Lagere EG-import veevoer treft Derde wereld

AMSTERDAM, 8 nov. De door de EG voorgestelde beperking van graanvervangende veevoederimporten moet volgens Europarlementarier Eisso Woltjer (PvdA) worden versoepeld voor ontwikkelingslanden. 'Exporterende ontwikkelingslanden die nauwelijks alternatieven voor handen hebben, kan deze export niet zomaar worden ontnomen.'

Woltjer, die voor het Europees Parlement rapporteert over de GATT-onderhandelingen, zei dit gisteren op een congres van de Vereniging voor een nieuw ontwikkelingsbeleid (NIO) over de EG-veevoerimporten. Hij vindt een invoerbeperking van graanvervangende veevoeders ('rebalancing') door heffingen en quota op zichzelf gerechtvaardigd, omdat volgens hem anders de steun aan de Europese graansector niet kan worden verminderd. Vooral de Fransen zijn voorstander van 'rebalancing', omdat dit hen de mogelijkheid biedt hun graan aan de veevoederindustrie te verkopen.

De grootste veevoerexporteurs zijn de Verenigde Staten (sojabonen, maisgluten), Brazilie (sojaschroot en citruspulp) en Thailand (tapioca). De EG kent al sinds 1982 een heffing van zes procent en een quotum voor import van Thaise tapioca. Het kost Thailand elk jaar naar schatting 200 miljoen dollar aan export-inkomsten. 'En de arme boeren in het noordoosten zijn de belangrijkste slachtoffers', legde de Thaise boerenleider Jarin Boommathya gisteren op het congres uit.

Het EG-voorstel dat nu op tafel ligt treft de Verenigde Staten minder hard dan ontwikkelingslanden. De EG wil een heffing van zes procent leggen op de import van sojabonen, die vooral uit de VS komen. Voor sojaschroot en cocosschroot (uit bijvoorbeeld Brazilie, Argentinie en de Filipijnen) zou een importheffing van twaalf procent moeten gelden.

Topambtenaar W. J. Laan van het ministerie van landbouw (tropische produkten) verwacht dat de discussie over 'rebalancing' de GATT-onderhandelingen zwaar zal belasten. Met de Verenigde Staten is volgens hem misschien een compromis mogelijk door 'het uitruilen' van concessies. Met de ontwikkelingslanden zal dat veel moeilijker zijn. Die zouden dan het nakijken hebben, aldus Laan.