Nationale verzet zich tegen kritiek op bod

AMSTERDAM, 7 nov. Bij de fusie met NMB Postbank krijgen de aandeelhouders van Nationale-Nederlanden een alleszins redelijk bod op hun aandelen.

Dat onderstreepten gistermiddag de fusiepartners in een persconferentie die ze belegden om de voorgenomen eenwording van bank en verzekeraar toe te lichten en te reageren op de verontwaardigde reacties naar aanleiding van het bod.

De Vereniging van effectenbezitters (VEB) noemt de verhouding waartegen de aandeelhouders Nationale-Nederlanden aandelen in de nieuwe houdstermaatschappij kunnen krijgen 'onacceptabel'. De VEB verklaarde gisteren dat aandeelhouders Nationale Nederlanden 'erg in het nadeel' waren. De belangenvereniging herinnerde Nationale-topman mr. J. J. van Rijn nog eens aan zijn uitspraak dat de verzekeraar zijn aandeelhouders 'naar grote hoogte' zou meenemen. Dat blijkt in ieder geval niet uit de voorgestelde ruilverhouding, aldus de VEB.

De teleurstelling van beleggers was ook in de beurskoersen te merken: Nationale-Nederlanden kelderde gisteren van 53,60 tot 48,30 gulden en zakte vanochtend verder tot 47,60 rond het middaguur. Het aandeel NMB Postbank steeg daarentegen van 36,70 tot 41 gulden vanmiddag. De fusiepartners, in het bijzonder Nationale-Nederlanden, hadden het gisteren zichtbaar moeilijk met deze motie van wantrouwen door de beurs. Die motie gold niet alleen Nationale-Nederlanden, maar feitelijk de fusie als geheel.

De aandelen Nationale-Nederlanden en NMB Postbank noteerden immers niet in de verhouding zoals deze door de voorwaarden van het bod zijn vastgelegd. En normaal gesproken zouden deze verschillen door ingrijpen van de markt moeten worden weggewerkt.

Drs. A. G. Jacobs, de financiele man onder de bestuursleden van Nationale-Nederlanden, toonde zich verrast door de koersdreun die het aandeel van de verzekeraar opliep en het verschil in de verhouding van de beurskoersen ten opzichte van het bod. 'Mij ontgaat de logica. Je zou haast zeggen dat de beleggers denken dat het bod niet slaagt, anders is deze koersbeweging niet rationeel', meende Jacobs.

Van Rijn en Jacobs trachtten samen duidelijk te maken dat hun aandeelhouders er in het geheel niet slecht van afkomen. Aandeelhouders NMB Postbank ontvingen weliswaar een premie van een tientje (in totaal 960 miljoen gulden) die aandeelhouders Nationale-Nederlanden moeten ontberen, maar daar staat tegenover dat Nationale-Nederlanden betrekkelijk goedkoop met een bank fuseert. Terwijl de aandeelhouders Nationale-Nederlanden door de omwisselverhouding 650 miljoen van de premie voor aandeelhouders NMB Postbank betalen, krijgt de verzekeraar hiervoor een distributiekanaal terug, zo becijferde bestuurslid Jacobs. 'Ik denk dat wij voor onze aandeelhouders een goede zaak doen en voor de aandeelhouders van NMB Postbank een beetje betere', aldus Jacobs. Van een overneming in financiele zin is volgens hem geen sprake: dan zoueen prijs van 10 miljard gulden voor NMB Postbank geenszins onredelijk zijn, terwijl de bank nu voor een tegenwaarde van 4,7 miljard in de combinatie wordt opgenomen.

Het bepalen van een juiste ruilverhouding is een ingewikkelde kwestie, zo verklaarden de bestuurders: allereerst moeten winst- en balanscijfers vergeleken worden. Daarnaast zijn er nog reserves bij de bank, zoals de stroppenpot, en bij de verzekeraar, als gevolg van de zeer terughoudende manier waarop hij bezittingen waardeert. En tot slot zijn er natuurlijk de beurskoersen en de verschillen in waardering die beleggers aan banken en verzekeraars toekennen.

De ruilverhouding tussen de bestaande aandelen en stukken in de nieuwe houdstermaatschappij zijn vastgesteld met instemming van de Britse investmentbank Warburg, die de fusie begeleidt. En hoewel niet alle gegevens openbaar zijn, kan het bod de toets der kritiek onder iedere berekeningsmethode doorstaan, zo verzekerde besturuslid Jacobs. Daarnaast zal de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs als onafhankelijke derde het bod van een 'fairness opinie' voorzien.