Milieuconferentie eens over ontwerpen verdrag broeikaseffect

GENEVE, 8 nov. - Op korte termijn zullen in Washington onderhandelingen beginnen over een internationaal verdrag om de opwarming van de aarde, het zogeheten broeikaseffect, tegen te gaan. Dat is gisteren afgesproken op de tweede wereldklimaatsconferentie van de Verenigde Naties, die de afgelopen dagen in Geneve werd gehouden. De VN-conventie ter bescherming van het klimaat moet in 1992 klaar zijn.

Aan de Geneefse bijeenkomst werd deelgenomen door milieuministers uit ruim 130 landen. Vooral de delegaties van de Europese Gemeenschap en andere Europese landen stonden scherp tegenover die van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Saoedi-Arabie. Japan, dat zich vorig jaar op een soortgelijke bijeenkomst in Nederland nog geheel en al in het Amerikaanse kamp bevond (waar sterk getwijfeld wordt over de vraag of er werkelijk een klimaatsverandering gaande is), is kortgeleden van gedachten veranderd en is nu ook voorstander van maatregelen tegen de wereldwijde emissies van kooldioxide.

Volgens wetenschapsmensen, die voorafgaand aan de ministersconferentie al in Geneve bijeenkwamen, bestaat er thans geen twijfel meer over dat het klimaat inderdaad verandert en dat het de laatste eeuw, vooral sinds het begin van de jaren tachtig, op aarde steeds warmer wordt, ook al zijn er regionale verschillen. Onzekerheid bestaat er nog wel over de vraag of de temperatuurstijging echt het gevolg is van overmatig menselijk energieverbruik en daarmee samenhangende emissies van kooldioxyde. De wetenschappers zijn van mening dat die onduidelijkheid het nemen van beperkende of stabiliserende maatregelen voor de uitstoot van kooldioxideniet in de weg mag staan.

Volgens de Amerikaanse delegatie in Geneve betekent deze onzekerheid dat de VS nu nog niet kunnen meewerken aan het formuleren van doelstellingen van strategieen om de eigen kooldioxyde-emissies forser aan te pakken dan nu al zou gebeuren. De Amerikaanse regering weigert maatregelen te nemen waarvan, zowel milieuhygienisch als economisch, niet vaststaat of zij effectief zijn. Wel zijn de VS bereid om mee te werken aan het raamwerk van het wereldklimaatsverdrag dat in 1992 op de VN-milieuconferentie in Rio de Janeiro zal moeten worden gesloten.

Volgens de milieu-organisaties die in Geneve volop aanwezig waren, was de conferentie een fiasco, maar krijgen de milieuministers in Washington nog een kans om tot bindende afspraken te komen. Voor de Europese milieuministers, die van Duitsland voorop, was de conferentie, vooral door de houding van de VS en de Sovjet-Unie, evenzeer een teleurstelling. Over de opstelling van de Sovjet-Unie werd ter verontschuldiging, onder meer door de Nederlandse minister Alders, aangevoerd dat zij nog niet veel aan het milieu kan doen omdat haar economie in een 'overgangsfase' verkeert.

De Amerikaanse delegatieleider, onderminister Knauss, wees erop dat het (nog niet uitgewerkte) akkoord van de EG-milieu- en -energieministers, om de CO2-emissies in 2000 niet boven het peil van 1990 te laten komen, nog erg onduidelijk is. Daarom zou het niet tot voorbeeld van de VS of andere landen gesteld kunnen worden. Volgens onderminister Knauss is er geen enkel land in de wereld dat zoveel aan milieuzorg doet als juist de VS. Ten bewijze daarvan herinnerde hij aan de Amerikaanse wetgeving over schone automotoren en de nieuwe wet tegen de luchtvervuiling.