Verkeerskundige: alle vervoer moet duurder

AMSTERDAM, 7 nov. Zowel het autorijden als het openbaar vervoer moet nog veel duurder worden. Dit stelde prof.dr. A. I. J. M. van der Hoorn vanmiddag in zijn oratie als hoogleraar in de verkeers- en vervoerseconomie aan de Universiteit van Amsterdam.

Het hoogleraarschap wordt voor Van der Hoorn een deelbetrekking. Verder werkt hij als ambtenaar bij de Dienst Verkeerskunde van Rijkswaterstaat. Maar deze gelegenheid greep hij aan om op persoonlijke titel te spreken. 'Voor een dag hoef ik mij minder te comformeren aan de officiele beleidsdocumenten die meestal als moeizame politieke compromissen tot stand zijn gekomen.' De titel van zijn oratie luidde dan ook: 'Tolhokjes op de weg van de minste weerstand?'

Mobiliteit is volgens de hoogleraar/ambtenaar te goedkoop, relatief zelfs goedkoper dan in 1970. De files nemen hierdoor toe en het zakelijk en goederenverkeer loopt vast. Doorgaan op deze weg betekent dat de doelstellingen uit het Nationaal Milieubeleidsplan niet worden gehaald en dat de Randstad steeds verder uitdijt. Het openbaar vervoer kan volgens Van der Hoorn in reistijd en kwaliteit maar zelden met de auto concurreren, terwijl de exploitatietekorten een molensteen om de hals van de overheid vormen.

Wat de overheid nu doet is voornamelijk 'oproeien tegen de stroom'. Inhet Structuurschema Verkeer en Vervoer, dat binnenkort in de Tweede Kamer wordt besproken, wordt volgens Van der Hoorn nog veel te weinig naar het prijsmechanisme gekeken. Dat de auto een 'melkkoe' van de overheid zou zijn, wijst de hoogleraar van de hand, gelet op de 'onbetaalde rekeningen' voor wat betreft het milieu en de verkeersveiligheid.

Hij bepleit een systeem waarbij particuliere bedrijven meebetalen aan de kosten van wegen, via heffingen naar de mate waarin ze infrastructuur belasten en via tolwegen. De vestigingskosten van bedrijven aan autosnelwegen zijn nu vaak lager dan elders, terwijl ze de 'goede bereikbaarheid en ruime parkeerfaciliteiten bijna voor niets krijgen', aldus Van der Hoorn. Een tweede mogelijkheid is bedrijven eenheffing per werknemer in rekening te brengen, varierend van 1 tot 2,2 procent van de totale salarissom. Van de opbrengst zou het lokale openbaar vervoer kunnen worden verbeterd.

Voor de verkeersproblemen bestaan volgens Van der Hoorn geen 'eenvoudige en zeker geen pijnloze oplossingen'. Hij vindt dat de 'politiek' moet durven kiezen en daarbij de hoop op consensus moet laten varen.