SCHIJNWELVAART IN MOZAMBIQUE

Mozambique heeft de strenge leer van het marxisme-leninisme overboord gezet. Het land leeft bij de gratie van leningen en donaties. De winkels liggen vol, maar dat is slechts facade. Mozambique is het allerarmste land ter wereld. Een samenleving op de rand van overleving.

Een paar jaar geleden wachtten slechts bedelaars de rei ziger op bij aankomst op de luchthaven van Maputo. Er staan nu zowaar weer taxi's, de vermoeide reiziger hoeft zijn bagage niet naar de stad te torsen. De brede avenues van de Mozambikaanse hoofdstad zijn weer tot leven gekomen. Het stof op de lege planken in de winkels heeft plaatsgemaakt voor allerlei soorten luxe goederen. In de bars drinken de mensen geen water meer maar bier. En blikjes Cola-Cola, met de inscriptie: 'Hou Suid-Afrika netjies'. Restaurants heropenden hun deuren en de gast hoeft niet zoals voorheen zijn eigen bestek en drank mee te nemen. In de straten verschijnen de allerlaatste automodellen, evenals een groeiend aantal hongerige en dakloze kinderen.

Het marxisme-leninisme staat bij de vuilnisbak in Mozambique. De tijd omte debatteren is voorbij, we gaan nu aan het werk, zei president Joaquim Chissano drie jaar geleden. Een 'economisch rehabilitatieprogramma', noemde hij de radicale breuk met de centraal geleide economie. 'Het is niet zozeer een economisch rehabilitatieprogramma, er kan beter worden gesproken van het uitgooien van reddingsboeien', werpt een Westerse diplomaat tegen.

Door oorlog en mislukt beleid droogde de Mozambikaanse economie op. Tot aan 1985 kende het land de snelst verslechterende economie ter wereld. Met een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van tachtig dollar op jaarbasis, aldus de Wereldbank, is het nu het armste land ter wereld, armer dan Ethiopie, Tchad of Bangladesh.

Het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank, Westerse donoren en Zuid-Afrika houden Mozambique financieel op de been. Het land produceertweliswaar aanmerkelijk meer sinds de hervormingen, maar nog steeds slechts een fractie van de behoefte. De export beloopt een magere 115 miljoen dollar per jaar terwijl alleen al 350 miljoen zou moeten worden besteed aan jaarlijkse afbetaling van schulden. 'Ons land draait geheel op hulp van donoren', erkent een hoge Mozambikaanse functionaris.

De regeringspartij Frelimo heeft weinig meer te zeggen in Mozambique. Hoewel de terreurorganisatie Renamo er nooit in slaagde de macht over te nemen, sloeg het wel vrijwel alle middelen uit handen van Frelimo om effectief de macht uit te oefenen. 'Frelimo had geen alternatief meer.' Deze opmerking valt steevast in ieder gesprek over de radicale koerswijzigingen van de regeringspartij. 'De omstandigheden' dicteren de politiek in Mozambique. Frelimo reageert slechts.

Opgedroogde markt

De introductie van het 'meedogenloze' kapitalisme en de afbraak van het sociale verzorgingssysteem bleken onvermijdelijk. Het IMF en Westerse donoren houden de laatste overheidsinstellingen draaiende door subsidies. Met dit geld, en door de liberalisering van de economie, stromen de consumptiegoederen uit het buitenland naar de tot voor kort opgedroogde markt. Het betreft een schijnwelvaart op krediet, Mozambique zal door desnel groeiende schuldenlast nog afhankelijker worden van het buitenland. 'Ergens in de toekomst zullen ontzaglijke hoge schulden moeten worden afbetaald', beaamt Nils Tcheyon, hoofd van het kantoor van de Wereldbank in Maputo. Het totaal aan schulden is volgens Tcheyon nu ruim vier miljard dollar.

