'Een bruid in de morgen' als openbare repetitie

Volgens een regieaanwijzing uit 1953 van Hugo Claus mag het decor van Een bruid in de morgen niet realistisch ogen, 'daar dit geen realistisch stuk is'. De kamers moeten 'schetsmatig' zijn weergegeven. Mirjam Grote Gansey is daaraan tegemoet gekomen en ontwierp voor de voorstelling van Stichting Cervelaat een in drieen gehakt jaren '50-interieur.

De eetkamer, zitkamer en slaapkamer - grijze behangetjes, uiterst sobere inrichting - zijn zo welbewust van elkaar gescheiden dat ze ook drie verschillende werelden zouden kunnen verbeelden. De eetkamer is het imperium van de volwassenen, vertegenwoordigd door vader en moeder Pattini. Samen zitten ze aan tafel, omdat ze niets beter te doen hebben: hij, een mislukte componist die stil en somber sleutelt aan zijn nimmer voltooide concerto; zij, een huisvrouw die haar opgekropte zenuwen met moeite de baas is. Ze gaan gebukt onder de grauwsluier die over het dagelijks leven hangt in een Vlaamse provinciestad.

De slaapkamer is het domein van de astrante pubers Thomas en Andrea. Hier hebben de volwassenen geen toegang. Andrea, in veel opzichten de vrouwelijke versie van Holden Caulfield, ligt lusteloos op bed: ze weet dat de intieme relatie met haar broer spoedig is afgelopen nu hij heeft toegestemd in het gearrangeerde huwelijk met zijn nicht. Andrea, die met Thomas had willen wonen 'in een huis midden in de weiden, tussen struiken', zodat niemand ze had kunnen vinden, kiest de zitkamer om een eind te maken aan haar leven. Dit is een stukje niemandsland.

Claus' drama springt van kamer naar kamer en van scene naar scene. Impressies lijken belangrijker dan een zorgvuldig uitgebalanceerde dramatische verhaallijn. Regisseuse Marcelle Meuleman heeft daar blijkbaar geen afbreuk aan willen doen en een springerige voorstelling gemaakt die veel weg heeft van een openbare repetitie. Als de acteurs - zowel jonge amateurs als professionele volwassen spelers - geen tekst hebben, verdwijnen ze niet van het toneel, maar kijken naar de anderen en wachten tot ze weer aan de beurt zijn. Dat wekt de indruk of alles wat ze doen en zeggen maar terloops is. Bovendien heeft de souffleuse zich zo opgesteld dat we haar goed kunnenzien.

Is deze quasi-ongedwongen opstelling de manier om duidelijk te maken dat Eenbruid in de morgen geen realistisch stuk is? Ik vind het nietovertuigend.