HET KOLENHOK IN

Ik zat in het gebouw van de Sociale Dienst te wachten op mijn beurt. Het was snikheet, dus ik had een stoeltje gekozen vlakbij de ingang, in de tocht. Er kwam een jongen binnenstappen, met een hond. Hijkeek even verwilderd om zich heen en ontdekte toen de portier achter zijn kogelvrije ruit. 'Ik heb gehoord dat je hier gratis geld kan krijgen' riep hij door het luikje, 'is dat waar?'. 'Eerst die hond eruit' zei de portier. De jongen greep de hond, trok hem mee naar de deur, en schopte hem naar buiten. Met een sprong stond hij weer voor hetloket: 'Echt waar, kan ik hier geld krijgen?'. 'Woon je hier in de stad?' vroeg de portier. 'Eh, ja' zei de jongen verbaasd, 'ik woon in de Pijp, hoezo?'. 'Morgen terugkomen' zei de portier, 'voor half drie'. Daar moest de jongen even over nadenken. Ten slotte zei hij: 'Hoe laat is het nu dan?'. 'Kwart over drie. Die afdeling is al gesloten'. 'O. Dus hier terugkomen? Hier? Voor half drie?' 'Klopt' zei de portier. De jongen danste naar buiten, en ging op zoek naar zijn hond.

Ik moet nog wel eens aan die jongen denken. Stel dat het hem op een of andere dag is gelukt voor half drie bij de Sociale Dienst aan te komen, dan heeft hij nu een bijstandsuitkering. En dan is hij inmiddels uitgenodigd voor een 'herorienteringsgesprek' over zijn toekomst op de arbeidsmarkt. Zou hij de uitnodiging voor dat gesprek hebben gelezen? Ishij gegaan? Misschien wilde hij wel, maar was hij weer even de tijd vergeten. Hij heeft ook vast niet gehoord wat Kok en Woltgens vorige week op televisie zeiden. Ik denk niet dat hij weet dat er een korting op zijn uitkering dreigt.

I n die hal, op de kale stoeltjes van de Sociale Dienst, zaten een heleboel mensen die de boodschap van de sociaal-democratische voormannen wel degelijk zullen hebben begrepen: vooral die mannen en vrouwen van boven de vijftig. Ruimschoots op tijd voor de afspraak met de Bijstandsmaatschappelijk Werker, ook al weten ze dat die hen minimaal een half uur zal laten wachten. Sombere gezichten boven nog heel toonbare kleren. Die zijn ongetwijfeld allemaal keurig verschenen op hun herorienteringsgesprek, waar ze hebben gehoord dat er voor hen geen perspectief is op werk, dat ze geen speciale prioriteit genieten bij het zoeken naar een geschikte scholingsmogelijkheid, en dat de wachtlijsten voor alle scholingsprogramma's inmiddels stampvol zitten. Ze hebben weer eens laten zien dat ze oppassende burgers zijn. Maar daarmee zijn ze (voor dezoveelste maal) weinig opgeschoten. Ze tellen in de maatschappij evenmin mee als die jongen met zijn hond.

Deze mensen zijn het slachtoffer van de volstrekt verouderde methodes waarmee in Nederland de economie en de arbeidsmarkt worden gereguleerd. Kijk maar hoe het gaat met de loonvorming. Er dreigt een loongolfje. Begin volgend jaar zullen in de CAO-onderhandelingen, tenzij er in de tussentijd een echte economische crisis uitbreekt, loonsverhogingen worden afgesproken van vier a vijf procent. Hier en daar wellicht nog meer. Dat maakt de fameuze 'koppeling' tussen lonen en uitkeringen bijna onbetaalbaar. Dus roept het kabinet tegen de besturen van werkgeversorganisaties en vakcentrales, dat ze hun sociale verantwoordelijkheid moeten tonen door de lonen in de hand te houden. Deze besturen hebben echter, anders dan in de jaren vijftig, niet meer het gezag en de middelen om hun 'achterban' te binden aan centraal gemaakte afspraken. Het morele beroep op de 'burgerzin' van de sociale partners leidt niet meer tot de gewenste resultaten.

Waren er dan andere mogelijkheden om de loonstijging binnen de perken te houden? Het kabinet had natuurlijk kunnen proberen van het Najaarsoverleg echte onderhandelingen te maken. Nog beter was een principiele aanpak geweest. Het komende loongolfje is immers voor een groot deel veroorzaakt door de nijpende tekorten aan vakmensen in enkele goed lopende sectoren van de economie (zoals de bouw, de verzorgende sector en de metaalindustrie). De eerste voorboden daarvan waren al ruim twee jaar geleden te zien. Toen hadden overheid en socialepartners onmiddellijk tot actie moeten overgaan. Pas in het afgelopen jaar zijn een paar grote omscholingsprogramma's van start gegaan om werklozen over te hevelen naar sectoren waar veel vraag naar arbeid is. De eerste honderden omgeschoolde krachten stromen nu de metaalindustrie in. Dat zijn er te weinig, en ze komen minstens een jaar te laat om de loongolf nog te temperen.

D e discussie over het arbeids marktbeleid wordt sinds kort weer geheel beheerst door de klassieke roep om sancties tegen 'onwillige' werklozen. Ook dat is een poging om een reguleringsmechanisme uit de jaren vijftig te gebruiken, in een maatschappij die overigens weinig meer gemeen heeft met de periode-Drees.

De uitspraken van Kok en Woltgens ademen een sfeer die regelrecht uit de jaren vijftig stamt. Vader is niet boos. Vader is teleurgesteld. Vader ziet dat niet al zijn kinderen zich gedragen zoals was afgesproken. Vader vindt dat er van nu af aan duidelijker grenzen moeten worden gesteld. Vader waarschuwt nog een keer. Wie zich nu nog misdraagt, gaat het kolenhok in. Het is een toon die past bij een mobilisatie-economie, waar een absoluut tekort aan menskracht heerst, en waar het gevoel van 'met zijn allen de schouders eronder' koste-wat-kost levend moet worden gehouden. De meeste werklozenzien een heel andere realiteit: zij merken elke dag weer dat niemand op hun werkkracht zit te wachten.

Toch kan je ook in die situatie een mobilisatiesfeer oproepen. Maar die zal dan gericht moeten zijn tegen de werkloosheid. Laat onderzoeken waarop de arbeidsmarkt over twee jaar de grootste knelpunten zullen optreden. Begin werklozen in die richting om te scholen. Laat de wachtlijsten bij de CVV's verdwijnen. Maak reclame bij de lokale overheden voor de 'Maatwerk'-aanpak. Zet speciale teams aan het werk die langdurig werklozen kunnen 'verkopen' aan ondernemers met personeelsproblemen. Proclameer desnoods, want enig politiek vuurwerk is natuurlijk onmisbaar, een 'War on Unemployment', een 'Delta-plan tegen de werkloosheid'. En zeg dan: 'de werkloze die nou nog niet mee wil doen gaat het kolenhok in'. Dan laat Vader zien dathij niet alleen streng is, maar ook rechtvaardig.

En ach, vadertje, herinnert u zich die jongen met die hond? Hij weet nogaltijd niet hoe laat het is. Laat die toch maar gewoon zijn uitkering houden.