Vorming financiele reus onvermijdelijk

ROTTERDAM, 7 nov. Nederland heeft in de vorming van financiele conglomeraten lange tijd achtergelegen bij andere Europese landen. De vorming van een financiele gigant, zoals Nationale-Nederlanden en NMB Postbank nu van plan zijn, was eigenlijk onvermijdelijk.

Dat stelt de Belgische verzekeringsdeskundige prof. dr. L van den Berghe, verbonden aan de economische faculteit van de Erasmus Universiteit in Rotterdam (EUR), in reactie op de aangekondigde Nederlandse megafusie.

Ze wijst op Groot-Brittannie, waar zo'n twintig jaar geleden banken en verzekeraars al toenadering tot elkaar zochten. 'De Britse banken wilden samenwerken omdat ze via de verzekeraars toegang konden krijgen tot een markt waarop zij zich niet direct mochten begeven. De verzekeraars boden namelijk levensverzekeringen aan met een beleggingselement. Daar waren de banken in geinteresseerd', aldus Van den Berghe.

Veel andere landen volgden in de jaren tachtig. Van den Berghe: 'De Franse bank Credit Agricole, nu partner van de Rabobank, begon een paar jaar terug een eigen levensverzekeringsbedrijf. En de Union d' Assurance de Paris wisselde onlangs tien procent van de aandelen uit met de Banque National de Paris.'

In Nederland is zo'n samenwerking wettelijk pas sinds begin dit jaar mogelijk. Jarenlang gold hier een vrij strikte scheiding tussen financiele instellingen. 'De spaarbank was er voor spaargeld, de algemene bank voor kredieten, de verzekeringsmaatschappij voor de risicospreiding en de tussenpersoon bood het assortiment van verzekeringen aan', vertelt Van den Berghe.

Maar de scheidslijnen tussen spaarbanken en algemene banken vervaagden, en daarna kwamen samenwerkingsverbanden tussen banken en verzekeraars tot stand. Recent onderzoek toont aan dat 98 procent van de Nederlandse tussenpersonen actief is in hypotheken en 85 procent persoonlijke leningen regelt.

Volgens Van den Berghe is de scheiding tussen banken en verzekeraars in de Verenigde Staten het scherpst. Sinds de beurscrisis in de jaren twintig, toen nauw met elkaar verbonden financiele instellingen elkaar het moeras introkken, gelden strikte beperkingen. En nog steeds staat de Amerikaanse overheid terughoudend tegenover samenwerking van banken en verzekeraars. Bovendien is er een sterke lobby van verzekeringsagenten die de zogeheten 'alliantie voor scheiding van banken en verzekeraars' vormen.

Niettemin heeft de Amerikaanse staat Delaware onlangs de wettelijke scheiding tussen banken en verzekeraars opgeheven. Van den Berghe acht het goed mogelijk dat meer staten volgen. 'Europa zou wederzijdse gelijke behandeling van de financiele instellingen kunnen vragen. Nu al beheert de Amerikaanse City Bank in Belgie de verzekeringstak City Life. De president van City Bank heeft er onlangs op gewezen dat banken en verzekeraars ook in de Verenigde Staten natuurlijke partners zijn.'

In Japan zijn banken en verzekeraars wettelijk van elkaar gescheiden, maar volgens Van den Berghe is de band in de praktijk zeer nauw. Verzekeraars bezitten grote pakketten bankaandelen. Lange tijd boden de Japanse banken een zeer lage rente waardoor verzekeraars veel spaarders aantrokken met verzekeringen als spaarinstrument. De banken bieden inmiddels een veel hogere rente waarop spaarders gedeeltelijk weer terugkeren. Van den Berghe: 'Een verzekeraar als Nippon Life heeft te kennen gegeven ook graag spaarbankachtige diensten te kunnen aanbieden.'

Volgens de Belgische hoogleraar kan de opkomende Europese samenwerking tussen banken en verzekeraars deze bedrijven voordeel bieden. 'Samen kunnen ze efficienter werken. Nieuwe technologie schept een grotere verwerkingscapaciteit, maar maakt door de hoge kosten ook een grotere benutting noodzakelijk.'

Een gecombineerd aanbod van diensten kan ook gunstig zijn voor klanten. In hoeverre dat het geval is, hangt volgens Van den Berghe af van de uitwerking: hoe overzichtelijk is het aanbod, wat zijn de keuzemogelijkheden. Een basisvoorwaarde blijft daarbij wel, zo zegt zij, dat voldoende concurrentie blijft bestaan.