Nederland is te voorzichtig in Golf-crisis

Ons land is al enkele keren verzocht een bijdrage te leveren aan de internationale strijdkrachten in Saoedi-Arabie. Eerst heeft de VS de NAVO-bondgenoten daartoe opgeroepen en daarna heeft Groot-Brittannie tweemaal een beroep op de WEU-partners gedaan. Volgens kranteberichten vroegen de Britten begin vorige week om geneeskundige troepen, een NBC-ontsmettingseenheid, genietroepen, een veldhospitaal, een ambulance en een hospitaalschip. Nederland heeft daar tot nu toe niet positief op gereageerd.

Het kabinet vindt dat Nederland al genoeg doet. Het neemt met twee fregatten en een bevoorradingsschip deel aan de zeemacht in de Golf, die toeziet op de naleving van de VN-handelsboycot. Nederland heeft kleding en injectiespuiten tegen gifgas geleverd en enkele mariniers met luchtdoelraketten voor de beveiliging van Belgische en Deense schepen ter beschikking gesteld. Het aanbod om F-16's naar een land in de regio te zenden om het luchtembargo te inspecteren is door Turkije en andere staten niet aanvaard.

Een grotere bijdrage levert moeilijkheden en risico's op. De landmacht zou geen materiaal hebben voor een woestijn-oorlog en problemen krijgen met dienstplichtigen die niets verplicht zijn als er geen NAVO-gebied wordt bedreigd. De mariniers, grotendeels vrijwilligers, zouden te licht bewapend zijn. En een luchtmachtbijdrage zou in de Golf niet zo nodig zijn. Zodra er meer wordt gedaan dan we al doen, kunnen er problemen met een van de coalitiefracties in de Tweede Kamer ontstaan. Het CDA heeft voorzichtig geopperd dat er misschien grondtroepen zouden moeten worden gezonden, maar weet dat de PvdA daar thans niets voor voelt. De VVD heeft voorgesteld mariniers te zenden, maar daar is het kabinet niet op ingegaan. De afhoudende opstelling zou alleen kunnen veranderen als de Veiligheidsraad van de VN zou besluiten, een VN-troepenmacht samen te stellen, zo wordt in Den Haag gesteld.

Weinig risico

Het kabinet en de Tweede Kamer lopen met dit beleid weinig risico. Met de drie schepen lijkt het alsof Nederland al een groot aandeel neemt. Maar omdat ze ver van Koeweit varen en geen rol kunnen spelen bij militaire acties om Irak uit Koeweit te verdrijven, blijft Nederland buiten de gevarenzone. Misschien is er zo tegelijkertijd een kans, om het personeel van de baggerbedrijven uit Irak naar huis te krijgen. Ons land trekt nu niet de aandacht van Saddam Hussein.

Deze voorzichtige lijn laat een kans liggen om een concrete bijdrage te leveren aan de centrale opgave waar de wereldgemeenschap nu voor staat: een multi-nationale strijdkracht op de been te brengen die in beginsel in staat is om Irak ertoe te bewegen Koeweit te ontruimen en de Veiligheidsraadsresoluties te eerbiedigen. Te hopen is, dat het niet tot een militaire krachtmeting met Irak zal komen. Om de kans op een vreedzame oplossing te vergroten, moet de wil en het vermogen worden gedemonstreerd om zonodig militaire sancties te treffen. Dat betekent dat het thans draait om het demonstratie-effect dat van een multinationale strijdmacht in Saoedi-Arabie moet uitgaan.

De VS hebben daaraan veruit de grootste bijdrage geleverd. De Britten en Egyptenaren doen behoorlijk mee, en een aantal andere landen is present met bescheidener bijdragen. Nederland heeft nog niet getoond, in Saoedi-Arabie medeverantwoordelijkheid te willen dragen, althans niet zolang er geen officiele VN-strijdmacht is gevormd. De diverse excuses waarom Nederland zelfs geen geneeskundige troepen of een ontsmettingseenheid tegen gifgas naar Saoedi-Arabie zendt, tonen dat het moeilijke werk voorlopig liever aan andere landen wordt overgelaten.

Nederland loopt graag voorop in ontwikkelingssamenwerking, in internationaal milieubeleid, rechten van de mens en vraagstukken van wereldrechtsorde. Dat is prachtig. Maar als het aankomt op handhaving van de eerste grondregel van het volkenrecht: 'Gij zult geen andere landen veroveren', zijn wij dan wel bereid echt risico's voor onze overtuiging te lopen? Waar het om draait is, te demonstreren dat de landen die het voortouw hebben genomen, vooral de VS, Groot-Brittannie en Egypte, op meer dan voor de hand liggende, maritieme steun van ons land kunnen rekenen.

Zwartrijders

In het Amerikaanse Congres en bij het publiek heerst al jaren een zeer negatief beeld van veel Westeuropese bondgenoten, die als de 'zwartrijders' van het veiligheidsbeleid worden voorzien. Ze rijden graag mee in de NAVO-bus die door de VS wordt bestuurd en voor een groot deel ook door de VS wordt betaald, maar de Europeanen sjoemelen met hun strippenkaarten. Het Amerikaanse verwijt van onbillijke lastenverdeling is soms overdreven, maar de Amerikaanse politieke stemming is zeer negatief. Die beeldvorming schaadt het lange-termijnbelang van West-Europa en belast de soms gespannen trans-atlantische verhoudingen.

Een positief antwoord op het recente Britse verzoek aan de partnerlanden van de Westeuropese Unie om onder andere geneeskundige troepen te leveren, zou de geloofwaardigheid van ons land verhogen en als gevolg daarvan de Nederlandse invloed in multilaterale kaders versterken. Dat zou tevens betekenis hebben buiten de Golf-kwestie, namelijk ook op andere terreinen die van betekenis zijn voor de belangen en waarden van ons land. Nederland moet zich niet verschuilen achter het feit dat er geen VN-troepenmacht is gevormd. Hopelijk komt die er nog. In elk geval staan wij dan al klaar in het gebied waar het om gaat. En als de VN niet in staat is het over een VN-macht eens te worden, heeft Nederland in elk geval aan onze bondgenoten en Arabische vrienden getoond, een land te zijn waar zij staat op kunnen maken.