Aftreden premier Andreotti geeist wegens affaire-Gladio

ROME, 9 nov. De Italiaanse communistische partij heeft het aftreden geeist van premier Andreotti wegens de affaire rondom de geheime sabotage-eenheid Gladio. De rechter die de zaak aan het licht heeft gebracht, wil ook president Cossiga over de zaak horen.

Andreotti heeft in een toespraak tot de Senaat gistermiddag nadere informatie gegeven over Gladio, een organisatie die volgens hem geheel in de logica van de Koude Oorlog gezien moet worden en naar zijn weten geen enkele misdaad heeft begaan.

Van verschillende kanten zijn vermoedens geuit dat Gladio of leden daarvan betrokken zijn geweest bij terreuraanslagen die waren bedoeld om de communistische partij te treffen. De premier deed deze suggesties af als pogingen van politieke tegenstanders om de christen-democratische partij in diskrediet te brengen.

'Niemand kan eraan twijfelen dat enig oneigenlijk gebruik van de structuren (van Gladio) alleen kan hebben plaatsgehad buiten de richtlijnen van het ministerie (van defensie)', zei Andreotti. De communistische fractieleider in de Senaat, Ugo Pechioli, vond het antwoord van Andreotti zo onbevredigend, dat hij diens aftreden eiste.

Andreotti vertelde de Senaat dat het plan voor Gladio in 1951 is geboren en in 1956 is gerealiseerd, op grond van een akkoord tussen de Italiaanse en de Amerikaanse geheime diensten. Dit akkoord voorzag in 'gemeenschappelijke operaties in Italiaans gebied als dat door de vijand wordt bezet.' Drie jaar later werd Italie op voorstel van Frankrijk lid van een speciale NAVO-groep die de activiteiten van dergelijke guerrillagroepen in andere landen coordineerde, aldus Andreotti.

Voor mensen lid konden worden van Gladio, werd onderzocht of ze een strafblad hadden en of sprake was van 'andere contra-indicaties voor de democratische veiligheid', aldus Andreotti. De meeste Gladio-leden, in totaal 662, burgers die militaire ervaring hadden opgedaan in de Tweede Wereldoorlog of als dienstplichtige. Andreotti zei dat ze nu allemaal over de zestig zijn en dat hij de lijst met namen zal sturen naar de parlementaire commissie voor de geheime diensten.

Gezien het doel van Gladio, verzet bij een buitenlandse invasie, waren de meeste leden ervan gestationeerd in noordelijke regio's: Friuli Venezia Giulia, Veneto, Trentino en Lombardia. In 1963 kreeg de eenheid, die behalve voor sabotage- en guerrilla-acties ook werd opgeleid voor het in veiligheid brengen van vooraanstaande personen, de beschikking over 139 depots met wapens, munitie en communicatiemiddelen. Van deze geheime depots zijn er in 1972 en 1973 127 ontruimd. De overige twaalf waren niet meer bereikbaar.

Andreotti ging nauwelijks in op de vraag waarom drie premiers, de socialist Craxi, de republikein Spadolini en de christen-democraat Fanfani die overigens heeft gezegd dat de Amerikanen hem niet helemaal vertrouwden slechts zeer summier waren ingelicht over het bestaan van Gladio. De Italiaanse regering heeft de NAVO verzocht te onderzoeken of de politieke situatie zodanig is dat Gladio nog steeds bestaansrecht heeft, vertelde Andreotti.

Felice Casson, de rechter uit Venetie die door zijn vasthoudende onderzoek naar een extreem-rechtse aanslag het bestaan van Gladio aan het licht bracht, heeft gisteren gezegd dat hij ook president Cossiga wil ondervragen. Volgens Italiaanse kranten zou het de eerste keer zijn dat zoiets gebeurt.

Cossiga heeft verteld dat hij in 1966, als staatssecretaris voor defensie, de militairen heeft opgeroepen die de leden van Gladio moesten opleiden. Bij dezelfde gelegenheid zei hij 'vol bewondering' te zijn dat het bestaan van Gladio al die tijd geheim is gebleven.

Ook uit andere landen komen berichten over het bestaan van soortgelijke clandestiene organisaties. De Griekse generaal Nikos Kouris heeft de Corrieredella Sera verteld dat in 1983 het bestaan van een Griekse variant op Gladio werd ontdekt. Hij kreeg als voorzitter van de chefs van staven in 1984 van de toenmalige regering-Papandreou opdracht om dit netwerk te ontmantelen, ietswat vier jaar heeft gekost.

Volgens de nu gepensioneerde generaal Kouris was het document waarmee dit netwerk in 1955 werd opgericht, ondertekend door de toenmalige stafchef en door de directeur van de Amerikaanse inlichtingendienst. Hij zei dat het om 'extreem-rechtse mensen' ging die 'een netwerk buiten iedere controle' vormden. Gevraagd naar mogelijke betrokkenheid van deze groep bij de staatsgreep door Griekse kolonel in 1967, zei Kouris: 'Ik heb geen bewijzen, maar ik kan niet uitsluiten dat de groep hierbij een rol heeft gespeeld.'