Britse Conservatieven lijden een gevoelige nederlaag

LONDEN, 9 nov. De Britse Conservatieven hebben bij de verkiezingen van twee nieuwe Lagerhuisleden in noord-Engeland een gevoelige nederlaag geleden. In Bradford-Noord werd de partij van Margaret Thatcher naar een vernederende derde plaats gedwongen, ruim achter de Liberale Democraten (SLD).

Drie weken geleden, in het kiesdistrict van Thatchers persoonlijke vriend, de door de IRA omgebrachte Ian Gow, verdrong de vrijwel doodgewaande SLD de Conservatieven ook al van de eerste plaats.

Zoals verwacht vergrootte Labour deze keer in beide kiesdistricten, Bootle en Bradford-Noord, zijn aanhang.

De uitslagen komen nauwelijks een week na het vertrek van Sir Geoffrey Howe, Thatchers vice-premier, die ontslag heeft genomen uit onvrede over de Britse koers in Europa. Ze dragen alweer een steentje bij aan speculaties over het leiderschap van de Conservatieve partij in Groot-Brittannie. Eventuele tegenkandidaten voor Margaret Thatcher moeten zich voor volgende week donderdag hebben gemeld. Een Conservatief Lagerhuislid, Tony Marlow, voorspelt openlijk dat het land nog voor Kerstmis een nieuwe premier zal hebben, maar partijvoorzitter Kenneth Baker acht een aanval op de positie van Thatcher 'onwaarschijnlijk'.

Baker noemde de nederlaag van de Conservatieven teleurstellend, maar desondanks slechts 'een momentopname van ons tijdelijk gebrek aan populariteit'.

Margaret Thatcher werd gisteren formeel voorgedragen voor herbenoeming als partijleider door John Major en Douglas Hurd, twee ministers uit haar kabinet die beiden theoretische kandidaten zijn voor haar baan. De meest waarschijnlijke uitdagers, als het al tot een gevecht komt, zijn echter de voormalige minister van defensie Michael Heseltine en de zo versmade Sir Geoffrey. Heseltine heeft tot nu toe volgehouden dat hij geen rechtstreekse confrontatie met Thatcher om het leiderschap zou aangaan en Howe heeft ontkend dat hij kandidaat is. Maar na Heseltine's indirecte aanval op Thatcher, in het afgelopen weekeinde, over haar opstelling in Europa, is hem voor de voeten geworpen dat hij een openlijke confrontatie niet aandurft. Een dergelijk verwijt verdraagt zich slecht met zijn karakterstructuur en achter de schermen wordt grote druk op hem uitgeoefend om de stap te wagen.

Sir Geoffrey Howe maakt volgens politieke waarnemers zelfs een betere kans dan Heseltine om bij een eerste peiling zoveel stemmen van collega's te verzamelen dat Mrs Thatcher ten minste aan de vernedering van een tweede stemming zou kunnen ontkomen. Sir Anthony Meyer, het eerste Conservatieve Lagerhuislid dat ooit de onfeilbaarheid van Margaret Thatcher ter discussie heeft durven stellen door vorig jaar als symbolische tegenkandidaat uit te komen, heeft gisteren een beroep gedaan op mensen als Howe en Heseltine .

'Iemand moet toch de moed hebben tegen haar uit te komen en die uitdager moet niet alleen maar een nul zijn als ikzelf, maar een potentieel leider en Eerste Minister', schreef hij in de Londense Evening Standard.

Sir Geoffrey Howe heeft zijn conflict met Thatcher verder op de spits gedreven, door aan te kondigen dat hij volgende week in het Lagerhuis verder zal ingaan op zijn geschil met de premier over Europa. Howe sprak tegen dat hun verschil van mening, zoals Thatcher in het parlement heeft gesuggereerd, nauwelijks iets maken heeft met de inhoud van het beleid. Howe's ontslag heeft te maken met 'zowel inhoud als stijl', zo liet de voormalige vice-premier alvast weten.

Een brede stroming binnen de Conservatieve Partij lijkt er echter op gericht een strijd om het leiderschap te voorkomen. Velen zijn ervan overtuigd dat daaruit niet meteen en overweldigend een alternatief voor Thatcher tevoorschijn zou komen, waardoor Thatcher in de partij- en de partij in het land alleen maar beschadigd zouden worden op een ogenblik dat er mogelijk een oorlog in de Golf gevoerd moet worden.