Vertegenwoordigers van Westerse donoren, IMF en Wereldbank vergaderden onlangs in Maputo over de toekomst van 's lands economie. Verloren tussen de blanke gezichten zat aan de grote tafel een Mozambikaanse ambtenaar. Hij mocht het resultaat van de bijeenkomst overbrengen aan zijn baas, de minister van financien. Met een lege staatskas dient die minister voor alle acute problemen - en alle problemen in Mozambique zijn acuut - een Westerse ambassadeur in Maputo op te bellen voor geldelijke steun. Wij hebben vanaf volgende week geen kolen meer voor de opwekking van elektriciteit. Kan de regering van uw hooggeachte ambassadeur misschien een paar miljoen dollar schenken? Of: door de olieprijsstijgingen zitten wij binnenkort zonder brandstof voor vliegtuigen. Kunt u een paar miljoen dollar overmaken?

'De capaciteit van de Mozambikaanse staat is uiterst beperkt. De regering kan de economie een beetje aanmoedigen, dat is alles', zegt Tcheyon van de Wereldbank. 'Na tien jaar zou er door het herstelprogramma sprake kunnen zijn van enige verbetering. Maar het zal een arm land blijven, het is een samenleving die zich bevindt op de rand van overleving.' Het verwachte groeicijfer voor de economie ditjaar was zes procent, door de oliecrisis komt het vermoedelijk rond de vijf procent uit. De inflatie neemt weer toe en zal niet, zoals voorzien, beneden de twintig procent blijven. 'Alleen op de lange termijn levert dit herstelprogramma effect op', aldus Tcheyon.

Tcheyon legt zonder zichtbare interesse het economische beleid van zijn Wereldbank en het IMF uit in Mozambique, alsof hij de blauwdruk vanzijn organisatie voorleest voor alle zwakke Afrikaanse economieen. 'De belangrijkste elementen in ons programma zijn ordening aan de prijszijde, terugdringen van inflatie en het aanmoedigen van produktie.' Maar hoe kan een in wezen agrarisch land produceren wanneer negentig procent van de gebieden buiten de steden onveilig blijft door gewapende anarchie? 'We eten een miljoen ton voedsel per jaar en produceren slechts 140.000 ton, dat wil zeggen nog geen twintig procent van de behoefte', berekent Salomao Mambo, hoofd van het departement voor voedselhulp.

Liberaal

Zolang de oorlog een substantiele toeneming van de produktie belemmert, dienen buitenlandse investeringen enig soelaas te brengen. 'Op korte termijn kunnen alleen buitenlandse investeringen de economie helpen', vertelt Tcheyon. 'Dit jaar investeerden buitenlanders voor elf miljoen dollar, dat is drie maal zoveel als vorig jaar, een hele prestatie.' Mozambique kent vermoedelijk het meest liberale investeringsklimaat van Afrika, vijftig tot tachtig procent van de winst mag worden gerepatrieerd. De waarde van de munteenheid, de metical, daalde van veertig voor een dollar in 1986 tot 911 dit jaar, de loonkosten zijn extreem laag.

Zuid-Afrikaanse zakenlui, gevolgd door het Britse Lonrho, beleggen voorzichtig hun eerste geld in Mozambique. Eigenaren van de in 1977 genationaliseerde bedrijven mogen terugkeren. President Chissano drukte onlangs zijn teleurstelling uit over de lauwe respons van Amerikaanse investeerders. De president verwachtte voor zijn hervormingen een hogere beloning van Amerika. Maar wie wenst te investeren in een land in oorlog, met kapot geschoten infrastructuur die bovendien doelwit blijft van Renamo? Niet iedereen wil - aldus boze tongen in Maputo - zoals Lonrho doet, protectiegeld betalen aan Renamo.

Het marxistische beleid van de regering droeg in evenzo grote mate bij aan de malaise als de oorlog, erkennen in toenemende mate Frelimo-functionarissen. Het uit de bevrijdingsstrijd voortgekomen Frelimo erfde in 1975 een failliete boedel, de economie verkeerde al jaren in een neerwaartse spiraal. Het Portugese kolonialisme liet Mozambique weinig na. Tussen 1974 en 1976 vertrokken 230.000 van de 250.000 Portugezen. Daarmee was vrijwel alle expertise verdwenen, de kolonisten hadden het nooit de moeite waard gevonden zwarten op te leiden. Bovendien saboteerden zij uit wraak wat zij niet konden meenemen. Zij reden tractoren in zee, verbrandden de oogst, slachtten vee en spoten de riolering van een hotel in aanbouw vol met cement. Na de onafhankelijkheid begon met veel elan maar zonder expertise de voormalige zwarte zaalknecht aan zijn nieuwe baan als directeur van het ziekenhuis, de man die nauwelijks kon lezen en schrijven ging lesgeven op middelbare scholen en arbeiders probeerden zonder reserve-onderdelen en grondstoffen de fabrieken open te houden.

