Als wormen aan een haak; Het laatste deel van de Rabbit-cyclus

John Updike: Rabbit at rest. Uitg. Deutsch, 505 blz. Prijs, fl. 49,85 Het moest er van komen, had hij zelf aangekondigd, zijn liefhebbers zaten er met aangename opwinding op te wachten en zijn critici met zeer gemengde gevoelens. Updike had laten weten dat er nog een vierde Rabbit-deel zou komen, maar kort voor de verschijning kondigde hij ook aan dat dit het laatste deel zou zijn. En hoewel het einde van Rabbit at rest nog net voldoende mogelijkheid overlaat om Rabbit over tien jaar toch weer tot leven te roepen zal dit inderdaad wel niet gebeuren. Updike is een schrijver die weet wat hij wil, en hij weet zeer gedecideerd dat het nu tijd was om afscheid te nemen van zijn meest gedetailleerd beschreven hoofdpersoon.

In een praatje voor de American Booksellers Association (afgedrukt in de New York Times Book Review) noemde hij zijn redenen; de belangrijkste is dat Rabbit, net als zijn schepper, zijn hele volwassen leven in de context van de koude oorlog heeft geleefd. 'Hij diende in de landmacht, stond klaar om naar Korea te gaan, was een havik waar het Vietnam betrof, trots op de maanlanding, en voelde zich in zekere zin altijd gerechtvaardigd, in zijn achterhoofd, door een concept van vrijheid, van Amerika, dat zijn scherpte ontleende aan het contrast met het communisme. Nu dat contrast is verdwenen, is dat een reden om hem, met spijt, te ruste te leggen in 1990.'

Updike is een auteur die de critici-populatie altijd zeer scherp verdeeld heeft gehouden, en van al zijn boeken (het spectaculaire Couples misschien uitgezonderd) is de Rabbit-cyclus naarmate deze vorderde het meest controversieel gebleken. 'Updike heeft niets te zeggen', bleef Leslie Fiedler mopperen; maar anderen bleven zijn vaak overdonderend mooie taal bewonderen en de manier waarop hij juist in de Rabbit-boeken vanuit de micro-kosmos van Brewer, Pennsylvania een geschiedenis van vier decennia Amerika schrijft. Naarmate Rabbit steeds nadrukkelijker van een passieve toeschouwer tot een ronduit onaangenaam opinierend mens werd (het begon vooral te blijken in deel drie) begonnen de critici dat als een verwijt te gebruiken omdat ze de kleinsteedse, bigotte opinies van de romanheld zonder enige aarzeling aan zijn schepper gingen toeschrijven. (Jonathan Yardley in de Washington Post over Rabbit is Rich: 'Het is een roman met een opdringerige actualiteits drift, waarin Updikes opinies worden opgediend over alles en nog wat, van Jimmy Carters jogging tot de benzineschaarste en Skylab; het is fictie als opiniepagina, en het werkt als geen van beide.')

Everyman

Ik heb dat altijd, en niet alleen met betrekking tot Updike, een onzinnige aanname gevonden. Alhoewel Updike de schijn wat dat betreft tegen zich heeft (hij heeft meermalen als verlicht conservatief geposeerd, en gaat in zijn memoires Selfconsciousness uitgebreid op die positie in) is het natuurlijk nonsens alles wat Rabbit in de 1600 pagina's van deze boeken bij elkaar moppert, scheldt, overweegt en debiteert ook maar meteen aan de auteur toe te schrijven. Maar dat Updike om zijn schepping geeft, misschien wel evenveel als om Richard Maple en meer dan om Henry Bech, dat lijkt me duidelijk. 'Mijn fundamentele band', zo heeft hij eens verklaard, 'is er een met de verborgen everyman, de obscure mens die onder de schaduw van de geschiedenis leeft maar zelf geen geschiedenis maakt', en gemeten naar de maatstaf van deze formulering is Rabbit Updikes everyman bij uitstek. Het heeft mij altijd geleken dat hij door middel van deze creatie zich vier decennia is blijven afvragen wat er van hemzelf zou zijn geworden als hij minder ambitieus en talentvol was geweest en in het kleinsteedse Amerika was blijven vastzitten waar hij opgroeide.

In het begin van dit laatste deel vinden we Harry Angstrom, zoals Rabbit natuurlijk eigenlijk heet, met zijn vrouw Janice in Florida waar ze de koude helft van het jaar in hun appartement verblijven. Ze krijgen hun zoon Nelson en diens vrouw en kinderen op bezoek en dit gedoe is voor Updike materiaal voor de 100 houterigste pagina's die hij ooit heeft geschreven. Het gaat maar door, van de ene observatie van de geriatrische omgeving en het zuidelijke landschap naar de andere, lusteloos en plichtmatig geschreven. Maar net toen ik de wanhoop nabij was, liet Updike zijn held een eerste hartaanval krijgen, en vanaf dat moment, terwijl het boek nog nadrukkelijker van de dood doordrongen raakt, stroomt er leven door zijn taal. Het nieuws bereikt Janice en Nelson net als de laatste zijn moeder aarzelend begint toe te geven dat hij een cocaine-probleem heeft dat ook financieel het Toyota-agentschap begint te bedreigen dat door Nelson, na zijn vaders vroegtijdige terugtrekking, wordt geleid.

