Begrenzer geeft tegengas

In de jaren van de oliecrises, 1973 en 1980, werd al het idee geopperd van een snelheidsbegrenzer op vrachtwagens. Maar pas sinds een paar jaar is het technisch eenvoudig om de begrenzers in te bouwen. Ze kunnen op elke gewenste maximumsnelheid kan worden ingesteld.

Het hart van de snelheidsbegrenzer is een aluminium doos die informatie over de snelheid ontvangt van de in elke vrachtauto verplichte tachograaf, die de rijtijden meet. De electronica in de doos stuurt een motortje dat een stang heen en weer kan bewegen. De stang staat in verbinding met een hefboom op de brandstofpomp. De hoeveelheid brandstof die in de cilinders wordt gespoten, en die de snelheid bepaald, is hiermee aan een maximum gebonden. Als de chauffeur teveel gas geeft, geeft de begrenzer tegengas.

In Engeland is een begrenzer verplicht in bussen. Maximumsnelheid: 112 kilometer per uur. In Duitsland zijn de begrenzers niet verplicht, maar de ondernemer die zijn begrenzer op 90 laat afstellen kan veel geld besparen omdat de banden dan niet aan de strengste eisen hoeven te voldoen. In Frankrijk is wel een snelheidsbegrenzer op vrachtwagens verplicht, maar de automobilist op de peage zal zich afvragen of het system waterdicht is.