Bulgarije zinkt snel weg in machteloosheid en misere; De vraag is niet of maar wanneer de lichten uitgaan

ROTTERDAM, 8 nov. - Het lijkt in Bulgarije niet langer de vraag of de lichten uitgaan, maar wanneer ze dat doen. Politiek zinkt Bulgarije snel weg in een moeras van machteloosheid en economisch is de malaise zo groot dat in beschouwingen over de komende winter zelfs het woord hongersnood valt.

Economisch staat het land aan de rand van de afgrond. Door de langdurige droogte van deze zomer is de oogst mislukt en veel voedselprodukten zijn gerantsoeneerd of alleen op de zwarte markt te krijgen voor prijzen die de gewone man niet meer kan betalen. Melk, kaas, bakolie en vlees zijn al net zo min te vinden als tientallen andere produkten, van sokken tot lucifers en van koelkasten tot zeep. Zestig procent van de produkten is alleen op de zwarte markt verkrijgbaar. Bier is er niet meer - althans niet in de winkels, want er is wel bier, en er zijn zelfs flessen, maar er zijn geen doppen, want die moeten worden ingevoerd en daar is geen geld meer voor.

De Golfcrisis en de weigering van de Sovjet-Unie om Bulgarije zelfs maar de overeengekomen hoeveelheden olie te leveren hebben die malaise voor de burger nog vergroot. Benzine is op de bon en de automobilist moet zes uur wachten voordat hij aan de pomp aan de beurt is en dan heeft hij nog maar recht op 35 liter per maand. Elektriciteit is ook al gerantsoeneerd: na elke drie uur gaat een uur lang het licht uit. Bovendien is energie onbetaalbaar geworden. Een gemiddeld gezin geeft tweederde van een maandloon uit voor de verwarming van een kamer. Van Irak had Bulgarije nog 1,3 miljard dollar te goed - te voldoen in olie - toen de Golfcrisis losbarstte. Op dat geld of die olie hoeft Sofia niet langer te rekenen en voor olie op de vrije markt is geen geld. Al in maart kon Bulgarije zijn betalingsverplichtingen niet meer nakomen.

Met de produktie is ook de export van voedingsmiddelen ingestort. De centrale planeconomie is verdwenen zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen, en omdat de staatsboerderijen niet weten wat er komen gaat hebben ze collectief de handen in de schoot gelegd. Ook als de export niet zou zijn ingezakt, zou Bulgarije overigens met betalingsproblemen kampen. Het wikkelde vroeger - dat was makkelijk en veilig - vrijwel zijn hele buitenlandse handel met de Sovjet-Unie af. Nu die afnemer is weggevallen, kunnen de Bulgaren niet snel genoeg overschakelen naar export in een andere richting om de huidige problemen het hoofd te bieden. Bulgarije is traditioneel een voedselexporteur, maar de tekorten zijn zo groot dat de uitvoer van voedsel geheel is verboden. Handelsakkoorden met Polen en Hongarije zijn opgezegd, omdat Sofia zich niet meer kan houden aan de betalingsregelingen.

Optimisme

De uitsluitend uit socialisten (ex-communisten) bestaande regering van premier Andrej Loekanov heeft dit jaar een opmerkelijk optimisme gepaard aan een al even opmerkelijk gebrek aan daadkracht. Dat optimisme werd mede veroorzaakt door de flinke verkiezingsoverwinning van de socialisten in juni. Zij veroverden toen 211 van de 400 parlementszetels, een leuke meerderheid die geen aansporing vormde om radicaal te hervormen. Elders is men inmiddels, soms met duidelijke tegenzin maar noodgedwongen, bekeerd tot het scenario van de schoktherapie bij de sanering van de economie. Bulgarije is hekkesluiter. Zelfs nu de lichten dreigen uit te gaan, kan Loekanov zich er niet dan met de de grootste moeite toe brengen radicaler te werk te gaan en inmiddels gaat kostbare tijd verloren.

Ook nu nog domineert optimisme. Loekanov wil binnen enkele maanden met vijftig hervormingswetten komen waarvoor eerder enkele jaren nodig zijn en hij verwacht voor 1991 een verviervoudiging van de export terwijl het bij de bestaande malaise en het uitblijven van regels voor de privatisering nog maar de vraag is of Bulgarije het niveau van dit jaar kan evenaren. Elders is het privatiseringsprogramma met de detailhandel en op het platteland begonnen.

