NOC wijst versoepeling van ski-limieten voor Winterspelen1992 af

AMSTERDAM, 7 nov. De Nederlandse Ski Vereniging (NSV) wil met het NOC onderhandelen over de normen voor afvaardiging naar de Winterspelen van 1992. Volgens de huidige toelatingseisen zou Nederland op geen enkel ski-onderdeel in Albertville zijn vertegenwoordigd, met uitzondering van de demonstratiesporten freestyle-springen en ballet.

NSV-directeur Andre van Schaveren heeft er in een onderhoud met Ard Schenk, chef de mission van de Nederlandse afvaardiging naar Albertville, op gewezen dat Nederlandse skiers thuishoren op de Winterspelen, maar dat de strenge limieten dit beletten. Schenk maakte Van Schaveren duidelijk dat de normen in principe niet worden gewijzigd, ook met het oog op de precedentwerking. Zonder dat hierover enige toezegging is gedaan, ziet Van Schaveren evenwel nog openingen om te onderhandelen over de normen. 'Maar dan moeten er komend seizoen zeer aansprekende topprestaties worden getoond.' De NSV overlegt op korte termijn met het NOC in hoeverre de sporters in de verschillende ski-disciplines kunnen worden gesteund om tot betere resultaten te komen met het oog op de Winterspelen.

Volgens Van Schaveren zijn de NOC-eisen teleurstellend. Op de persconferentie van de NSV gisteren in Amsterdam liet hij weten dat indien alle landen de Nederlandse limieten zouden overnemen er in plaats van veertig slechts acht landen zijn vertegenwoordigd bij de ski-disciplines, mondiaal gezien het belangrijkste onderdeel van de Winterspelen. Voor de langlauf-estafette, het schansspringen en freestyle (demonstratiesport) geldt als NOC-norm een plaats bij de eerste acht in een wereldbekerwedstrijd, bij alpine-skien en langlauf-individueel is de eis gesteld op een plaats bij de eerste vijftien. Resultaten waar de Nederlanders normaliter niet aan toekomen.

Gezien de ontwikkelingsfase en de internationale verhoudingen acht de NSV een plaats bij de eerste 33 tot 40 voldoende voor afvaardiging. Om dit in elk geval te bewerkstelligen nemen veel Nederlanders komende winter deel aan wereldbekerwedstrijden. Zo verschijnen de skiers Harald de Man I (zijn jongere naamgenoot - geen familie binnen de NSV heet Harald de Man II) en Michiel Slootweg aan de start bij de gerenommeerde alpine-wedstrijden in Val d'Isere en Val Gardena, waarbij zij tevens trachten plaatsing af te dwingen voor de wereldkampioenschappen januari 1991 in Saalbach (Oostenrijk).

Scepsis

Peter Prodinger, bondcoach van de Nederlandse alpine-selectie, verwacht dat onder anderen Michiel Slootweg, Harald de Man I en II alsmede Bram van Es zich kwalificeren voor de wereldtitelstrijd, hoewel zij dit in de komende reeks wedstrijden nog moeten bewijzen. 'Ik ben nu bezig aan mijn derde seizoen in Nederland. Nog altijd ontmoet ik veel scepsis, maar de resultaten zijn bemoedigend', aldus de Oostenrijker Prodinger. 'Na twee jaar van voornamelijk werken aan de basistechnieken, leggen we ons thans meer toe op het wedstrijdskien. De geselecteerde skiers zijn in elk geval bewust met hunsport bezig.'

Als algemene regel hanteert de internatione federatie (FIS) een toelatingseis voor het WK van vijftig FIS-punten; een stelregel die is gebaseerd op snelheid. Michiel Slootweg heeft thans als beste Nederlandse skier 59 punten, hetgeen omgerekend betekent dat hij op zijn onderdelen de reuzenslalom en de Super G nog een seconde snellerhet dal dient te bereiken.