Vernietigd

De Frelimo-leiders bestudeerden in ballingschap tijdens de strijd tegen het kolonialisme de boeken over het wetenschappelijk socialisme. Op het derde partijcongres in 1977 werd de marxistische revolutie afgekondigd. Met het ideologische boekje in de hand werd de nadruk voortaan gelegd op de zware industrie en staatsbedrijven. Afrikaanse stamtradities waren reactionair dus moesten de traditionele dorpen plaatsmaken voor nieuwe cooperatieve gemeenschappen. Buitenlandse revolutionairen reageerden juichend op het experiment. De Nederlandse Eduardo Mondlane Stichting bij voorbeeld gaf zich over aan Frelimo en hoopte door haar werk in Mozambique tegelijkertijd de revolutie in Nederland te stimuleren. De Stichting discussieert intussen nog steeds over 'wat er is fout gegaan in Mozambique'.

'Frelimo viel over de samenleving heen met zijn wetenschappelijk socialisme, de traditionele eenheid op lokaal niveau werd vernietigd', analyseert een Mozambikaanse waarnemer. 'Frelimo probeerde het land bijeen te houden door een ideologie, niet door een nationalisme dat uitging van diversiteit. Nu moet de gemeenschapszin weer worden opgebouwd, erkennen Frelimo-leiders. Het centralisme heeft veel vernietigd en kansen geschapen voor Renamo'.

Frelimo vestigde nooit een harde dictatuur. Hoewel de dirigistische stijl van wijlen president Samora Machel een open politiek debat in de samenleving verhinderde, toonde Frelimo zich toch flexibel genoeg om op het vierde partijcongres in 1984 correcties aan te brengen. De radicale breuk met het verleden kwam met de geweldadige dood van Machel in 1986. De economie was volledig vastgelopen, zelfs de doodskist van Machel bleek lokaal niet voorhanden en moest uit Zimbabwe worden overgevlogen.

Eind 1986 werd het herstructureringsprogramma afgekondigd en vorig jaar nam Frelimo afscheid van het marxisme. Elke liberaliseringsmaatregel lijkt nu verantwoord, als het maar geld oplevert. De staat die eens bezoekers verwelkomde op de luchthaven met de spreuk 'Zona Libertado do Humanidade' (Bevrijde zone van de mensheid), schept nu alle ruimte voor persoonlijk gewin en corruptie, zoals in Zaire en Kenia, waar al jaren lang idealisme en ideologie de slagwoorden zijn.

Arm en rijk

In het streven een egalitaire samenleving op te bouwen, slaagde Frelimo tot voor kort erin de verschillen tussen arm en rijk beperkt te houden. Ook een directeur van een fabriek kon niet van zijn salaris rondkomen. Het nieuwe beleid creeert een bourgeoisie. 'Degenen die vroeger zwarte handel bedreven, komen uit de schaduw te voorschijn en verrijken zich op een legale wijze door import uit Zuid-Afrika', vertelt een buitenlandse hulpwerker. Dagelijks verschijnen er in de partijkrant Noticias berichten over staatsbedrijven die te koop zijn. De nieuwe eigenaren blijken veelal hoge ambtenaren, want politiek en zaken doen gaan volgens de nieuwe grondwet weer samen.

Internationale faam vergaarde Mozambique door het sociale beleid van Frelimo. Onderwijs en gezondheidszorg bij voorbeeld kregen extra aandacht en de alfabetiseringscampagne bleek een groot succes. Basisvoedsel werd gesubsidieerd. De oorlog en de economie zetten een welhaast onweerstaanbare druk op de sociale sector. De helft van de overheidsbegroting gaat naar het inefficiente leger, negen procent naar onderwijs en 5,4 procent naar gezondheidszorg. Het mes ging in het sociale netwerk.

