Interimwet politiebestel aangepast

DEN HAAG, 7 nov. De ministers Hirsch Ballin (justitie) en Dales (binnenlandse zaken) hebben de interimwet voor de reorganisatie van het politiebestel maar zeer ten dele aangepast aan de forse kritiek die de Raad van State op de wettelijke voorziening had uitgeoefend.

De interimwet moet, vooruitlopend op een definitieve wettelijke regeling, de integratie van rijks- en gemeentepolitie in 25 regiokorpsen onder leiding van de burgemeester van de grootste gemeente uit de regio en de

fdofficier van justitie voorbereiden.

De Raad van State noemde het 'uitzonderlijk' dat de burgemeester van de centrumgemeente aanwijzingen kan geven aan een collega uit een gemeente in de regio. Het adviescollege vreesde voor schade aan de plaatselijke verhoudingen.

Hirsch Ballin en Dales hebben in de interimwet, die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, nu opgenomen dat aanwijzingen slechts kunnen worden gegeven nadat een regionaal overlegorgaan is gehoord. In dit orgaan zitten naast de burgemeester van de grootste gemeente uit de regio ook de hoofdofficier van justitie en de andere burgemeesters uit de regio.

In de interimwet wordt de indeling in politieregio's aangegeven. De centrumburgemeester wordt bevoegdheden gegeven om 'de regie van het integratieproces' op zich te kunnen nemen. Het wetsvoorstel regelt ook de aanwijzing van de korpschefs.

De Raad van State vond eigenlijk de hele interimwet onaanvaardbaar. De maatregelen uit de tijdelijke wet zijn zo ingrijpend dat een onomkeerbaar proces in werking wordt gezet.

Omdat nog onduidelijk is hoe het nieuwe politiebestel er in de eindfase precies moet uitzien, acht de Raad van State dit ongewenst.