Armeense volksmuziek en patriottische zang in een ingetogensfeer

Concert: Hratchik Muradian en Ensemble uit Armenie. Gehoord: 8/11 RASA, Utrecht. Verder te horen 9/11 De Evenaar, Roterdam, 10/11 Soeterijn, Amsterdam.

'Ik ben geboren in Turkije, ik heb de Nederlandse nationaliteit, maar mijn cultuur is de Armeense', vertelt een jongen in de pauze, eraan toevoegend dat hij die situatie vreselijk vindt. Dat laatste wordt nog begrijpelijker als hij de vraag krijgt waar de teksten over gaan. Dat weet hij namelijk niet, want hij verstaat geen Armeens. Wel Turks en Nederlands.

De geschiedenis van de Armeniers is bijna net zo gecompliceerd en doordrengd van trauma's als die van het joodse volk. De helft van de 7 miljoen Armeniers woont buiten de Armeense Socialistische Sovjet-republiek, de relatie met enkele buurlanden, met name Turkije en Azerbeidzjan, is gespannen. Dit alles lijkt misschien overbodige informatie, ware het niet dat de stemming onder de in RASA verzamelde Armeniers meer had van een drukkend ritueel dan van een feestelijke reunie. Bij patriottische liederen, zoals een hymne op de nationale vlag en het strijdlied Karabaghtsi, werd even meegeklapt, maar verder was de sfeer in de zaal en vooral ook op het podium opvallend ingetogen.

Het salonfahig maken van de Armeense volksmuziek lijkt het doel van Hratchik Muradian en zijn ensemble van zeven man en een vrouw. Hij drilde de groep met ferme hand en schreef een aantal deugdelijke arrangementen. Het gezelschap speelt zuiver en nauwgezet, maar maakt vooral voor de pauze een enigszins verkrampte indruk. Er kan geen lachje af. Alleen in solobeurten, slechts begeleid door een aangehouden grondtoon, komen enkele musici los. Kevork Hairapetian maakt melancholieke vogelgeluidjes op de strevi, een soort picolo. Leider Muradian laat zijn kamantcha, een driesnarige lier, langdurig wenen in een 'antuni', de Armeense variant van de blues. Nog meer treurigheid volgt na de pauze, wanneer Hairapetian zijn picolo ruilt voor de klarinet en de zoerna, een hoho-achtig dubbelriet.

Iets lichtvoetigs krijgt het optreden pas als enkele in goudgalon en andere glimstoffen gehulde leden van het Amsterdams/Armeense dansgezelschap Ararat zich voor het ensemble plaatsen. Maar snel wordt het weer ernst met enkele rondborstige liederen van zanger Vaghenak Tatosian. Ontspannen lijkt het gezelschap pas aan het eind, de muzikanten gaan er zelfs bij staan. Maar de toegift duurt slechts twee minuten.

    • Frans van Leeuwen