Boot gaat zelf op zoek naar Amerikanen

DEN HELDER, 9 nov. Ton Boot zou het wel even klaren bij Commodore Den Helder, dacht het bestuur van de basketbalclub. En Boot zelf ook. Met relatief weinig geld zou Den Helder de goede prestaties van vorig seizoen minimaal evenaren en de nationale titel veroveren. Maar de onverwachte uitschakeling in de eerste ronde van het toernooi om de Europa Cup 1 vorige maand door de Engelse kampioen Kingston heeft Boot aan het denken gezet. De landskampioen verkeert nu al enige maanden in een vormcrisis en de kommer zal volgens Boot nog wel even aanhouden. 'Ik heb fouten gemaakt, dus moet ik weer een jaartje wachten om terug te kunnen slaan. Ja, veel mensen vinden dit leuk.'

Boot (50), voor het vierde jaar bij Den Helder, verbaast zich over het feit dat Den Helder ondanks de tegenslag nog steeds de eredivisie aanvoert. 'Maar het is ook wel het land der blinden waarin wij koning zijn.' Volgens Boot ligt de verklaring voor de terugval van Den Helder bij de aanschaf van twee verkeerde Amerikanen. De club kocht aan het begin van het seizoen via een makelaar John Jerome en Martin Nessley. Van dat duo is Nessley inmiddels al teruggekeerd naar de Verenigde Staten, ontslagen wegens gebrek aankwaliteit. 'De Amerikanen die voor Nederland overblijven worden steedsslechter', zegt Boot. 'Er is niet genoeg geld. Een Amerikaanse basketballerverdient in Nederland zo'n 20.000 dollar, in Italie een half miljoen of eenmiljoen, dollar. Dan kun je niet verwachten dat ze de besten voor onsbewaren.'

Volgens Ton Boot bestaan er drie soorten Amerikaanse basketballers die naar Europa willen komen. De Amerikanen die al in Europa gespeeld hebben wil hij niet meer. 'Die zijn al verknald. Dat is de categorie die spreekt over easy Europe; ze liggen de hele dag in bed, kunnen iedere vrouw krijgen die ze willen hebben en sommigen gebruiken drugs.' Tot Boots tweede categorie behoren weliswaar 'hele goeie spelers, maar ze zijn meestal gek. Iemand die in Amerika goed kan basketballen heeft in Nederland niets te zoeken. Dus dan is er iets mis'.

Voor Boot blijft derhalve alleen een grote groep jonge, nog onervaren universiteits-basketballers over. Boot: 'Ik wil zo'n speler binnen een paar maanden vormen en volkomen ondergeschikt maken aan het team. Dat kan alleen bij iemand die nog iets wil leren. Maar het is in het begin elke keer een enorme machtsstrijd tussen speler en coach. Wanneer je eenmaal een goede te pakken hebt, is hij na een jaar weer weg.'

Makelaar

De meeste coaches weten niet van te voren wie ze binnenhalen; het contact verloopt in de meeste gevallen via een makelaar. 'Geen Amerikaanse makelaar', zegt Boot, 'want die leveren alleen maar materiaal, geen mensen. Hun enige doel is winst maken.' Boot wil volgend jaar zelf in de Verenigde Staten op zoek gaan naar de noodzakelijke versterking. Maar hij houdt zijn twijfels over het welslagen van zo'n missie. 'Je moet zo'n jongen een paar weken meemaken tijdens trainingen en wedstrijden. Pas dan kun je hem onderverschillende omstandigheden leren kennen.' Dat is ook de reden dat Den Helders volgende Amerikaan, center Mario Credit van de universiteit van Arkansas, drie weken de tijd krijgt zich te bewijzen voordat Boot hem een contract voorlegt. Boot: 'Ik heb altijd gedacht dat het wel goed zou komen met de spelers die ik aantrok. Tot aan dit seizoen lukte dat ook altijd. Nu heb ik ingezien dat ik te gemakzuchtig ben geweest.'

Volgens Boot hebben ook het bestuur en de sponsor van Den Helder te veel op de reputatie van de coach gegokt toen zij hem de financiele middelen beschikbaar stelden voor de opvolging van het succesvolle duo Rob Jones en Ray Wingard. Boot, die in de zomer een full-time-contract voor drie jaar tekende, kreeg naar zijn zeggen de belofte van het bestuur om 100.000 dollar te mogen uittrekken voor Amerikaanse versterking, maar dat bedrag 'werd bij lange na niet gerealiseerd', zegt Boot. 'Dat heb ik als oneerlijk ervaren. Het bestuur en de sponsor van Den Helder wekken veel te hoge verwachtingen met hun uitspraken dat de Europese top binnen een paar jaar haalbaar is. Ik heb daar nooit aan meegedaan. Maar als het niet lukt, komt het op mijn boterham.'

Ton Boot vermoedt dat de club dure Amerikanen overbodig vond, omdat de combinatie Boot-Den Helder min of meer garant stond voor succes. 'Maar met het geld dat ik te besteden heb worden we nooit echt goed. Ik hoef geen miljoenen, want ik denk dat we hele goede Nederlandse spelers hebben. Ze zijn vergelijkbaar met Italiaanse en Spaanse clubspelers. Maar bij Milaan of Barcelona loopt nog een stelletje Amerikanen van een half miljoen rond. Die bepalen het verschil. Ik zou met die 100.000 dollar voor twee Amerikanen al heel tevreden zijn.'

Voor Boot staat vast dat de vroegtijdige uitschakeling in de Europa Cup geen rampzalige gevolgen heeft. Afgezien van het gemis aan topwedstrijden ziet hij er zelfs wel positieve kanten aan. 'We staan weer met beide benen op de gronden kunnen een jaar in stilte werken. Misschien ziet men nu in dat er gewoon veel geld nodig is om iets te kunnen bereiken. Het is jammer dat je altijd eerst in het moeras moet komen om te kunnen praten.'

Voor het Nederlands team, dat bezig is zich te kwalificeren voor de eindronde van het Europees Kampioenschap volgend jaar, geldt volgens Boot hetzelfde. 'Als ze bij de eerste vier komen, zou dat de slechte ontwikkelingen in het basketbal in Nederland alleen maar verdoezelen. Dat hebben de prestaties van Den Bosch en Den Helder in het verleden ook gedaan. Maar het waren incidenten. De Nederlandse eredivisie is een van de zwakste competities van Europa. Er is geen jeugd, er is geen groei en er zijn geen toeschouwers. Het zou beter zijn als Nederland gewoon zevende of achtste werd. Dan valt er misschien weer te praten.'

Boot stuit naar zijn zeggen op steeds meer onbegrip binnen de basketbal wereld. 'Den Helder is eigenlijk een eilandje, waar we ons niet veel van de rest aantrekken en tamelijk rustig kunnen werken. Mensen die beleid maken zijn alleen uit op status en macht. Niet alleen bij sportclubs of sportbonden, ook in de politiek en het bedrijfsleven. Ik luister niet eens meer, al weet ik dat die houding heel gevaarlijk is. Ik zal waarschijnlijk wel eindigen als een anarchistische kluizenaar, maar mijn bedoelingen met het Nederlandse basketbal zijn positief.'