Succesvolle herdruk undergroundlectuur

Daniel Levy vond het maar een saaie bedoening op het bureau voor bedrijfsorganisatie in Chicago, waar hij als pas afgestudeerd econoom in een baan met uitstekende vooruitzichten was gestapt. Het bevredigde niet, hij wilde iets anders, hij wilde meer, maar het probleem was: hij wist niet wat hij dan precies wilde. Op een warme dag in juli 1988 schoot hem plotseling door de geest wat hem te doen stond. Hij stond samen met een paar duizend gelijkgestemden in het Griekse openluchttheater in Berkeley te klappen, te juichen en te stampvoeten bij een concert van de Grateful Dead, een rockgroep die met ijzeren volharding vasthoudt aan principes die in de jaren zestig als vernieuwend werden beschouwd. Hip was hard en hot, het establishment was square, de herenkapper coiffeerde uitsluitend bockheads en het spijkerpak symboliseerde het vrije, onafhankelijke denken.

Terwijl het publiek zich liet opzwepen door een grillige gitaarsolo, realiseerde Levy zich dat hier een gigantisch gat in de markt moest liggen dat hij mogelijk kon helpen dichten. Om zich heen kijkend realiseerde hij zich dat de tijdgeest de afgelopen twintig jaar veel minder was veranderd dan over het algemeen wordt aangenomen. Hij zag kalende vijftigers die hun ban-de-bom-amuletten lieten meedeinen op het ritme van de muziek. Hij vroeg zich af of de aanwezige pubers hun t-shirts met de opdruk peace of love zelf hadden gekocht dan wel tussen de mottenballen in de ouderlijke klerenkast hadden aangetroffen.

Hij zag Amerikaanse oma's dansen in Indiase soepjurken en vroegrijpe kleuters in wier haar een bloem was gevlochten. Allerhande rock-memorabilia gingen bij de verkoopstands als warme broodjes van de hand. Als er ooit een afzetmarkt bestond voor theorieen van de undergroud dan was het nu, redeneerde Levy. Oudere jongeren zouden de idealen destijds dolgraag opnieuw gevoed willen zien en de opgroeiende generatie zou zich weer helemaal kunnen identificeren met opruiende geschriften waarin de geneugten van seks, drugs en rock 'n' roll werden beschreven.

Bijbels

Levy nam ontslag bij de keurige firma in Chicago, hing zijn driedelige managerskostuum op een knaapje en stak een stickie op. Hij ontwikkelde een 'concept' voor een door hem te leiden uitgeverij die de sinds lang niet meer verkrijgbare klassieke meesterwerken die ooit als bijbels voor de undergroundbeweging fungeerden opnieuw in roulatie zou brengen. Omdat Levy zelf niet over het kapitaal beschikte om een dergelijke onderneming op te zetten, moest hij zijn gedroomde fonds bij een van de grote Amerikaanse uitgeversconcerns onderbrengen. De eerste reacties waren weinig bemoedigend. Niemand leek te geloven in de wedergeboorte van de tegencultuur die de startende entrepreneur voorspelde.

Maar hij kreeg gelijk, getuige de herfstmode die de Amerikaanse middenstand beheerst. De jaren zestig zijn onmiskenbaar terug, op alle gebied. Het invloedrijke muziekblad Rolling Stone zette de toon met een special over de jaren zestig. Voor komend jaar wordt de terugkeer van demini-rok en de hotpants voorspeld. Het complete werk van hippie-dichter Allan Ginsberg is sinds kort in dundruk beschikbaar. De geestverruimende filosoof Timothy Leary toog voor het eerst sinds twintig jaar weer op wereldtoernee.

