Filmhuizen tonen de Gouden Eeuw van de western

DELFT, 8 nov. - Hoewel westerns eigenlijk alleen nog maar op buitenlandse televisiezenders en af en toe in het Filmmuseum te zien zijn, heeft hun beeldtaal een onuitwisbaar stempel gedrukt op de populaire cultuur. Een deel van het jonge publiek dat deze zomer naar Back to the Future III ging kijken, maakte dan ook waarschijnlijk voor het eerst kennis met de oorsprong van de in reclame, videoclips, mode en popmuziek alom aanwezige western-'ikonen'. De western staat nog steeds voor een mannelijke, stoere no-nonsense-cultus, die het best tot uitdrukking komt in de universele populariteit van de spijkerbroek en de reclamecampagne voor de meest gerookte sigaret terwereld.

Pim Oxener, Pieter van Haeften en Martin van Broekhoven, de programmeurs van Filmhuis Delft, vonden het hoog tijd acht van de meest bekende Amerikaanse westerns weer eens te vertonen. Daarvoor moesten kopieen uit het buitenland geimporteerd worden en dat is een dure aangelegenheid. Het Delftse filmhuis is altijd een van de meest inventieve vertoners uit het voormalige 'vrije circuit' geweest. Daarom benaderden ze Philip Morris Nederland, importeur van de cowboy-sigaret waarvan iedereen de naam kent, met een verzoek tot sponsoring. Zonder veel moeite bleek deze bereid 14.000 gulden bij te dragen in ruil voor het vertonen van een reclamespot voorafgaand aan de hoofdfilm en het afdrukken op het affiche van Horizons West van de foto uit de meest recente Marlboro-campagne: drie ruiters, onder wie de bekende roker met witte hoed, rossige snor en rood overhemd, te midden van opspattende waterdruppels. De merknaam ontbreekt en duikt pas op de achterkant van het affiche op, boven de programmagegevens.

Pim Oxener benadrukt dat sponsoring geen panacee is voor de financiele moeilijkheden van de gesubsidieerde filmvertoners: 'Er moet wel een logisch verband zijn tussen de sponsor en de films die je wilt laten zien. En dan bedoel ik niet een smartlappen-programma gesponsord door een fabrikant van papieren zakdoekjes'. De afkeer van commercie in de filmhuiswereld bestaat ook nog steeds. Voor sommige filmhuizen was de sponsor-constructie reden om niet mee te doen, twee van de zes die de films wel vertonen, bedongen dat hun scherm gevrijwaard blijft van de reclamespot. De strijd tussen rekkelijken en preciezen is dan ook nog lang niet beeindigd, maar Filmhuis Delft bereikte wel een doorbraak in de sombere klaagzang van de 'alternatieve vertoners' door de mogelijkheid van particulier initiatief aan te tonen. Met name voorde tabaksindustrie, die het met de voortschrijdende regulering en'taboeisering' van het roken ook niet gemakkelijk heeft, opent Horizons West weidse vergezichten. Het moet mogelijk zijn een historisch filmprogramma samen te stellen over de samenhang tussen rookgenot en filmglamour: van Lauren Bacall die een vuurtje vraagt via de elegante sigarettepijpjes van Marlene Dietrich en Erich von Stroheim tot de uit de mondhoek van Jean-Paul Belmondo bungelende gauloise en de oorverdovende opstekers in Wild at Heart.

Over de inhoud van het programma Horizons West kunnen we kort zijn. Het is een eerste les, de 'papa fume la pipe' van het genre. Tussen John Fords eerste klassieke western Stagecoach uit 1938 en Sam Peckinpah's eerste 'moderne western' Ride the High Country (1961) ingeklemd zijn zes ooit tot het ABC van elke cinefiel behorende titels geklemd, alle uit de Gouden Eeuw van de western, de jaren vijftig. Er zijn keurig een Hawks (Rio Bravo), een Ford (The Searchers), een Mann (Winchester 73), alsmede de epische klassieker Shane van Stevens, en twee films die het opnemen voor de indianen: Daves' Broken Arrow en Fullers Run of the Arrow.

In zes van de acht komen een of meer van de zeven bekendste filmcowboys voor: John Wayne, Gary Cooper, James Stewart, Henry Fonda, Glenn Ford, Randolph Scott en Joel McCrea. Gesneden koek, zou je denken. Toch bleek bij de voorvertoning uit de reacties van een deel van het publiek dat het nog nooit een western gezien had: gegiechel bij de shoot-out, gemor over de blanke ziel van de pioniersvrouw, verrukking over de monumentale landschappen en onbegrip voor het schematische, nu bijna symbolisch geworden geweld. Het bedrijfsleven vervult dus een nuttige culturele functie door deze vorm van permanente educatie mogelijk te maken.