Simons in problemen met medicijnenplan

DEN HAAG, 7 nov. Twee maanden voordat het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) in had moeten gaan lijkt de chaos compleet. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) wilde afspraken maken met apothekers, specialisten, huisartsen, particuliere verzekeraars en ziekenfondsen, maar uit de vorige week doorhen aan WVC gestuurde 'Meerjarenafspraak farmaceutische hulp' blijkt dat partijen vrijwel onmogelijk tot elkaar kunnen komen.

Ze zijn het volgens het stuk op tal van punten oneens, de dreigementen gaan over en weer en onder deze inventarisatie van conflicten en patstellingen wordt Simons geacht zijn handtekening te zetten.

De particuliere verzekeraars zijn maandag afgehaakt, nog voordat het stuk op het departement is besproken. Eerst moet worden berekend wat het GVS voor de premie betekent. Dat is een lastig gegeven voor de in tijdnood verkerende bewindsman, omdat hij na het opblazen van het Omni Partijen Akkoord eind maart, nodig een nieuw systeem moet doorvoeren om enigszins aan de geplande bezuinigingen te komen. Daar zouper 1 januari het GVS zijn, maar er wordt nu al vanuit gegaan dat dat 1 april wordt. Alle medicijnen worden daarbij ingedeeld in groepen. In zo'n groep wordt de eerste prijs van het middel dat direct onder het gemiddelde ligt als referentie genomen. Voor alles wat daarboven zit, moet de patient bijbetalen.

De bewindsman dacht deze zomer overeenstemming te bereiken voor de resterende kabinetsperiode. Daartoe hebben de beroepsgroepen en de verzekeraars de afgelopen tijd druk overlegd. De aanbiedingsbrief maakt al duidelijk dat de huisartsen en specialisten waarschijnlijk afhaken als Simons zijn eindvoorstel presenteert. De artsen hebben vernietigende kritiek geleverd op de methode van Simons bij de opzet van het systeem. Hevige kritiek geldt de groepsindeling en de wijze waarop daarna de prijs is berekend. In de 'Meerjarenafspraak' eisen de artsen dat in het gewijzigde voorstel hun commentaar 'geheel is verwerkt'. Een onmogelijke taak voor de bewindsman, want het hele systeem valt of staat met de gevolgde methodiek, tenzij zo versoepeld dat het geen bezuiniging meer is.

Daar komt de eis van de huisartsen bij dat het systeem ook moet gelden voor particulier verzekerden. De particuliere verzekeraars zeggen in de Meerjarenafspraak echter dat het GVS alleen van toepassing kan zijn op mensen met een standaardpakketpolis, de mensen die enkele jaren geleden uit de vrijwillige- en de bejaardenverzekering van het ziekenfonds zijn gezet. Verder willen de verzekeraars de handen vrij houden om alles zonder bijbetaling te kunnen vergoeden.

Voorts eisen de artsen geld voor 'flankerend beleid'. Als zij met apothekers op hun vrije avond praten over een beter voorschrijfgedrag moet er een 'vacatie-vergoeding' komen. Simons heeft al laten weten daarvoor geen geld te hebben.

Opmerkelijk is dat de apothekers overeenstemming hebben met de andere partijen op elk punt dat geld kost. De stimulans voor goedkoop afleveren gaat naar een derde van het prijsverschil (is twintig procent). Bonussen en kortingen mogen weer ongestraft worden ontvangen. Verder worden de automatiseringskosten met terugwerkende kracht vergoed en moet de bewindsman over de brug komen met een miljoen gulden voor zogeheten Post Marketing Surveillance. Met die term wordt onderzoek bedoeld om te zien of een nieuw geintroduceerd geneesmiddel onvoorziene lasten of lusten met zich mee brengt, maar de uitleg is nu anders. Hier wordt bedoeld een wetenschappelijk onderzoek naar de vraag of die overlegavonden tussen artsen en apothekers ook iets opleveren.

Het stuk bevat verder een 'separate overeenkomst' tussen de apothekers en de overheid waarvan in september nog werd ontkend dat die enige status zou hebben. De andere partijen, die toen woedend waren over dit een-tweetje, zeggen nu zich daaraan niet gebonden te achten. Behalve het nog eens in veiligheid brengen van de bonussen en kortingen wordt hierin nog een overeenkomst geregeld waarbij WVC tegen vergoeding gegevens over de geneesmiddelenomzet in het algemeen kan krijgen. Ook wordt erin bepaald dat het ministerie een financiele bijdrage levert voor de nascholing van de apotheker.

Niet bekend