Brazilie vreest voor regenwoud; 'Landbouwsteun EGonacceptabel'

WASSENAAR, 8 nov. Brazilie maakt zich ernstig zorgen over de naderende finale van de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel. Het EG-voorstel over de landbouw is in de ogen van de 29 jaar jonge Braziliaanse landbouwminister Antonio Cabrera Mano Filho onacceptabel. Niet alleen voor Brazilie, maar voor alle veertien landen van de Cairns-groep die zich sterk maakt voor volledige afbraak van de landbouwsteun. 'Voortzetting van de bescherming van de Europese landbouw kan ernstige gevolgen hebben voor het Amazone-regenwoud', meent Cabrera.

Die opmerking aan het adres van de EG-lidstaten lijkt meer dan een gelegenheidsargument. Brazilie kan volgens hem moeilijk voorkomen dat boeren die door de Europese marktbescherming ten onder gaan, hun geluk in het Amazone-gebied beproeven. Ambitieuze plannen voor stimulering van de landbouw in de uitgestrekte gebieden in het midden van het land hebben dan weinig zin meer.

Belangrijkste punt van kritiek is de door de EG voorgestelde importbeperking van graanvervangende veevoeders. Deze door Brussel bepleite 'rebalancing' moet de Europese graanproducenten compensatie bieden voor de voorgestelde verlaging met 30 procent van de EG-landbouwsteun. Door de import van soja(schroot), maisgluten, tapioca en andere graanvervangers te beperken via quota en heffingen, kan Europa zijn graanoverschotten blijven afzetten op de eigen veevoedermarkt.

'Ik heb het gevoel dat de Latijnsamerikaanse landen volgende maand niet zullen meedoen aan de slotronde in Brussel, indien de 'rebalancing' op tafel blijft', zegt de Braziliaanse minister tijdens een bliksembezoek aan enkele Europese landen. 'Bij onderhandelingen, moet je iets kunnen winnen. Wat de EG nu voorstelt, is voor ons een verslechtering.' De Braziliaanse export van oliehoudende zaden (voornamelijk sojaschroot), ter waarde van twee miljard dollar per jaar, loopt volgens Cabrera ernstig gevaar door de importbeperkende maatregelen die de EG nu voorstelt.

Hij vreest dat ook de plannen van de Braziliaanse regering om het (buiten de Amazone gelegen) gebied van midden-Brazilie voor honderdduizenden kleine boeren aantrekkelijk te maken door de EG-plannen tot mislukken zijn gedoemd. 'We hebben 23 miljoen boeren en het is voor veel van hen natuurlijk gemakkelijk bomen te kappen in de Amazone en hout te verkopen.' Hij voegt er fijntjes aan toe dat Brazilie in tegenstelling tot Colombia nog nauwelijks coca-boeren kent die produceren voor de drugsmarkt.

Minister Cabrera wekt de indruk dat de nieuwe Braziliaanse regering van president Collor oprecht haar best doet om de Amazone-regenwouden te sparen. Om het gebied te ontzien, wordt sinds vier maanden geen overheidssteun meer gegeven aan boeren die zich boven de dertiende breedtegraad vestigen. Cabrera: 'In midden-Brazilie ligt tweehonderd miljoen hectare maagdelijk land dat grotendeels eigendom is van de overheid. Grond genoeg dus om door landhervorming te verdelen. Maar het probleem is dat onze boeren dan wel toegang tot de markten moeten hebben.' Een onlangs gestart project voor de teelt en verwerking van tapioca in dit gebied is volgens Cabrera ten dode opgeschreven, wanneer de door de EG gewenste 'rebalancing' een feit wordt.

Minister Cabrera, zelf een boer met vijfhonderd hectare grond, geeft aan dat Brazilie de afgelopen maanden de subsidies voor belangrijke landbouwprodukten heeft afgeschaft. Hiervan dreigt het nu de wrange vruchten te plukken door zwaar gesubsidieerde Europese exporten (naar Brazilie) van bijvoorbeeld tarwe. 'Terwijl de kostprijs van tarwe in midden-Brazilie 150 dollar per ton bedraagt en in Frankrijk 210 dollar, wordt het bij ons voor 80 dollar per ton aangeboden', aldus Cabrera.

'Wij vragen geen speciale gunsten, maar slechts toegang tot de markt voor onze agrarische produkten', aldus de minister. Cabrera richt zijn verwijten trouwens ook aan de Verenigde Staten, dat voor een aantal produkten een hoge tariefmuur heeft opgetrokken. 'Om sinaasappelsap naar de VS te exporteren betalen we jaarlijks vijfhonderd miljoen dollar aan heffingen, dat is 439 dollar per ton sap.'

De Braziliaanse bewindsman meent dat zijn land in het kader van de GATT-onderhandelingen enig recht van spreken heeft gekregen sinds president Collor net als veel van zijn collega's elders in Latijns-Amerika de economie in hoog tempo liberaliseert. Importbeperking op talloze industrieprodukten zijn drastisch verlaagd. Brazilie heeft een eind gemaakt aan de strategie van import-substitutie, waarmee ze haar eigen industrie zwaar beschermde.

Cabrera: 'Dat systeem was het slechtste dat ons land ooit is overkomen. Door de importbarrieres ontstonden oligopolies en monopolies. Door openstelling van de grenzen willen we die bedrijven concurrerend maken. Als we iets zelf niet efficient kunnen fabriceren, kunnen we het beter importeren.'

En zo waart een economische revolutie door Brazilie, die het land steeds sterker aan de wereldmarkt koppelt. Cabrera is ervan overtuigd dat hierdoor meer werkgelegenheid zal ontstaan.

Denkt u dat landen als Brazilie de grote handelsblokken van EG en VS onder druk kunnen zetten, met andere woorden, heeft u de tegenpartij iets te bieden?

'Jazeker, vrije toegang voor diensten en investeringen. En bescherming van de intellectuele eigendom.'

Cabrera vond voor zijn visie gisteren een willig oor bij de Rotterdamse Kamer van Koophandel. En ook minister Bukman (landbouw) maakte zijn Braziliaanse collega duidelijk dat Nederland nog steeds een 'nation of free traders' is. De jonge Braziliaanse minister denkt dat de andere handelsblokken gevoelig zullen zijn voor zijn argument dat de het Amazone-regenwoud gevaar loopt. 'Het gaat niet alleen om het hout of de zuurstof die het regenwoud produceert. Nog belangrijker is de enorme hoeveelheid genetisch materiaal. Dat behoort de hele wereld toe.'

Bent u niet bang dat de EG en de VS samen afspraken maken, waarbij de Cairns-groep en andere landen het nakijken hebben?

'Ik hoop dat God uw suggestie niet heeft gehoord. Dat zou voor ons zeer gevaarlijk zijn.'

Antonio Cabrera Mano Filho (Foto NRC Handelsblad/Leo van Velzen)