Gemeentegarantie voor hypotheek blijft

DEN HAAG, 8 nov. - Gemeentegarantie bij hypotheekverlening voor de aankoop van woningen blijft. Wel worden de regels aangepast om de financiele risico's voor gemeenten en rijk te verkleinen.

Dit heeft staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) de Tweede Kamer laten weten. Heerma neemt grotendeels de conclusies over van een werkgroep die de voor- en nadelen van de gemeentegarantie heeft onderzocht. Volgens deze werkgroep is gemeentegarantie een effectief en relatief goedkoop middel om het eigen-woningbezit te bevorderen. Banken of andere financiers eisen van de koper dikwijls dat hij een gemeentegarantie kan overleggen, wil hij voor een hypotheeklening van 100 procent in aanmerking komen.

De staatssecretaris heeft besloten per 1 januari 1991 een aantal regels te wijzigen. De maximumprijs voor alle woningen waarvoor bij aankoop gemeentegarantie kan worden verstrekt wordt 250.000 gulden. Nu zijn die maxima voor bestaande woningen 200.000 en voor nieuwe woningen 275.000 gulden. Ook wordt voor bestaande woningen een taxatierapport verplicht. Heerma wil laten onderzoeken of van de kopers van woningen een vergoeding voor de gemeentegarantie kan worden gevraagd.

Blijkens het rapport schatten financiers dat ruim de helft van de uitstaande hypotheekleningen niet zou zijn verstrekt zonder gemeentegarantie. De verliezen die gemeenten en rijk hebben geleden doordat huizenkopers niet aan hun financiele verplichtingen konden voldoen, belopen sinds 1956, toen het systeem werd ingevoerd, 450 miljoen gulden. Een negatieve uitschieter was het jaar 1984 toen gemeenten en rijk samen voor 127 miljoen gulden op de garantie werden aangesproken en 2.500 woningen gedwongen werden verkocht. De laatste jaren bedraagt het verlies ongeveer 60 miljoen, bij een gemiddelde gedwongen verkoop van 1.300 woningen. Per jaar worden ruim 100.000 garanties verstrekt.