat onderzoek, uitgevoerd door de Grontmij, kwamen vorige maand naar buiten. Het werd toen al duidelijk dat Ankersmit op een nieuwe concessie mocht rekenen. Natuur en cultuur zouden schade oplopen, maar die zou geen onherstelbare gevolgen hebben voor het gebied en niet opwegen tegen het economische belang. De vraag was alleen wat er met 't Rooth ging gebeuren. In drie van de vijf varianten die de Grontmij had onderzocht werd de buurtschap behoed voor verdwijning, maar ze zou letterlijk aan de rand van een vijftig meter diepe afgrond komen te liggen.

Deze week hebben GS een keuze gemaakt. Ankersmit kan nog een keer een uitbreiding van 30 hectare krijgen en daarna is het definitief afgelopen met de mergelwinning. Het bedrijf, dat 48 hectare had gevraagd, kan daarmee nog twintig jaar kalk maken. Het heeft volgens het provinciebestuur geen zin een oplossing te zoeken waarbij de buurtschap wordt ontzien, omdat de leefbaarheid door de afgraving zeer negatief wordt beinvloed.

Fruitteler J. Gorissen, wiens appel vorig jaar nog een klein wonder verrichtte, begint langzaam maar zeker te berusten in de verdwijning van de buurtschap: 'Ze hebben 't Rooth laten sterven. Toen ik dertig geleden hier mijn vrouw leerde kennen, was Nekami iets dat heel ver weg was, maar ze zijn steeds dichterbij gekomen. Hier stonden vroeger dertig huizen, daar zijn er nog elf van over en daarvan staan er twee leeg, omdat niemand hier nog iets wil kopen. De kinderen mochten hier niet bouwen; dat kon niet wegens de hoge landschappelijke waarde, werd ons verteld. En nu krijgt Ankersmit wel een vergunning om een gat van vijftig meter te graven!'

De enige zaak waarvoor Gorissen na dertig jaar strijd nog wil vechten is een behoorlijke afwikkeling van de 'amovering', zoals de provincie de verdwijning van het gehucht noemt.

Burgemeester Kaiser van Margraten, die het gedeeltelijk als een persoonlijke triomf mag beschouwen dat de ENCI vorig jaar van het plateau werd geweerd, is diep teleurgesteld over het voornemen om Ankersmit nog eens 30 hectare tegeven. 'Dat is veel te veel. Het kabinet heeft vorig jaar toegestaan dat Ankersmit zijn activiteiten mag afronden. Wij hebben daar in het belang van het bedrijf en zijn tweehonderd werknemers mee ingestemd, maar we verstaan onder afronden wel iets heel anders dan het bijna verdubbelen van de huidige concessie. Waarom moet de toekomst van Ankersmit voor twintig jaar verzekerd worden? Niemand kan zeggen wat de behoefte aan hun produkten over tien jaar nog is.'

En dan ligt er volgens Kaiser nog een gevaar op de loer: elke aantasting van het plateau vergroot de kansen van ENCI om het er weer eens op te wagen als het politieke tij wat gunstiger is. Kaiser: 'Hier in Margraten heeft de deur altijd potdicht gezeten, zowel voor de ENCI als voor Ankersmit. Wij hebben haar alleen op een kier gezet voor Ankersmit om als tegenprestatie de toezegging te krijgen dat ENCI nooit toegang tot het plateau krijgt. Dat was onze enige opzet: dat moest fysiek onmogelijk worden gemaakt. We wilden daar een convenant over sluiten met de provincie, maar die heeft zich daar niets van aangetrokken, integendeel zelfs. De doorsteek vanuit de Ankersmit-groeve naar het eigenlijke plateau wordt nu alleen maar gemakkelijker gemaakt. Dan moet het provinciebestuur zich er niet over verbazen als hier straks de deur weer wordt dichtgeknald.'