Lobby voor Brits plan Europese munt

AMSTERDAM, 7 nov. Mr. Francis Maude, de Britse staatssecretaris van financien, is een volhouder. Op doorreis door Europa was hij gisteren voor de vierde keer in korte tijd in Nederland om de alternatieve Britse plannen voor een Europese munt toe te lichten. Veel succes hoeft hij niet te verwachten: Nederland wijst de Britse voorstellen in beleefde woorden vierkant af.

Als alternatief voor een gemeenschappelijke munt in de Europese Gemeenschap, heeft de Britse regering voorgesteld de nationale munten te laten voortbestaan en daarnaast een aparte, 'dertiende' gemeenschappelijke munt in te voeren. Deze zogenoemde 'harde ecu' zou nooit gedevalueerd mogen worden ten opzichte van de sterkste Europese munt en zou daardoor een inflatiebestendig alternatief voor de overige Europese valuta moeten worden.

Toenemende populariteit van de harde ecu zou het gebruik van nationale munten geleidelijk kunnen terugdringen. Niet via politieke onderhandelingen maar via de markt wordt zo een gemeenschappelijke Europese munt ingevoerd.

De harde ecu zou, volgens het Britse plan, worden uitgegeven door een Europees Monetair Fonds. Dit EMF zou slechts technische bevoegdheden krijgen om ecu's uit te geven in ruil voor nationale EG-valuta. De oprichting van een Europese Centrale Bank is dan vooralsnog niet nodig.

Het enthousiasme bij de EG-partners voor dit Britse monetaire alternatief is op zijn best als 'lauw' te omschrijven. Maude, die gisteren met president Duisenberg van De Nederlandsche Bank en met een groep Nederlandse bankiers sprak, erkende dat De Nederlandsche Bank geen noodzaak ziet voor de invoering van een harde ecu. Wel bestaat bewondering voor het technische vernuft van het Britse monetaire schema.

'Er is geen sprake van dat Groot-Brittannie op de komende Intergouvernementele conferentie in Rome (volgende maand, red) zal instemmen met plannen voor een gemeenschappelijke Europese munt', zei Maude. 'Ons bezwaar tegen het vaststellen van een datum voor de zogenoemde tweede fase van de EMU (1 januari 1994, in deze tweede fase moet de Europese centrale bank worden opgericht, red) is niet dat dit te vroeg of te laat is, maar dat het belachelijk is om een datum vast testellen terwijl je helemaal niet weet waarvoor je dat doet.'

Gezien dit afwijkende Britse standpunt is wel voorgesteld dat de EG in 'twee snelheden' naar een monetaire unie streeft, waarbij Groot-Brittannie achter blijft bij een kerngroep van EG-landen. Maude wees dat af. 'Er bestaat een toenemende overeenstemming dat een beslissing over monetaire eenwording door alle twaalf landen gesteund moet worden', zei hij. 'Bij alle beslissingen moet het Verenigd Koninkrijk blijven deelnemen.'

De Britse staatssecretaris keerde de argumenten van voorstanders van een snelle Europese monetaire eenwording en de invoering van een gemeenschappelijke munt om. 'We sluiten uiteindelijk een gemeenschappelijke munt niet uit, maar we zijn tegen overhaaste stappen', verduidelijkte hij. 'We zeggen niet 'nooit', maar we zijn van mening dat het om beslissingen gaat die nu nog helemaal niet aan de orde zijn.'

Volgens Maude kan de tweede fase juist versneld worden met de invoering van een harde ecu als parallelle munt. Het Europese Monetaire Fonds is volgens Maude ook een snel haalbaar alternatief voor de langdurige procedure die nodig is om een Europese Centrale Bank op te richten. 'Een gemeenschappelijke munt en een Europese centrale bank zijn op zijn vroegst op middellange termijn mogelijk. Ons voorstel kan sneller worden uitgevoerd zonder overhaaste stappen.'

Groot-Brittannie, verzekerde Maude, is niet uit op sabotage van de discussies over monetaire eenwording in Europa. Maar: 'Niemand moet denken dat men met handige diplomatie ons van gedachten zal doen veranderen over een munt. Het zou alleen dwaas van de overige landen zijn om Groot-Brittannie te isoleren.'

Monetaire eenwording betekent overdracht van bevoegdheden van nationale overheden naar Brussel. De Britse regering meent niet dat de voordelen van een munt zo groot zijn om hiervoor de nationale soevereiniteit op te geven. Premier Thatcher heeft de parlementaire rechten steeds krachtig verdedigd bij haar afwijzing van Europese monetaire vergezichten. Maude: 'Britse ministers moeten zich in het parlement verantwoorden voor hun beleid. Dat is bij ons toevallig al 600 of 700 jaar het geval. Een beslissing om hiervan afstand te doen is voor Groot-Brittannie verstrekkender dan voor andere landen waar de parlementaire democratie minder lang geinstitutionaliseerd is in de geschiedenis.'