In Sofia zijn pas deze maand de eerste particuliere winkels geopend. Daar betalen de Bulgaren vijf keer meer voor hun ham dan in de staatswinkels, maar ham is in die staatswinkels al maandenlang niet meer gesignaleerd. Over de privatisering van de grond wordt nog altijd gekibbeld, want daar hebben de ex-communisten zich nog niet toe laten overhalen. En zolang die grond niet is geprivatiseerd, ziet het er voor de landbouwproduktie - en dus voor de consument en voor de export - slecht uit.

De stemming onder de bevolking is navenant. De Bulgaren zijn dit jaar bij een voortdurend dalende produktie steeds meer gaan verdienen. Uit vrees voor stakingen zijn 's lands managers er al snel toe overgegaan looneisen in te willigen. Maar nu er voor dat geld niets meer te kopen valt, komt de kater. De inflatie is opgelopen tot 90 procent op jaarbasis, en de voedselprijzen gaan de komende maanden nog met ten minste driehonderd procent omhoog. Het leger werklozen is in drie maanden gegroeid tot meer dan 100.000. Optimisten verwachten voor volgend jaar een kwart miljoen werklozen, pessimisten een half miljoen. Maar voor een sociaal vangnet ontbreekt het geld en het personeel, want de begroting toont grote gaten en Bulgarije telt welgeteld een sociaal werker per 28.000 inwoners en dat is niet veel in het licht van de snelle verpaupering.

Patstelling

Al die misere zou nog te overzien zijn, als de politiek het eens zou kunnen worden over de aanpak van de crisis. Maar die politiek zit inmiddels na een jaar democratie al net zo diep in de problemen.

Al een jaar lang probeert Loekanov de oppositionele Unie van Democratische Krachten (SDS) over te halen in zijn kabinet te gaan zitten. De SDS heeft dat geweigerd, ook toen de crisis de omvang van een catastrofe begon aan te nemen en Bulgarije nu op de drempel van een heuse hongerwinter staat. De SDS wil niet regeren met ex-communisten die in diskrediet zijn geraakt, wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de crisis die niet zij heeft aangericht, en wil alleen meedoen als ze de regering kan domineren en haar eigen (radicale) hervormingsprogramma kan uitvoeren. De socialisten voelen echter evenmin voor een bijrol in een coalitiekabinet. Per slot van rekening hebben zij de verkiezingen gewonnen.

Zo zit de Bulgaarse politiek muurvast: de SDS kan niet leven met haar verkiezingsnederlaag, en de partij niet met haar zege. De houding van de SDS getuigt niet van veel gevoel voor verantwoordelijkheid. Zij verwacht dat Loekanov uiteindelijk vrijwillig het veld ruimt voor de SDS of verkiezingen zal uitschrijven die de oppositie hoopt te winnen - en die ze volgens de opiniepeilingen ook zal winnen. Dat scenario is aardig op weg werkelijkheid te worden. Loekanov heeft met aftreden gedreigd als de SDS zijn hervormingen niet steunt. De aanvullende druk, afkomstig van met staking dreigende arbeiders in de petrochemie en van de studenten die weer met een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid zijn begonnen, kunnen het eind van het tweede kabinet-Loekanov nog bespoedigen.

Inmiddels echter zijn door het gebrek aan daadkracht van de regering en door de halsstarrigheid van de oppositie wel kostbare maanden verloren gegaan waarvan de bevolking uiteindelijk de dupe wordt. De prijs van de macht is zeer hoog, in Sofia. Terwijl het in de huiskamers van de gewone burger steeds frisser wordt, trekt het parlement weken uit voor elk debat. Alleen al voor een besluit over hun eigen salarisverhoging hadden de versgekozen parlementariers een volle week nodig en het moest zes weken lang delibereren over een nieuwe president. Geen wonder dat nog maar dertien procent van de Bulgaren vindt dat het parlement het goed doet. Geen wonder ook dat serieuze waarnemers in Sofia wachten op de eerste populist die opstaat om in te spelen op de steeds grotere frustraties bij de bevolking. Bulgarije heeft niet veelte vieren, een jaar na de val van het staatssocialisme.