Zo'n 10.000 Russen in 10 maanden naar Nazaret-Elit; Joodsstadje leeft op door immigratie uit Sovjet-Unie

NAZARET-ELIT, 7 nov. Een jaar geleden was Nazaret-Elit, een joodse stad met 30.000 inwoners op de heuvelrug boven Arabisch Nazaret, stervende. Honderden flats, die al jaren leegstonden, verkeerden in verval. Sommige joodse huiseigenaren waagden het zelfs, tot grote woede van de burgemeester, flats aan Arabieren uit Nazaret te verhuren of te verkopen.

De joodse massa-immigratie uit de Sovjet-Unie heeft dit vergeten stadje nieuw leven ingeblazen. In tien maanden zijn er al meer dan tienduizend joden uit alle windstreken van de Sovjet-Unie neergestreken.

Op een zonnige zaterdagmorgen is deze metamorfose Nazaret-Elit goed aan te zien. Op de grasveldjes onder de bomen tussen de lange, fantasieloze appartementsgebouwen zitten de Russen gemoedelijk bij elkaar. De mannen zijn herkenbaar aan hun petten, de vrouwen vallen op door hun hoofddoekjes en slecht gesneden jurken. Als ze lachen flikkeren in het zonlicht rijen gouden tanden.

Eng

Met een buitenlandse journalist praten vinden ze nog eng. Het duurt een kwartiertje voordat het ijs breekt en dan nog fluisteren ze elkaar in het oor 'niet alles te zeggen'.

Michael Malev (29) uit Pinsk leunt tegen een oude, rode Fiat. 'Dat wagentje heb ik gisteren voor vierduizend gulden gekocht', vertelt hij met een trotse lach. Hij popelt van verlangen met zijn vrouw en kinderen een verkenningstocht door zijn nieuwe woonplaats te maken, maar brengt toch het geduld op om uit te leggen wat een geluk het was omeen half jaar geleden al naar Nazaret-Elit te zijn gekomen. 'Toen was er nog een overvloed van lege flats. Ik had het voor het uitzoeken. Nu staat er geen flat meer leeg. De situatie is al zo moeilijk dat drie of vier families in een flat van nauwelijks tachtig vierkante meter wonen.'

De ulpan (een halfjaarlijkse, intensieve spoedcursus modern Hebreeuws) heeft Michael er al opzitten, zodat hij zich in zijn nieuwe vaderland algoed kan weren. 'Morgen ga ik naar mijn eerste baan', zegt hij. 'Ik ga in een fabriek werken in Migdal Haemek. Daar zal ik duizend gulden per maand verdienen. Niet veel natuurlijk, maar het is in ieder geval een begin.'

Tsjernobyl

Niet het zionisme, maar de explosie van de kernreactor bij Tsjernobyl heeft deze technicus en naar blijkt een familie-clan van honderd mensen op het spoor naar Israel gezet. Michael zegt nog dat hij in de Sovjet-Unie geen last heeft gehad van antisemitisme, maar dan raakt zijn gedulduitgeput en spurt hij in zijn Fiat weg. Zijn zwager Joeri Svetsjin (33) neemt de draad van het gesprek op. 'Wij besloten naar Israel te emigreren omdat we doodsbang waren voor de nawerking van de straling van Tsjernobyl. We woonden in een plaats op nog geen honderd kilometer van de ramp. Twee familieleden zijn aan stralingsziekten overleden. Bij sommige kinderen in onze familie zetten de lymfeklieren op. Daarom zijn we naar Israel gegaan. Gewoon een vlucht voor de dood. Niet om zionistische redenen hoor.'

Ook Joeri heeft een flat, en misschien een baan. Hij klaagt over de bureaucratie bij Sochnut, het Joods Agentschap, dat het leven voor de nieuwe immigranten verzuurt. Toch is hij tevreden. Hij is dolblij dat hij zich met zijn vrouw en twee kinderen in een flat heeft kunnen nestelen. 'In de Sovjet-Unie had ik nog zeker tien jaar moeten wachten om een eigen flatje te kunnen betrekken', zegt hij.

'Kom mee. Dan zal ik je mijn flat laten zien.' Op de vierde verdiepingvan een groot flatgebouw waar uitsluitend Sovjet-immigranten wonen, doet hij met een zwaai de deur van zijn drie-kamerflat open. In de salon staat een nieuw bankstel, op het dressoir prijkt een eveneens gloednieuwe Sony-televisie, in de keuken staan een grote koelkast en een moderne oven en op het kleine balkon een glanzende wasmachine. 'Ik heb dat allemaal kunnen kopen van het geld dat ik van Sochnut heb gekregen', zegt hij. 'In de Sovjet-Unie moet je voor al die luxe wel tien jaar werken. Na al deze aankopen heb ik zelfs nog geld over... .'

Heel tevreden

Op een rode lap op het nieuwe bankstel zitten de ouders van Joeri. 'Wijzijn voor onze kinderen gekomen. Ja, we zijn heel tevreden. We hebben ook een eigen flat, ingericht met geld van Sochnut. In de Sovjet-Unie is het leven nu erg moeilijk. Er is niets te krijgen.'

De tv gaat aan. Een grote schotelantenne op het dak van het flatgebouw brengt een door de Russische televisie uitgezonden kinderfilm in de huiskamer. 'Het is prachtig dat we de Russische televisie iedere dag kunnen zien', zeggen Joeri's ouders. 'Maar waarom zijn er op de Israelische televisie wel programma's in het Arabisch en niet in het Russisch? We zijn nu toch in ons eigen land?'

Propaganda

Zij spreken nog slecht Ivriet. Jiddisch is de voertaal. Ze vertellen dat ze jarenlang door de Sovjet-televisie zijn volgepompt met agressieveanti-Israelische propaganda. 'Wie het in zijn hoofd haalde over emigratie naar Israel te praten werd onmiddellijk als een verrader gebrandmerkt. Objectieve informatie kregen we nooit. We wisten dat er in Israel altijd oorlog is en dat het Israel er alleen om te doen is Arabieren te doden. Maar nu wij hier zijn weten we dat de Arabieren joden willen doden.'

Op Joeri's vader maken de dreigementen van de Iraakse president Saddam Hussein geen indruk. 'Ik heb het gasmasker weggelegd', zegt hij. 'We geloven niet dat er een oorlog komt. Paniek is er in ieder geval niet in Israel.'

Joeri is ook niet bang. Israel zou er volgens hem goed aan doen Irak zo snel mogelijk aan te vallen voordat Saddam Hussein over een atoomwapen beschikt.

Een half jaar na zijn immigratie past zijn nieuwe Israelische nationaliteit hem al goed. Met enige trots vertelt hij dat hij er al eenschietcursus bij de politie op heeft zitten. 's Avonds loop ik met mijn geweer (als lid van de burgerwacht) door de stad. Er zijn in de omgeving veel Arabieren en dus moeten we op onze hoede zijn.'