Als

Helden heeft China genoeg, schrijft Duoduo in zijn laatste column voor het Cultureel Supplement. Maar er zijn er nog veel meer nodig om de loop van de geschiedenis te veranderen. 'Zoveel mensen zijn in het geheim terecht gesteld. Niemand zal ooit weten hoe heldhaftig zij zich gedragen hebben. Hun familieleden krijgen alleen maar de rekening voor de kogel gepresenteerd.'

Begin mei reed ik met een Amerikaanse vriend naar Colorado, waar we midden in een zware sneeuwbui terecht kwamen.

Mijn vriend, die achter het stuur zat, zei: 'Een sneeuwbui in mei. Het lijkt wel of jij het ongeluk aantrekt.'

Ik was het helemaal met hem eens. Een week daarvoor, toen we op het vliegveld van New Mexico landden, stormde en hagelde het. De jaarlijkse regenval in New Mexico bedraagt negen inch. Op die ene dag dat wij er aankwamen, viel er drie inch. In maart was ik in San Diego. Mijn vrienden daar hadden vol trots gezegd dat het er elke dag stralend weer was, maar gedurende de hele week dat ik er verbleef, ging de zon schuil achter zware grijze wolken. Trouwens, nadat ik op vijf juni vorig jaar in het altijd zo regenachtige Londen aankwam, was het er de hele zomer zonnig en warm. En bovendien...

'Weet je hoe dat komt?' zei ik, 'het woord 'duoduo' komt voor in een Chinese uitdrukking, die 'veel rampspoed en veel ellende' betekent.'

'Zo te horen geloof je in voorbeschikking.'

Al pratend reden we verder. In de achteruitkijkspiegel verscheen een politieauto, die ons met zijn zwaailicht aan begon in te halen.

Mijn vriend zette de auto langs de kant. De agent trok zijn opschrijfboekje tevoorschijn. De maximumsnelheid op deze weg was 55 mijl. Volgens de radar hadden we 71 gereden. Met wat speling kwam dat neer op 65, dus tien mijl te hard. De boete bedroeg 28 dollar en kon per overschrijving voldaan worden. In geval van bezwaar was het mogelijk om bij de rechtbank in beroep te gaan.

Mijn vriend nam de bon in ontvangst, startte de auto en zei met een zuur gezicht: 'Duoduo, jij bent echt in staat om voor ellende te zorgen.'

'Nee hoor. Alleen maar voor een bon.' Ik vertelde hem hoe ik zelf ooit een keer een boete had gekregen. Twintig jaar geleden ging ik met een groepje vrienden op de fiets naar het Xiangshan-park even buiten Peking. Onderweg werden we door de politie betrapt terwijl we wedstrijdje aan het doen waren. Met fiets en al werd ik naar het politiebureau gebracht.

De agent vroeg: 'Weet je dat je in overtreding was?' Ik zei: 'Ja, ik was in overtreding.' Agent: 'Als je het weet, waarom doe je het dan?' 'Ik deed het niet met opzet.' 'Opzet of geen opzet, je was in overtreding. Dus wat nu?' 'Ik zal het nooit meer doen.' 'Al doe je het nooit meer. Je zat deze keer wel fout. Dus wat nu?' 'Dat moet u me maar vertellen.' 'Wat vind jij dat er moet gebeuren?' 'Hoe kan ik dat nou weten? Dat is uw zaak.' 'Je weet het best. Anders had je het niet gedaan!'

Zo ging het verhoor twee uur lang door. Uiteindelijk wist ik absoluut niet meer of ik nu wel of niet iets fout had gedaan. Ik besefte slechts een ding: de manier waarop dit systeem het gedrag van mensen probeert te veranderen is een vorm van foltering. Het is niet belangrijk wat goed of fout is. Het gaat erom dat je bang bent, zodat je gehoorzaamt.

'Dan zijn de Chinezen inmiddels zeker allemaal bang geworden?' zei mijn Amerikaanse vriend. 'Ik begrijp echt niet hoe het mogelijk is dat na het bloedbad de rust is weergekeerd in de Chinese maatschappij. Als dat in Amerika was gebeurd... Ik zweer je dat de Amerikanen het Witte Huis zouden platbranden als de regering het zelfs maar zou wagen om in het openbaar duizend honden af te maken, laat staan mensen. Een paar dagen geleden heeft in Mississippi de vader van een jongetje, dat was aangerand, de dader in de rechtszaal doodgeschoten. Amerikanen denken op zo'n moment maar aan een ding: wraak nemen.'

