Unieke aanwinst Rijksmuseum van Oudheden Leiden; Keizer Vespasianus stond jarenlang in een voortuintje

LEIDEN, 7 nov. Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden is onlangs op bijzondere wijze in het bezit gekomen van een unieke, meer dan levensgrote zandstenen kop uit de eerste eeuw van onze jaartelling.

Toen in 1961 een inwoner van het Noordbrabantse dorpje Heesch (tussen 's-Hertogenbosch en Oss) in zijn tuin een garage wilde bouwen, rooide hij daarvoor een aantal populieren. Tussen de wortels bleek nogal wat puin te zitten. Dat kwam goed uit, want daarmee kon hij de fundering van de nieuwe garage opvullen. Alleen de stenen kop van een man bewaarde hij. Hij maakte de kop schoon en gaf hem een plaatsje in de voortuin.

Daar heeft hij op een sokkeltje enige tijd gestaan, in weer en wind. Toen de bewoner jaren later twee lantaarnpalen bij zijn garage te verven, besloot hij tegelijk het beeld een likje metaalverf te geven. 'Daarmee heeft de man onbewust een zeer goede daad gedaan', aldus R. Halbertsma, conservator bij het RMO. 'De metaalverf heeft het zandsteen goed beschermd. Zou er niets gebeurd zijn, dan zou het beeld in die dertig jaar dat het uiteindelijk buiten heeft gestaan, meer hebben geleden dan in de twintig eeuwen daarvoor'.

Het tuinstandbeeld blijkt na onderzoek in het museum een zeldzaam zandstenen borstbeeld te zijn van de Romeinse keizer Vespasianus (70-79 n. Chr.). Pas eind vorig jaar overtuigden vrienden de eigenaar ervan dat het beeld in zijn tuin misschien toch iets bijzonderskon zijn. Na een lange tocht via deskundigen van lokale oudheidkamers kwam het beeld tenslotte bij het RMO terecht.

Volgens Halbertsma zijn van Vespasianus, de eerste keizer van de 'Flavische dynastie' betrekkelijk weinig goede borstbeelden bekend, 'en beelden van deze kwaliteit zie je uberhaupt zelden', aldus de conservator. Daar komt nog bij dat het de eerste gave afbeelding van een keizer is die ooit in Nederland werd gevonden. Het RMO bezit alleen een gehavend beeld van Julius Caesar uit de buurt van Nijmegen.

Uit de gelaatstrekken van het beeld uit Heesch leidt men af dat het gaatom een portret van de keizer in de vroege jaren van zijn bewind. De meeste Romeinse keizers lieten zodra zij aan de macht kwamen in alle hoeken van hun enorme rijk levensgrote standbeelden van zichzelf neerzetten. Op die manier hoopten zij voor de vaak lang buiten Italie verblijvende militairen herkenbaar te blijven en de loyaliteit van de troepen te winnen.

De nu herontdekte kop zou wel eens onderdeel kunnen zijn geweest van zo'n standbeeld. Dat beeld moet dan gestaan hebben in de legerplaats Rossum aan de rivier de Waal, niet ver van Heesch.

Ook is het volgens het RMO mogelijk dat de kop afkomstig is uit een tempel waar de keizer Vespasianus werd vereerd. De vergoddelijking van de keizer begon direct na zijn dood en de 'godkeizers' werden altijd afgebeeld zoals zij er in de kracht van hun leven hadden uitgezien. Als deze kop een tempelstuk is, dan zou het dus ook om een postuum beeld van een latere datum kunnen gaan. Van een dergelijke keizertempel in de buurt van Heesch is tot nu toe echter niets teruggevonden. Om meer te weten te komen over de manier waarop het beeld in Heesch is terechtgekomen, verricht het RMO in het komende voorjaar ter plekke onderzoek.

Het portret van Vespasianus is inmiddels door het museum aangekocht. Geheel schoongemaakt en gerestaureerd zal het daar binnenkort voor het publiek te zien zijn.