Mist alarmeert niet, maar waarschuwen wel

ROTTERDAM, 7 nov. Het verkeersongeluk bij Breda eiste tien levens. Dat is nog niet driemaal zoveel als er gemiddeld dagelijks aan verkeersslachtoffers vallen: vier nu waren er geen fietsers en voetgangers bij. Kettingbotsingen zoals bij Breda doen zich gemiddeld maar eens per jaar voor.

Het risico van dood-door-mist is te accepteren zoals men de kans op blikseminslag aanvaardt. Toch wordt nu opnieuw geroepen om maatregelen die het risico voortaan moeten beperken. Niets simpeler dan dat. De Rijkspolitie stelde vast dat verscheidene automobilisten gisteren met een snelheid van 140 kilometer per uur de mistbank indoken die zij al enige seconden als een 'muur' voor zich zagen opdoemen.

Vast staat dat de Rijkspolitie in Driebergen gisterochtend elk half uur voor mistbanken in Noord-Brabant waarschuwde. (Er is geen officiele mistbriefing afgegeven. Zo'n briefing die vaak 's ochtends uitgaat, alarmeert de gezondheidsdiensten die dan hun ambulances gereedhouden. 'Maar', verzekert de Bredase GGD-chef A. de Laat, 'met een briefing waren we niet sneller ter plekke geweest dan nu. 's Morgens om half tien hebben we natuurlijk altijd een volledige bezetting.')

Een waarschuwing per half uur is te weinig frequent, meent prof.dr. W. A. Wagenaar uit Leiden. Zijn werkgroep 'Veiligheid' houdt zich regelmatig ook met verkeersveiligheid bezig. 'Je mag aannemen', zegt Wagenaar, 'dat een groot deel van de automobilisten bij Breda nog helemaal geen mistwaarschuwing had gehoord. Ik pleit al jaren voor produktie en gebruik van autoradio's met een geheugen die met een druk op de knop, zodra je instapt, de laatste weerberichten doorgeven. Ons onderzoek toonde aan dat de automobilist gegevens over het weer veel beter onthoudt dan al die filemeldingen.'

Pag.3: Vervolg

In Frankrijk, Belgie en Duitsland zijn hier en daar langs de wegen mistdetectoren geplaatst. Sensoren meten het 'zicht' en laten zonodig borden oplichten met een mistwaarschuwing of een adviessnelheid. Ook Nederlandse ondernemingen (Brimos in Hattem en Pintsch Bamag in Katwijk) kunnen zulke detectoren leveren. Er zijn verschillende systemen in gebruik. Sommige stralen pulsen gecalibreerd licht uit die door een verderop geplaatste ontvanger (een soort fotocel) worden geanalyseerd. Men kan zulke pulsen ook laten reflecteren en op de plaats van de zender zelf onderzoeken.

Andere systemen meten hoeveel infrarode straling door de druppeltjes mist (of sneeuw of regen) wordt teruggeworpen, of hoeveel 'scattering' (verspreiding) van de bundel infrarode straling optreedt. Dat laatste systeem (van het Finse Vaisala) wordt geleverd door Radio Holland (Nedlloyd) in Amsterdam die het ook op acht Nederlandse vliegvelden heeft geplaatst. Op Schiphol maakt het deel uit van de 'Runway Visibility Range' die de verkeersleiding in staat stelt landende vliegtuigen het zicht in meters door te geven.

Rijkswaterstaat gaat geen mistdetectoren langs de snelwegen plaatsen, meldt verkeer en waterstaat. 'Onbetaalbaar. Dan moet je langs het hele wegennet om de zoveel honderd meter een detector neerzetten.' KNMI en Meteo Consult zien dat niet zo somber: 'Het staat vast dat op sommige weggedeelten altijd eerder mist ontstaat dan op andere plaatsen.'

Wel heeft Rijkswaterstaat besloten meer systemen voor snelheidssignalering aan te brengen. Die signaleren een plotselinge terugval in de snelheid van het verkeer en kunnen achterop komend verkeer binnen 20 seconden waarschuwen. De omvang van een kettingbotsing kan zo beperkt blijven.

Overigens kan elke automobilist makkelijk zelf de hoeveelheid 'zicht' meten door op de hectometerbordjes in de berm van de weg te letten. Chauffeurs van vrachtwagens die gevaarlijke stoffen vervoeren gebruiken de bordjes om vast te stellen wanneer het zicht minder is dan 200 meter. Dan moeten zij volgens het reglement VLG (vervoer over land van gevaarlijke stoffen) van de weg af.

Is het mogelijk mist te bestrijden? In principe wel, zegt het KNMI. Franse vliegvelden worden wel mistvrij gehouden door de landingsbanen met oude straalmotoren te verhitten. Ook heeft het soms zin de omgeving van zo'n veld goed te draineren, zodat het er minder vochtig wordt. Wegen zou men in een enkel geval met flinke schermen tegen uit sloten en weilanden aankruipende grondmist kunnen beschermen. Het is meer theorie dan praktijk.

Wagenaar wil meer aandacht voor het gedrag bij mist. 'Het blijkt dat automobilisten ook in mist die zich over grote gebieden uitstrekt op volle snelheid blijven doorrijden. De mist geeft ze de illusie dat ze alleen zijn, dat het met de drukte wel meevalt. Met mist weet je nietwat je niet ziet.'

Het is geen Nederlands probleem. Wagenaar is betrokken bij een onderzoek naar het grote aantal ongelukken in de woestijn van Oman waar veel meer fatale botsingen met kamelen voorkomen dan men zou verwachten. Plotseling opduikende stofwolken en een lokale vorm van polderblindheid zijn daarvoor de verklaring.