En daarmee zijn de voornaamste verhaallijnen uitgezet. Harry krijgt een hart-operatie die met letterlijk pijnlijke nauwkeurigheid wordt beschreven, maar als hij weer op de been is, blijft hij zich onbekommerd volproppen met junk-food, ook nadat hij de leiding over Toyota weer tijdelijk heeft overgenomen als Nelson in een revalidatie-kliniek terechtkomt. Evenals in het vorige deel is de verhouding tussen vader en zoon een van de voornaamste thema's van dit boek, en het is werkelijk schokkend hoe harteloos Rabbit zich blijft opstellen, tot het inderdaad bittere eind. Veel affectie was er ook vroeger nooit tussen de mannen, maar nu is er van de kant van pa alleen maar ergernis, minachting en krengerigheid overgebleven. Alles lijkt hij te haten, van het ringetje in Nelsons oor tot aan de religieuze softness die over hem is gekomen als hij gerevalideerd terugkomt, en hij blijft schamperen op het 'drugless wonder', de 'loser' die door zijn moeder weer aan het hoofd van de zaak word tgeplaatst.

Minnares

Maar het is alsof de schrijver desondanks bang is dat de lezer toch een restje sympathie voor zijn hoofdpersoon zal blijven koesteren. En dus laat hij hem consequent onaangenaam doen tegen zijn vrouw ('het stomme mormel'), laat hij hem naar bed gaan met zijn schoondochter, en de weduwnaar van een vroegere minnares op haar begrafenis toevertrouwen dat ze 'fantastisch was in bed'.

Zoals Rabbit Run nadrukkelijk een boek was over het Amerika van de jaren '50, Rabbit Redux over de jaren '60 en Rabbit is rich over de jaren '70, zo is deze laatste aflevering met een overdaad aan details neergezet aan het einde van het vorige decennium, aan het eind van het bewind van Reagan, 'acht jaar waarin niemand op de winkel lette, jaren van geld maken uit niets, schulden maken, in God vertrouwen'. Evenals die vorige delen is Rabbit at rest in de tegenwoordige tijd geschreven, als om die tijdsbepaling te onderstrepen; het draagt er in elk geval toe bij dat Updikes proza iets jachtigs krijgt soms, en daar waar de urgentie van zijn waarneming het geringst is, is de opeenstapeling van signalementen van het contemporaine Amerika soms hinderlijk.

Maar het werkelijke thema van dit laatste deel ('a depressed book written by a depressed man' zoals de schrijver zelf zei), is de dood, en dat is de ware reden waarom men moet geloven dat de serie hiermee is afgesloten. Van de beschrijvingen van de bejaardencultuur in Florida tot de minutieuze en soms briljante weergave van Amerika's ziekte-industrie, tot Rabbits groeiende besef van zijn eigen eindigheid, het boek is ervan doortrokken. 'Je neemt een tijdlang een plaatsje in', zo mijmert hij, 'en dan vertrek je weer; dat is wat je hoort te doen: plaats maken.' En even verder valt het hem op hoe gelaten mensen hun sterven eigenlijk ondergaan: 'Ze schreeuwen niet, ze beschuldigen God niet. We krullen op in onszelf, veronderstelt hij. We worden verlamde dieren. Wormen aan een haak.'

Updike maakt de cyclus op een bewonderenswaardige manier rond, en dan niet alleen door de manier waarop hij veel personen en ontwikkelingen uit de vroegere delen als het ware up to date brengt. Het slot, waarin Rabbit zich opnieuw uit de voeten maakt om zijn verantwoordelijkheden te ontlopen, is een fraaie echo van zijn eerste optreden in de wereld van fictie, tot en met het partijtje basketball dat fataal zal blijken. Dat de lezer dit onaangename mens al die honderden pagina's is blijven volgen, is eigenlijk een mirakel, dat aan niets anders toegeschreven moet worden dan aan Updikes meesterschap. Of de Rabbit-serie voor het Amerika van deze decennia zal blijken te zijn wat, bijvoorbeeld, Balzacs werk is voor het Frankrijk van de eerste helft van de vorige eeuw, lijkt me moeilijk te voorspellen. Maar het is een moedige poging daartoe, die fragmenten van schitterende literatuur oplevert.