De voodoo-krakers van Doctor John the Nighttripper glimmen als nieuw in de cd-doosjes. En de donkere stem van Jack Kerouac, die zijn verzen declameert, wordt op ruime schaal per luxueus uitgevoerde geluidscassette verspreid. Waarom dit vergeten cultuurgoed nu opeens zo massaal wordt afgestoft valt moeilijk te duiden, al is volgens sommige pessimisten de dreigende opleving van het sociale klimaat uit de jaren zestig in Amerika daar debet aan, nu de vrijheid van abortus opnieuw ter discussie staat, kunst (sinds Marpletorpe) weer van overheidswege wordt gecensureerd, het gebruik van softdrugs krachtiger wordt beteugeld dan ooit en jonge soldaten de koffers pakken, zij het nu niet met Vietnam, maar de Golf als reisbestemming.

Ook aan de universiteiten is de sfeer minder gezapig dan een paar jaar geleden, nu blijkt dat het op het eerste gezicht zo opwindende bestaan van een geslaagde yuppie bij nader inzien veelal zo hol is als een lege koektrommel. De meeste mensen willen meer, ze willen iets anders, maar ze weten niet precies wat net als Daniel Levy, toen die nog bij dat bureau voor bedrijfsorganisatie in Chicago werkte.

Levy (32) heeft de overstap inmiddels met succes gemaakt. Tevreden overziet hij de gestaag slinkende boekenberg in zijn riante kantoor aan de Madison Avenue in New York, waar de Carol Publishing Group hem dekans gaf de Citadel Underground Press te stichten. De belangstelling voor de eerste vier paperbacks die hij in juni van dit jaar uitgaf is dermate groot dat hij de titels ijlings moest laten herdrukken. Red-Dirt Marijana van de inmiddels 64-jarige Terry Southern een in vergetelheid geraakte pionier die de 'nieuwe journalistiek' al bedreef voordat Tom Wolfe en Hunter Thompson daar mee begonnen was sinds 1967 niet meer leverbaar, maar sluipt nu tot veler verbazing de bestsellerlijsten binnen.

Moving Through Here van Don McNeill bevat tijdgebonden reportages uit 1967 over de Diggers, de ludieke vrijbuiters die San Francisco destijds op stelten zetten. Het boek slaat zo hevig aan dat Levy piekertover de mogelijkheid om een historisch verantwoorde schets over de Amsterdamse provo's het licht te laten zien. Ook Tales of Beatnik Glory van de schrijvende musicus Ed Sanders en True Hallucinations van McKenna verkopen uitstekend.

Gympen

'Ik geloof niet dat deze belangstelling drijft op nostalgische gevoelens', zegt de uitgever, die trouwens de enige employe is die het witgemarmerde gebouw dagelijks op gympen en in een versleten spijkerbroek mag binnengaan. 'De vonk die in de jaren zestig bij veel mensen oversloeg doet nu menigeen weer in enthousiasme ontvlammen. We moeten niet proberen om de jaren zestig nog eens dunnetjes over te doen; ik denk wel dat deze boeken de jaren negentig wat kunnen opvrolijken. Ik hoop vurig dat er ook nu weer ouders zijn die hun kinderen verbieden om deze boeken te lezen en dat erbibliotheken zijn die het werk van mijn auteurs principieel buiten de deur houden. Als dat gebeurt zitten we goed.'

De fondslijst van Citadel Underground Press is op verantwoord kringlooppapier gedrukt. De klant krijgt een velletje hippe stickers ('Take Back Your Mind') cadeau voor op de achterruit van de auto. Maar het kaartje achterin elk boek waarmee de lezer kan laten weten dat hij van de komende Citadel-uitgaven op de hoogte wil blijven is weer volkomen van deze tijd.

Behalve naam en adres kan hij faxnummer en de gevens van de per computerbereikbare electronic mail invullen. 'Dan denk ik inderdaad aan mensen die op Wall Street en dergelijke werken', zegt Levy. 'De tijd heeft niet stilgestaan. Veel mensen die vroeger op een oosters tapijt bij een wierookstokje een kopje mintthee zaten te drinken, bedienen zich tegenwoordig van de modernste communicatiemiddelen. Zelf vind ik een autotelefoon ook helemaal te gek.'

Daniel Levy van Citadel Underground Press: revival van de sixties

Foto Barry Kornbluh