'Als de Amerikanen die karaktertrekken niet hadden, zou Amerika ook geen bondsstaat zijn', zei ik. 'Op de ochtend van de vijfde juni vorig jaar hadden studenten in Shanghai op straat blokkades opgeworpen. Naar de arbeiders die naar hun werk gingen riepen ze: 'In Peking zijn mensen vermoord! Ga niet werken voor een regering van moordenaars!' De arbeiders liepen om de blokkades heen en vervolgden hun weg, terwijl ze kalm antwoordden: 'Betaal jij m'n salaris? Deel jij de bonussen uit?' '

'Ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat het niet zo is dat de Chinezen niet weten dat er op vier juni in Peking een bloedbad is geweest, maar dat ze het niet willen weten', zei mijn vriend. 'Als... als op vier juni alle inwoners van Peking zich op het Plein van de Hemelse Vrede hadden verzameld, of als er zelfs maar vier a vijfhonderdduizend gezeten hadden, dan had de geschiedenis misschien een andere wending genomen!'

Executie

'Er zijn genoeg helden in de Chinese geschiedenis, maar om de loop van de geschiedenis te veranderen zijn er nog veel meer nodig', zei ik. Daarop vertelde ik hem nog een oud verhaal: tijdens de Culturele Revolutie kende ik een beroemde Rode Gardist. Op een keer wilde die de zoon van een kapitalist dwingen om toe te geven dat hij een 'vuile rothond' was. 'Zeg dat je een vuile rothond bent!' De jongen zei niets. Met zijn mes sneed hij hem een oor af, maar hij zei nog steeds niets. Hij sneed hem ook zijn andere oor af. Toen zei de jongen: 'Ik ben een vuile rothond.' Inmiddels was hij wel een 'hond' zonder oren. Waarom had hij toegegeven? Zijn lichaam was bang. Met onze muziekleraar van de middelbare school was het anders gesteld. Hij had een fraaie tenorstem. Nog voordat hem enig geweld was aangedaan, ging hij de overige leraren al voor bij het zingen van: 'Ik ben een monster, ik ben een demon.' (Dat betekende toen: ik ben een 'klassevijand'.) Ik kan me die mooie tenorklanken nog steeds herinneren. Jaren later kwam ik hem tegen bij een Beethovenconcert. Hij zat daar in zijn eentje. Onwillekeurig gaf hij met zijn hand nog steeds de maat aan. Hij had zijn lichaam heel weten te houden. Ik ken ook nog een voormalige soldaat, die eigenhandig politieke gevangenen heeft geexecuteerd: de gevangenen knielden neer achter een reeds gegraven graf.

Terwijl het vuurpeloton aanlegde, riepen ze: 'Weg met de Communistische Partij!' Het salvo weerklonk. De mannen vielen voorover in het graf. De vrouwen vielen achterover (hun achterste is zwaarder), en moesten dus door de soldaten in het graf worden getild. Een keer werd er een Tibetaanse 'contra-revolutionair' geexecuteerd. Die man was zo sterk dat hij, zelfs na verscheidene malen getroffen te zijn, telkens weer opkrabbelde en in de richting van het vuurpeloton strompelde. De soldaten wisten van angst niet meer wat ze moesten doen. Die man die ik ken is toen op hem afgegaan en heeft hem met zijn bajonet doodgestoken. Zoveel mensen zijn in het geheim terechtgesteld. Niemand zal ooit weten hoe heldhaftig zij zich gedragen hebben. Hun familieleden krijgen alleen maar de rekening voor de kogel gepresenteerd. Vijftien jaar geleden kostte een kogel ongeveer 0,35 yuan.

