Duitsland kan Gorbatsjovs hoge verwachtingen niet inlossen; Een Duitse bankier: Je kunt die 17 miljoen apparatsjiks nueenmaal niet ophangen; 'Juist de Duitsers hebben redenen de Sovjet-Unie nietaan haar lot over te laten'

BONN, 8 nov. Anderhalf jaar geleden kwam hij als een reusachtige politieke vredesprins naar Bonn om de Westduitsers 'een nieuwe verhouding' met de Sovjet-Unie aan te bieden. Hij kwam, zag en werd in twee junidagen de lieveling van de media en de bevolking van de Bondsrepubliek. Het hevige gekraak uit zijn eigen wereldrijk verdween achter een oorverdovend applaus, even vergat iedereen dat hij thuis eigenlijk allang op lemen voeten liep.

Morgen komt Michail Gorbatsjov opnieuw voor twee dagen op bezoek, nu bij de verenigde Duitsers en hun kanselier Helmut Kohl met wie hij inmiddels bevriend is geraakt en bij wie hij ook thuis in Oggersheim langsgaat. Naar Bonn komt de Sovjet-president om een vriendschaps- en samenwerkingsverdrag voor twintig jaar te tekenen, waarboven met witte inkt geschreven staat: HELP!

Want de verenigde Duitsers zijn, of ze wllen of niet, intussen in Moskou uitgeroepen tot eerste betaalmeesters van de perestrojka en dus ook tot stut en steun van het afbrokkelend centraal gezag van het Kremlin. Maar kunnen de Duitsers dat, die gigantische last dragen, de hoge verwachtingen in Moskou en in Gorbatsjovs uiteenvallende rijk inlossen?

Nee, dat kunnen zij niet. Scepsis overheerst nu, een maand na de totstandkoming van de Duitse eenheid (3 oktober). Bij de regering in Bonn, in de hoofdkantoren van de banken in Frankfurt en bij de Duitse exportindustrie is daaromtrent de 'Grote Paradox' in zicht gekomen. Ieder die de Sovjet-Unie wil helpen op haar weg naar de markteconomie komt voor een soort T-splitsing te staan. Wie kiest voor de logische economische weg, namelijk regionale decentralisatie en grotere zelfstandigheid op lagere niveaus, ondermijnt tegelijkertijd het centrale gezag in Moskou. Maar wie om politieke redenen Gorbatsjovs centrale gezag blijft steunen, en daarmee ook de Moskouse ministeries en de zeventien miljoen apparatsjiks die afkerig zijn van vernieuwing, maakt een echte economische transformatie tussen Brest en Wladiwostok praktisch onmogelijk.

Dr. Kersten Oschmann, Sovjet-expert bij het verbond van Duitse industriele bedrijven (BDI) in Keulen, wil wel een flinke tip van de cynische sluier oplichten. 'Ach heren, we spelen het spel mee. Je kunt het een en het ander doen. In Moskou doen we daarom ook wel Luftgeschafte, alles haalt immers de krant, beide kanten hebben daarbij belang. Het is nodig om met Moskou zaken te doen om psychologische redenen, en dat het om psychologie gaat weet men daar ook wel. Alleen zo is het nu immers mogelijk om het elders, in de republieken, over een andere boeg te gooien.'

Die Sovjet-Duitse toneelstukjes in Moskou maken de weg vrij voor rechtstreekse industriele contacten met vernieuwende en nu ook meer zelfstandige bedrijven in de Oekraine, de Witrussische republiek, de Baltische landen. Beide partijen, de Duitse industrie en naar regionale zelfstandigheid strevende bedrijven, weten dat dit markteconomisch de enige begaanbare weg is.

Maar het centrale gezag lijdt daaronder, want die staatsbedrijven krijgen zo uit het Westen een extra stimulans om zich los te maken van Moskou. En, legt Oschmann uit, Duitse industriebedrijven moeten een jarenlange 'veilige' praktijk veranderen. 'U moet zich dat eens voorstellen. Tot voor kort kon de export-manager van een Duits bedrijf af en toe naar Moskou gaan en daar afspraken maken met zijn vaste ambtelijke gesprekspartners. Zo'n man had dan aan het eind van het jaar voor 200 miljoen mark gegarandeerde zaken gedaan, dan nam hij een goede slok in zijn hotel en keerde tevreden huiswaarts.

