Bolbliksem

Als ik door de Dorpsstraat loop, kom ik allemaal voorname mensen en dieren tegen. Mevrouw Zalmwang wandelt er met haar hond Eduard. Meneer Beukstein kan je er tegenkomen met zijn mopshond Jacobus. En de oude mevrouw Pauw stapt er rond met een ei, dat in een zakje zit dat ze warm houdt onder haar jurk. Op deze manier heeft ze al negen eieren uitgebroed. De oude mevrouw Pauw houdt erg van kuikentjes.

De hond van mevrouw Zalmwang is een langharige Sint Bernhard die nooit blaft. Daar is hij te deftig voor. Als hij andere honden ziet, kucht hij alleen maar. Een keer heb ik hem toch horen blaffen. Er vloog toen net een hommel langs zijn neus. Het hele dorp was in rep en roer omdat Eduard geblaft had. Mevrouw Zalmwang gaf toen meteen de hommel de schuld.

Als Eduard thuis is en een plasje moet doen, wordt hij door de chauffeur van mevrouw Zalmwang met de auto naar het bos gereden. Eduard zit altijd op de achterbank, waar zijn geruite deken ligt. Hij heeft ook een zwarte paraplu. Als het regent, steekt de chauffeur de paraplu voor hem op. Als hij dat niet doet, verzet Eduard geen poot en zo'n grote Sint Bernhardshond is veel te zwaar om uit de auto te dragen.

Meneer Beukestein en Jacobus wonen in een heel groot huis. De tuin lijkt wel een park. Meneer Beukestein en Jacobus doen altijd samen boodschappen. Bij bakkerij Broeksma koopt meneer Beukestein al jarenlang iedere ochtend een half kadetje. Maar nu heeft bakker Broeksma zijn winkel aan een nieuwe bakker verkocht. Toen meneer Beukestein weer om zijn halve kadetje vroeg, pakte de nieuwe bakker een kadetje van de plank dat hij eerst voor de helft opat. De andere helft deed hij in een zakje dat hij aan meneer Beukstein overhandigde. Maar meneer Beukestein wilde niet betalen voor een kadetje waarvan de bakker gegeten had. De bakker heeft toen gezegd dat hij verder toch geen klanten voor het andere halve kadetje had en dat hij het dus net zo goed meteen zelf kon opeten. 'Jacob, bij deze bakker kopen wij niet meer, ' heeft meneer Beukestein toen gezegd en daarna is hij zonder kadetje met Jacobus naar de groentenman gegaan om een handjevol aardappelen te kopen.

Mevrouw Zalmwang, de oude mevrouw Pauw en meneer Beukestein stonden vorige week samen naar een boom te kijken waarvan de takken helemaal verschroeid waren. De bliksem was in de boom geslagen. De oude mevrouw Pauw vond dat zo erg dat ze haar handen tegen haar borst sloeg. 'Denk toch om uw ei,' riep meneer Beukestein nog. Maar het was al te laat. De jurk van de oude mevrouw Pauw zat al onder het ei-geel.

'We mogen niet vergeten dat dit niet zo maar een bliksemschicht was, ' zei mevrouw Zalmwang, die de blikseminslag toevallig met eigen ogen had gezien. 'In de rest van Nederland zie je een dunne lichtstreep als het bliksemt maar bij ons rolde er langzaam een prachtige, grote vuurbal door de Dorpsstraat. Ons dorp is niet door de bliksem getroffen maar door een bolbliksem! Daaraan merk je toch weer dat wij in heel bijzonder dorp wonen.'