Subsidies op voedsel en huren verdwijnen en voor onderwijs en gezondheidszorg dient een (vooralsnog symbolische) bijdrage te worden betaald. De regering probeert haar laatste sociale beloftes aan het volk overeind te houden. Wereldbankvertegenwoordiger Tcheyon antwoordt eufemistisch op de vraag of alle subsidies dienen te worden opgeheven: 'De overheid moet naar manieren zoeken om lokaal meer kapitaal te genereren.'

'Mijn begroting gaat steeds verder naar beneden. Nog voor het einde van het jaar is het geld op. Gelukkig komt er hulp uit Zwitserland', klaagt Basilio Dengo, hoofd van het ziekenhuis Jose Macamo in Maputo. 'Medicijnen?', lacht hij, 'Nee, daar betaalt de regering niet voor, die worden al jaren bekostigd met buitenlandse donaties.' De sterk teruggelopen hulp uit Oost-Europa treft Mozambique zwaar, onder andere in de gezondheidszorg. Westerse donoren bezinnen zich op een plan om Russische specialisten die op 1 januari moeten vertrekken, op Westerse kosten nog een tijdje in het land te houden.

De euforie onder de bevolking toen in 1987 de goederen in de winkels verschenen, maakte begin dit jaar plaats voor een grote stakingsgolf. Het kostenniveau staat in geen enkele verhouding tot de lonen. 'De arbeiders verkeren in een diepe crisis', verklaart ondersecretaris-generaal van de vakbonds centrale Jose Correia Gonancio in het pikkedonker als de elektrische stroom weer eens uitvalt.

Bonnensysteem

Het minimum maandloon ligt rond de 30.000 meticais, volgens de legale koers ongeveer zestig gulden, op de zwarte markt ruim twintig gulden. Een kilo tomaten kost 600 meticais, tien kilo maismeel 20.000 meticais en een broek 30.000 meticais. Een bonnensysteem moet de allerarmsten beschermen. Kennelijk met beperkt succes, want de kleine corruptie en criminaliteit nemen toe. 'Het aantal gevallen van ondervoeding in mijn ziekenhuis verdubbelde na de introductie van het economische herstelprogramma', meldt Basilio Dengo. De economie groeit, evenals de armoede.

Werkgevers en werknemers proberen zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Francisco bekleedt een hoge functie binnen een bedrijf. 'We maken weer winst, want we kunnen grondstoffen importeren', zegt hij. 'De salarissen zijn te laag', geeft hij onmiddellijk toe, 'Daarom betalen we voor het transport van de arbeiders en voor de helft van hun voedsel op het werk.' Hij wil nog iets kwijt. 'Ik hoop dat we nu ook iets kunnen doen aan de salarissen van de beter opgeleiden, om hen aan te sporen. Ik ben ingenieur en hoofd van een afdeling. Mijn collega die geen enkel diploma heeft, verdient hetzelfde. Dat kan toch niet onder het kapitalisme!'

Vakbondsman Jose Gonancio verkeert in een weinig begerenswaardige positie. Als leider van de staatsvakbond kan hij de regering niet afvallen. 'Enerzijds zijn we het eens met de economische politiek, anderzijds niet', drukt hij zijn dilemma uit. 'We kennen de gevoelens van de arbeiders en daarom zijn we tegen. Maar we moeten ook naar de nationale belangen kijken, anders zouden we ons niet vaderlandslievend opstellen'. Hij vraagt bedrijven zorg te dragen voor het sociale welzijn van hun werknemers, bij voorbeeld door goedkope maaltijden te verstrekken. Van de regering wenst hij nieuwe subsidies voor onderwijs en gezondheidszorg. Verder hoopt hij op hulp van vakbonden in het buitenland, om te leren hoe er met werkgevers dient te worden onderhandeld. 'We moeten als vakbonden een nieuwe rol vinden nu de centraal geleide economie plaats maakt voor het marktmechanisme. Onder het centralisme viel er voor ons niet veel te doen'.

Voor het eerst valt er in een gesprek weer het woord 'socialisme'. 'De belangrijkste taak van Frelimo is de arbeiders te verdedigen, de politiek blijft onveranderd. Op het vijfde partijcongres werd het socialisme als doel aangenomen'. De vakbondsman zwijgt even alsof hij zichzelf wil corrigeren en voegt eraan toe: 'Socialisme als einddoel, op de heel, heel lange termijn'. Een zure glimlach verschijnt rond zijn mond.