'Dat wordt nu heel anders. Nu moet diezelfde veertiger of vijftiger dagen en dagen naar een derderangs hotel in Charkov, Kiev of Minsk, desnoods zelfs naar een container die we daar neerzetten. Daar mag hij moeizaam proberen om een contract van tien miljoen te sluiten met een lokaal bedrijf. En dan moet hij vaak daarnaast ook nog zelf voor een compensatie-deal zorgen. Dat wil zeggen: hij moet zijn partners eerst via een andere export-order aan de nodige deviezen helpen. Wat denkt U dat die man, die gisteren nog via Moskou 200 miljoen omzet maakte, thuis te horen krijgt als hij met zulke contractjes aankomt?'

Er is nog een paradox te noteren. Gorbatsjov mag de Bondsrepubliek dan namens 270 miljoen landgenoten als eerste betaalmeester op de weg naar de markteconomie komen 'protocolleren', voor de Duitse export-industrie is de reusachtige Sovjet-Unie in feite maar een heel kleine klant. 'De grote bazen van de Duitse industrie knikken braaf als Kohl hen in Bonn uitnodigt meer aan de Oosthandel te doen. Maar men moet wel weten dat onze totale handelsomzet met de Sovjet-Unie, China, Noord-Korea en Vietnam even groot is als met Denemarken', zegt Oschmann. Het klinkt tamelijk cynisch in tijden dat aan allerlei conferentietafels elders opgewekt over dat ene Europese huis van Michail S. Gorbatsjov wordt geconfereerd.

Maar zo somber is het ondanks de beperkte mogelijkheden in de bestaande situatie toch ook weer niet. Want de Duitse export-industrie heeft wel degelijk belangstelling voor de Sovjet-Unie, zij ziet op iets langere termijn echt grote kansen. De Oosteuropese expert van de Duitse Centrale kamer van koophandel in Bonn (de DIHT), dr. Helmut Giesecke, schetst ter adstructie een geopolitiek beeld. Daarin is de economische ontwikkeling van Zuid-Amerika als het ware de natuurlijke taak van de VS en Canada. De Westeuropeanen, in het bijzonder de Duitsers, moeten voor Oost-Europa zorgen. 'Afrika moet helaas worden afgeschreven', zegt hij kortweg.

Bij de DIHT, de BDI en in de bankwereld in Frankfurt is men overtuigd van de perspectieven die de grote potentiele rijkdom van de Sovjet-economie biedt. Zeker, de bestuurlijke chaos is groot, het transport en het management zijn in een rampzalige toestand, alleen al daardoor gaan 30 tot 35 procent van de oogst en de oliewinning verloren. Obstructie, sabotage, afpersing, georganiseerde diefstal (Giesecke laat het woord mafia vallen) komen op grote schaal voor het zijn vertrouwde zwarigheden.

Niettemin, juist de Duitsers hebben historische, economische en geopolitieke redenen om de Sovjet-Unie niet aan haar lot over te laten. Dat geldt net zo goed voor Oost-Europa. 'In wezen gaat het ook om de beheersbaarheid van een groot vraagstuk dat op ons afkomt: De Oder-Neissegrens scheidt immers 300 miljoen rijke Westeuropeanen van 300 miljoen arme Oosteuropeanen', zegt Jan Baechle, vice-president van de Commerzbank. Niet alleen in de Duitse politiek maar ook in de industriele en bancaire wereld is men zich er volledig van bewust dat het verenigde Duitsland juist ook in Oost-Europa nieuwe verantwoordelijkheden moet gaan dragen.

Op de zestiende etage van de modale Frankfurtse wolkenkrabber waarin deze bank haar hoofdkwartier heeft, bevestigt Baechle dat de dagen dat de Bondsrepubliek met een kunstmatig laaggehouden politiek profiel door de wereld kon stappen nu wel voorbij zijn. 'Ons gemakkelijke leven van de afgelopen decennia is verleden tijd'. Bovendien, het gaat hier niet om offers, of om het beschermen van de nog heel bescheiden Duitse investeringen (100 miljoen D-mark). Nee, meent ook Baechle, op langere termijn belooft de handel met een veranderde Sovjet-Unie heel veel. Hij wijst op de landbouwpotentie, de fantastische bodemschatten van de Sovjet-Unie, haar ingebakken betrouwbaarheid als handelspartner. Aan zulke perspectieven mogen en willen de Duitsers zich niet onttrekken, al erkent hij dat er nu in feite nog 'pas op de plaats' wordt gemaakt.

We vragen bankman Baechle wat hij vindt van het recente, verrassend grote Italiaanse krediet (5 miljard dollar) voor Moskou (veel meer dan in Parijs en Madrid in Gorbatsjovs hoed werd gedaan). Bij de Duitse industrie heeft dit nieuws signaalwaarde gehad, men zag daardoor bevestigd dat de Italianen in de Sovjet-Unie de grootste concurrenten zijn (BDI-expert Oschmann: 'Zij opereren stil en intelligent').

