Nieuw designblad met Europese pretenties;

Het voelt aan als zachte zijde. De aanblik is intrigerend en heeft niets van een schreeuwerig tijdschriftomslag. Geen in het oog springend beeldmerk, geen wervende koppen, geen haarscherpe kleurenfoto's. Het omslag is een fotomontage: boven een kaart van Nederland staart een oog vanachter een rond brilleglas de toeschouwer aan. Een verklaring ontbreekt.

Een klein rood vlekje aan de rechterkant van de voorpagina vestigt subtiel de aandacht op een regel tekst die verticaal langs de snijkant loopt. In drie talen Duits, Frans en Engels staat er: 'Het internationale tijdschrift voor grafisch ontwerp'. In het rode rondje staat de naam: Eye. Het beeldmerk is er, zij het ongewoon klein: een pupil, waarin als het ware de naam van het blad wordt gereflecteerd. Op pagina 1 keert het nog eenmaal terug, dit keer in groen bovenaan de bladzij. Doordat het rondje wordt aangesneden ontstaat de suggestie van een ooglid. Een dwingend beeld, krachtig door de eenvoud van het ontwerp.

Eye, waarvan het eerste nummer een dezer dagen uitkwam, wordt op de markt gebracht door dezelfde uitgever als Blueprint, het inmiddels ook buiten Engeland bekende maandblad over design en architectuur en verschijnt vier maal per jaar. Het is een initiatief van Rick Poynor, die er hoofdredacteur van werd. Poynor was eerder redacteur van Blueprint. De vormgeving van het blad wordt verzorgd door Stephen Coates, die ook de opzet maakte voor Blueprint. In de opmaak van de artikelen worden de drie talen met de illustraties geintegreerd. De oorspronkelijke taal van het artikel bepaalt welke taal de belangrijkste plaats inneemt.

Eye moet, zoals de ondertitel al aangeeft, het gezaghebbende grafisch ontwerptijdschrift van Europa worden. Een niet geringe pretentie. Maar te oordelen naar dit eerste nummer is de kans reeel dat het gaat lukken. Het tijdschrift presenteert zich nadrukkelijk als grafisch verzamelobject van hoge kwaliteit. Gezien de doelgroep een verstandige keuze. Er worden verschillende papiersoorten in verwerkt, de lithografie en druk zijn uitmuntend en de lay-out is opmerkelijk on-Engels door klaarheid en dynamiek.

Maar niet alleen uiterlijk onderscheidt het blad zich door op subtiele wijze kwaliteit en degelijkheid uit te stralen. De inhoud is er ook naar. De artikelen zijn leesbaar en informatief, soms zelfs boeiend.

Bijna een kwart van de inhoud van dit eerste nummer wordt ingenomen door een Nederlands onderwerp. De aanleiding vormt de tentoonstelling over de Nederlandse PTT, die daags na de lancering van Eye in het Londense Design Museum geopend werd. Gastconservator Gerard Forde beschrijft in historische vogelvlucht de liefde voor het ontwerp van postzegels en ander drukwerk, zoals die vanaf de jaren twintig traditie werd bij de PTT. Een tweede bijdrage behandelt de 'flexibele geometrie' van de huisstijl van de geprivatiseerde PTT.

Als ik na lezing van de andere artikelen (over ondermeer flying TV logos en de platenhoezen van het Blue Note label) het tijdschrift dichtsla, is het omslag mij plotseling duidelijk. De fotomontage is een detail uit 'Het boek van PTT', ontworpen door Piet Zwart in de jaren dertig. Het bebrilde oog is het oog van Eye

Ik zie al uit naar het volgende nummer.