'Ik begrijp wat je bedoelt, ' zei mijn Amerikaanse vriend. 'Ik heb ooit meegemaakt dat een beroemde Chinese schrijver me al drinkend en lachend vertelde hoe zijn zoon was doodgeknuppeld. Toen ik hem vroeg hoe hij daar nog om kon lachen, antwoordde hij: 'Moet ik dan eeuwig blijven huilen? Ik heb genoeg gehuild. Ik wil niet de rest van mijn leven blijven huilen!' Zelf heb ik de gewoonte om elke ochtend bij een kop koffie de krant te lezen. Ik heb ontdekt dat dat een slechte gewoonte is. Als ik de krant uit heb, is mijn humeur voor de rest van de dag verwoest. Er is te veel ellende op deze wereld. Maar als... '

Voetjes

Ik was al langzaam in de auto in slaap gevallen. Voor mijn ogen verscheen voortdurend het beeld van een vroegere vriend die tien jaar lang om politieke redenen gevangen had gezeten: het ergste was de honger. Je maag die krimpt van de pijn, je benen zo mager dat je je dijen in een hand kunt houden. Mensen die doodgaan omdat hun lichaam geen afweerstoffen meer heeft. Ze krijgen geen koorts. Ze storten gewoon in en kwijnen langzaam weg... Zo'n honger hebben en dan nog uit angst dat je celgenoten je iets aandoen elke dag de helft van je rantsoen aan zo'n bruut afstaan met de woorden: 'Ik ben geen grote eter. Ik krijg het toch niet op... '

Toen ik wakker werd, stond de auto al langs de kant. Opnieuw stak een agent zijn hoofd door het raampje. Hetzelfde probleem: te hard rijden. Daar was de bon alweer...

Met een gangetje van twintig mijl per uur reed mijn vriend verder.

Ik vertelde verder over mijn vriend die gevangen had gezeten. Toen hij naar een andere gevangenis moest worden overgebracht, was er geen politieauto beschikbaar, dus zetten ze hem op de bus en bonden hem vast aan een stoel. Een vrouw met een kind in haar armen stapte in en vroeg: 'Kameraad, kunt u mij misschien laten zitten?' Toen ze ontdekte dat hij een vastgebonden misdadiger was, zei ze niets meer en ging snel achter hem zitten. Het kindje lag voortdurend tegen zijn nek te schoppen. Na tien jaar in de gevangenis was hij voor weinig dingen meer gevoelig, maar toen hij die zachte voetjes in zijn nek voelde, begon hij te huilen. Hij had opeens het idee dat er iets heel menselijks, iets heel waardevols in hem ontwaakte. Hij kon het voelen...

'Wat was het?' vroeg mijn Amerikaanse vriend.

'Hij moest opeens denken aan een sprookje dat hij als kind gehoord had: een knappe jongeling en een mooi meisje liggen te slapen in een pagode. Ze worden beslopen door boze geesten. Om ze te waarschuwen vliegt een duif naar de gong in de negende laag van de pagode en stort zich er met zijn borst tegen aan. Hoewel er maar een heel zwak geluid opstijgt, worden de jongen en het meisje erdoor gewekt en weten ze op tijd weg te komen... De duif heeft zich echter te pletter gevlogen... '

'Hoe is het afgelopen met die man?' vroeg mijn vriend.

'Hij is nu al tien jaar uit de gevangenis. Hij denkt er nu als volgt over: niemand kan de Communistische Partij verslaan, behalve de Communistische Partij zelf. Dus moeten we wachten op verzet van binnenuit. Maar aan de andere kant vormt de Partij in China de enige vorm van gezag. Als zij uiteen valt, valt ook het gezag weg. Dus moet China het in de toekomst niet hebben van een bloedige oorlog, want daar zal nooit een overwinnaar uit te voorschijn komen. Op de eerste dag van de revolutie barst iedereen van het enthousiasme, maar wat gebeurt er op de tweede dag? Kijk maar naar Roemenie...'

'Als er geen eerste dag is, is er ook geen tweede dag!' zei mijn vriend opgewonden. 'Je vecht niet voor democratie vanwege al die intellectuelen, die weten wat het inhoudt, maar voor het gewone volk, dat geen benul heeft van wat democratie is. Als ze op het plein van de Hemelse Vrede...'

Tijdens onze verhitte discussie reden we in vliegende vaart verder. Op politieauto's hebben we niet meer gelet.