Wat in Afrika stammen heet, wordt in Europa als'volkeren'getypeerd

In de berichtgeving over het conflict tussen Tutsi en Hutu in Rwanda wordt bij voortduring gesproken als over een stammenoorlog. De Tutsi en de Hutu zijn echter geen stammen. Zij leven door elkaar heen als leden van een samenleving, bezitten een en dezelfde cultuur en spreken een taal.

Overigens verdient het gebruik van de term 'stam' wetenschappelijk geen aanbeveling. Nog niemand heeft een goede definitie kunnen vinden die van toepassing zou kunnen zijn op de grote verscheidenheid aan etnische formaties in Afrika. De term is een koloniale uitvinding die ook is ingevoerd voor het bestuurlijk gemak. Wat men vandaag de dag als 'stammen' pleegt aan te duiden zoals bijvoorbeeld de Zulu's en Xhosa's zijn in feite etnische nieuwvormingen, groeperingen die zich op een gecompliceerde manier een nieuwe identiteithebben verworven. In tegenstelling tot wat men meestal suggereert zijn de tegenwoordige 'stammen' van recente datum. Ze hebben weinig gemeen met vroegere vormen van sociale organisatie. Er komen ook nog steeds nieuwe 'stammen' bij.

In Afrika heeft de term 'stam' een sterk negatieve lading onder meer door de bijklank van primitiviteit en achterlijkheid. In Europa, zo zeggen Afrikanen, spreekt men van volken; als men het over Afrika heeft gebruikt men het woord stammen. Daarmee is weer bevestigd hoe primitief Afrika is.

Zeker is dat we de Tutsi en de Hutu niet als stammen kunnen aanduiden. Hoe we ze dan wel zouden moeten noemen is niet zo gemakkelijk te zeggen. In de loop van de jaren is afwisselend gesproken van rassen, kasten, sociale categorieen, sociale lagen of etnische groeperingen. Men verbond dergelijke aanduidingen met een theorie volgens welke de Tutsi een soort heerserskaste van veetelers zouden vormen die, ergens uit het noorden komend, de plaatselijke landbouwende negerbevolking, de Hutu, alsmede daar aanwezige op pygmeeen lijkende Twa, jagers en pottenbakkers, zouden hebben onderworpen. De Tutsi waren volgens die theorie de cultuurbrengers in dit gebied. Zij zouden onder andere de verschillende koningsdynastieen in dit gebied hebben gesticht en de veeteelt geintroduceerd.

Die theorie is onhoudbaar gebleken. De geschiedenis van de etnische relaties in dit deel van Afrika is veel gecompliceerder dan de simpele tegenstelling Tutsi/Hutu suggereert. Afrikaanse critici reageren door de racistische implicaties ervan meestal zeer emotioneel op de veronderstelling dat de grote culturele verworvenheden in het negroide Afrika alleen van buitenaf komen. Hiermee wordt immers gesuggereerd dat negers geen creatieve vermogens zouden hebben.

Zoals meestal vindt de theorie steun in een aantal direct waarneembare feiten. Onmiskenbaar is bijvoorbeeld de opvallende lengte van veel Tutsi en hun sterke verbondenheid met het fraaie langhoornige vee. De tegenstelling ligt voor de hand: de lange, slanke, edele Tutsi en de kleine, stevige, grove Hutu. Om aan dit beeld nog een romantisch tintje te geven waren er dan nog de pygmoide jagende Twa. Een en ander leidde tot sterke stereotype-vorming: wie een foto van een Tutsi wilde maken zocht een mooie, slanke lange man of vrouw; een pygmee moest klein zijn. Zelf heb ik een keer meegemaakt dat een fotograaf een 'pygmee' uit zijn lens joeg omdat de man te lang was naar zijn smaak.

Deze stereotype-vorming werd ten tijde van het Belgisch mandaat Rwanda vormde samen met het huidige Burundi het mandaatsgebied Ruanda-Urundi dat Belgie in beheer had onder toezicht van de Verenigde Naties in de hand gewerkt. Zo berustte het bestuurlijk beleid, evenals trouwens het hele maatschappelijke leven, uitdrukkelijk op de veronderstelde relatie tussen Tutsi en Hutu. Uiteindelijk kwam het na de onafhankelijkheid van beide landen tot openlijke conflicten, meerdere malen zelfs tot de gewelddadige botsingen waarvan men via de media getuige heeft kunnen zijn.

Voor de zuiverheid van de discussie over de huidige explosieve situatie moeten we elk gebruik van negatief beladen termen vermijden. Bij gebrek aan een echt toepasselijke term kunnen we in het vervolg beter van etnieen of bevolkingsgroepen spreken. Dat zijn vage termen maar zij hebben het voordeel neutraal en emotioneel niet beladen te zijn.