Betrokken automobilisten gaan bij grote ongelukken niet langer vrijuit

BREDA, 9 nov. Een automobilist op de A59 bij Breda zoekt op 23 augustus in dichte mist de afslag naar Rotterdam. Hij rijdt ongeveer 90 kilometer per uur, denkt de afrit te zien, aarzelt en remt. Het volgende moment klapt iemand vanachteren op zijn auto. Zo begon een kettingbotsing vlak voor het knooppunt Zonzeel waarbij 187 auto's waren betrokken. Twee mensen kwamen om en 44 raakten gewond.

Volgende week krijgen honderd van de betrokken bestuurders een acceptgiro in de bus van het kantongerecht in Breda. De bestuurders moeten een boete betalen van 150 tot 300 gulden wegens roekeloos rijgedrag. Drie vrachtwagenchauffeurs moeten in maart voor de kantonrechter verschijnen.

Het wegennet rond Breda staat bekend als gevaarlijk. Dinsdag was het opnieuw raak. Bij een kettingbotsing op het iets verder gelegen knooppunt van de A16 bij Prinsenbeek vielen acht doden en tientallen gewonden. De Bredase verkeersschout mr. J. Koppert onderzoekt op het ogenblik of ook bestuurders die hierbij betrokken waren kunnen worden vervolgd. De mist ontstond weliswaar zeer plotseling, maar uit een snelheidscontrole een paar honderd meter voor de plaats van het ongeval blijkt dat er veel te hard werd gereden.

Veel automobilisten leven volgens Koppert in de overtuiging dat ze zich voldoende aan de mist hebben aangepast. 'Terwijl ze toch met 90 kilometer per uur onder een vrachtwagen zijn geschoten.' Sommigen bestuurders vonden blijkens verklaringen tegenover de politie eigenlijk dat ze te hard rijden, maar durfden hun snelheid niet te minderen. 'Ik reed tachtig, wilde wel zachter, maar was bang voor de auto's die me met hoge snelheid achterop kwamen. Ik werd zelfs ingehaald door vrachtwagens', luidt een van de verklaringen. Anderen waren bang de achterlichten van de auto voor hen uit het oog verliezen. 'Mijn enige baken op dat moment'.

Tot voor enkele jaren werden nauwelijks bestuurders die betrokken waren bij dergelijek ongelukken vervolgd, omdat bewijsmateriaal ontbrak. Uit onvrede daarmee besloten de rijkspolitie in het district Breda en het openbaar ministerie in 1982 om het draaiboek te wijzigen dat wordt gevolgd in geval van ongelukken. De eerste hulp is volgens Koppert in de nieuwe opzet voorop blijven staan, maar zodra instanties als de GGD en de brandweer voldoende controle hebben over de situatie verandert de taak van de politie.

Zo snel mogelijk wordt systematisch begonnen met het maken van situatieschetsen, foto's en video-opnamen. Tevens wordt geregistreerd welke bestuurder bij welke auto hoort en geprobeerd vast te stellen welke snelheid de betrokken voertuigen hadden vlak voor het ongeval. Dit alles gebeurt grotendeels voordat het wegtakelen en verplaatsen van de voertuigen is begonnen, waardoor zo min mogelijk bewijsmateriaal verloren gaat.

Het draaiboek, gereed in 1986, werd op 7 november 1988 voor het eerst gebruikt bij een reeks kettingbotsingen in dichte mist rond Breda. De nieuwe werkwijze resulteerde in 101 processen-verbaal, veel meer dan tot dan gebruikelijk. De veroordelingen verschilden van 150 tot 1000 gulden boete, met in een enkel geval een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van drie maanden. Twee maal volgde vrijspraak.