Maar Baechle acht de Sovjet-problemen veel te groot om in termen van concurrentie te spreken. 'Wat is 5 miljard uit Rome of Bonn nu helemaal voor 270 miljoen Sovjet-burgers?'. Hij ziet de huidige kredietacties als 'tekens van goede politieke wil, zij het wel op kosten van de belastingbetalers'.

Van veel meer belang is voor hem dat er spoedig meer helderheid komt in de verhouding tussen Moskou en de Sovjet-republieken. De Duitse banken, de zijne financiert zo'n elf procent van de totale export, zouden omwille van de overzichtelijkheid graag zien dat de Sovjet-Unie een betere federale wetgeving krijgt. De handelspolitieke coordinatie moet in elk geval bij de Bank voor buitenlandse handel in Moskou blijven, die betrouwbaar is en daardoor bij de Duitse bankiers een goede reputatie heeft. Zoiets hoeft de ook noodzakelijke economische decentralisatie niet te beletten, de bank zou immers regionale filialen kunnen hebben, zegt hij erbij.

'En bovendien, er is voor het managen van de buitenlandse handel geen alternatief, de Sovjet-republieken beschikken eenvoudig niet over de expertise om daarvoor regionale banken zelfstandig te laten functioneren'. Baechle noemt hier de Duitse Bundesbank en de Amerikaanse FED als geslaagde voorbeelden met een federatieve structuur. Volgens hem zal het binnen twee jaar ook die kant op gaan. Want, vervolgt hij, dat is de enige manier om de totale exportbasis van de Sovjet-Unie te verstevigen en de deviezen te verdienen die nodig zijn om zowel de eigen economie overeind te helpen als Westerse produkten te importeren.

In de huidige situatie kan men trouwens aan de tegenstribbelende Nomenklatoera in de Sovjet-Unie niet voorbij gaan. Daarom moet er in het verkeer met Moskou wel worden geschipperd. 'Je kunt die zeventien miljoen apparatsjiks nu eenmaal niet ophangen', zegt Baechle. Maar er behoort, vindt hij, nu eindelijk wel een handelspolitieke glasnost in de Sovjet te komen. Zolang financiele reserves in Moskou nog als staatsgeheim worden behandeld, zolang Sovjet-premier Ryzjkov de ene dag nog roept 'de Russische diamanten zijn van ons' en de Russische premier Jeltsjin de volgende dag 'nee, van ons', ontbreekt het aan de nodige helderheid en voorspelbaarheid. 'Zolang zullen de Duitse banken zich afwachtend opstellen. Met tranen in de ogen, dat wel, want op langere termijn gaat het hier om een reusachtige markt.'

'Het zou prachtig zijn als Gorbatsjov die helderheid zou verschaffen nu hij op bezoek komt, kanselier Kohl moet daarop beslist aandringen. Van de buitenlandse schuld van de Sovjet-Unie, laat die 50 miljard dollar zijn, ligt niemand wakker. Nee, het is die vervloekte onzekerheid die de internationale financiele wereld zorgen baart.'

Dreigt er dadelijk toch niet een grote politieke ontnuchtering als in volle duidelijkheid blijkt dat ook de Duitse economie en de Duitse export-industrie niet in staat zijn om het wonder te 'leveren' dat Gorbatsjov voor de korte termijn zo nodig heeft? Zal Bonn dan niet het verwijt krijgen dat het, om in Moskou groen licht voor de Duitse eenheid te krijgen, uit politiek opportunisme eerst allerlei misverstanden heeft laten ontstaan?

Nee, dat betwisten onze gesprekspartners om strijd. In Bonn zegt Helmut Giesecke, de DIHT-deskundige, het met klem zo: 'De Duitse industrie heeft nooit zoiets beloofd, dat kan zij niet eens. Onze politici hebben ook steeds verstandig en voorzichtig (mit Augenmass) geopereerd. Bovendien weet iedereen, ook in Moskou, dat de Duitse eenheid ons de komende vijf jaar zeer veel geld gaat kosten. Er is geen sprake van plotseling cynisme jegens de Sovjet-Unie nu die eenheid een feit is.'

Al met al: de Duitse verantwoordelijkheid mag dan groot zijn, en de benarde Sovjet-chef mag zijn hoop dan op Bonn hebben gevestigd, het politieke belang voor Moskou lijkt voorshands nog omgekeerd evenredig aan wat er realiter voor de Duitse industrie in het geding is. Want, zoals Jan Baechle het kalmpjes zegt: 'Als de Sovjet-Unie morgen van de landkaart zou verdwijnen verandert er aan het nationaal inkomen van de Bondsrepubliek helemaal niets'.