Nono bracht in zijn muziek politieke idealen totklinken

De Italiaanse componist Luigi Nono (1924-1990) behoorde, met Stockhausen, Berio en Boulez, tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de naoorlogse avant-garde. Donderdag vindt in de componistenserie van De IJsbreker in Amsterdam een muzikaal 'In memoriam' plaats.

In mei van dit jaar overleed Luigi Nono, 66 jaar, in opvallende stilte. Hij was de oudste van de avant-garde componisten die na de oorlog de muziek een nieuwe richting gaven. Hij wordt vaak in een adem genoemd met Berio, Stockhausen en Boulez, met wie hij overigens meestal van mening verschilde. Boulez noemde hij een vertegenwoordiger van de door hem verafschuwde burgerlijke cultuur ('Voor de afgeleefde bourgeois-maatschappij heb ik geen belangstelling'). Stockhausen was in zijn ogen een 'troebele, grublerische wereldverbeteraar', die geen politieke consequenties durfde te trekken uit zijn maatschappij-visie.

Zelf was Nono consequent, zowel in zijn artistieke als in zijn maatschappelijke opvattingen. Hij was communist, woonde met zijn vrouw Nuria, de dochter van Arnold Schonberg, op het eiland Judeca in Venetie tussen de arbeiders, en hij wilde muziek schrijven die hun politieke idealen ondersteunde. Toen hij ontdekte dat zijn werk weinig toegankelijk was voor 'ongeschoolden', besloot hij zijn manier van componeren te wijzigen. In een interview in 1970 in het Algemeen Handelsblad zei hij: 'Ik heb gemerkt dat arbeiders mijn Canto sospeso moeilijke kost vinden. Zeer begrijpelijk: mijn componeertrant met z'n gecompliceerde stemmenweefsel behoorde in dat stuk nog tot die van Bach, Beethoven, Mozart en noem ze maar op. En hierin zijn arbeiders niet geschoold. Elektronica en alles wat zijdelings ermee te maken heeft, is voor hen een veel toegankelijker klankwereld.'

Ondanks dit uitgangspunt heeft Nono's muziek haar waarde in deze tijd niet verloren. Nono bleef een Italiaan voor wie 'muziek zonder gevoel' leeg was. Slechts in een heel korte periode leidde de actuele politieke stellingname tot een versimpeling van het muzikale idioom. Kunst zag hij niet als reflectie maar als agitatie, 'een katalysator van haar tijd'; toch kon haar betekenis verder reiken. Nono: 'Als je fundamentele elementen van het leven aanboort, blijft kunst haar waarde behouden. Maar dit interesseert me niet.'

Zowel in zijn teksten, van Marx en Rosa Luxemburg tot oorlogsslachtoffer Hannie Schaft, als in de (abstracte) instrumentale noten wilde Nono zijnengagement tot klinken brengen. Daartoe legde hij een relatie tussen het functioneren van mensen in een maatschappij en muzikale klanken in een compositie. Nono was meer geinteresseerd in de onderlinge verbanden, 'de spanningsgraad' tussen de tonen, wat hij het espressivo noemde, dan in hun betekenis als 'individu'. Pas in de compositietechniek bleek, volgens Nono, het politieke engagement van een componist.

Een goed voorbeeld van Nono's 'gebalde vuisten'-muziek is La Fabbrica Illuminata uit 1964 voor mezzo-sopraan en tape. De mezzo-sopraan 'zingt' over de lijdensweg van de arbeidersklasse. Ze wordt begeleid door vier klanksporen waarop koorzang is vermengd met puur elektronische klanken en realistische fabrieksgeluiden, die Nono interesseerden vanwege hun 'nauwe harmonische relaties'.

De pamflettistische kracht van de vroege jaren maakte tenslotte plaats voor verstilling, voor het zoeken naar een nieuwe 'mystiek van het horen'. Niet uit puur artistieke overwegingen, maar als een reactie op het volgens Nono afgestompte perceptievermogen door de moderne media. 'Het oor wekken, de ogen, het denken, de intelligentie, ' dat moest zijn muziek uit die tijd bewerkstellingen. Een criticus noemde Hay que caminar uit 1987 muziek van een ontnuchterende, vaak onverdraaglijke en bijna subversieve traagheid. Als motto voor dit werk gebruikte Nono een spreuk op de muur van een 13de-eeuws klooster in Toledo: 'Pelgrims, er bestaat geen weg, alleen het verdergaan.'

Luigi Nono, In memoriam 1924-1990: La Fabbrica Illuminata/ Hai que caminar, sognando/ Post-prae-ludium. Door Lucia Meeuwsen (mezzo-sopraan), Irvine Arditti en David Alberman (viool) en Tjeerd Oostendorp (tuba). 8/11 (21 u.) in De IJsbreker, Amsterdam.