HANDEL IN TWEEDEHANDS PC'S

Nieuwe personal computers verliezen vijftien tot veertig procent van hun waarde zodra de verpakking eraf is. Na vijf jaar zijn zij nog maar tien tot dertig procent van de nieuwprijs waard, terwijl de meeste pc's een gemiddelde levensduur hebben van tien jaar. Geen wonder dus, schrijft het Amerikaanse weekblad Business Week, dat er een markt is ontstaan voor tweedehands pc's met een omzet van bijna twee miljard dollar per jaar. Volgens het blad groeit dat cijfer met minstens dertig procent per jaar. Sinds IBM negen jaar geleden zijn eerste pc introduceerde, zijn zo'n vijf miljoen apparaten toe aan vervanging. En omdat langzamerhand iedereen al een pc op zijn bureau heeft, schaft het bedrijfsleven nieuwe apparaten aan op voorwaarde dat de leveranciers de oude tegen een vergoeding overnemen. Zij moeten wel, zegt het blad, want de groei in de verkoop van nieuwe pc's is verminderd tot vijf procent per jaar. Omdat de handelaars aanvankelijk weinig voelden voor deze gedwongen ruilhandel is er een nieuwe bedrijfstak ontstaan die zich toelegt op bemiddeling. De potentiele kopers zijn particulieren en kleine bedrijven. Volgens het blad groeit echter ook de belangstelling van grote ondernemingen, bij voorbeeld van Ford Motor Corp., voor gebruikte apparatuur.

Japan Economic Journal

Dank zij Saddam Hussein zijn olieproducerende landen als China, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten op zoek naar nieuwe oliebronnen op eigen grondgebied. Maar tot dusverre, schrijft de Japan Economic Journal, is de groei van vraag naar pijpleidingen achtergebleven bij de verwachtingen van de Japanse producenten. Het blad bespreekt de economische achteruitgang in China en de Sovjet-Unie. In de VS blijftverhoging van de olieproduktie achterwege omdat de maatschappijen zich afvragen hoelang de trend van hoge olieprijzen zal aanhouden. Daarbij komt dat er een half jaar overheen gaat voordat er olie kan worden gepompt uit een nieuwe bron. De vraag naar olie blijft echter groeien, zeker in wat het blad het Pan-Pacificgebied noemt: Noord-, Oost- en Zuidoost-Azie, Oceanie en Noord-Amerika. In dat deel van de wereld, dat nu al voor 85 procent afhankelijk is van fossiele brandstoffen, zal de vraag naar energie tot het jaar 2000 met dertig procent toenemen. Onzekerheid mag dan nu de overhand hebben, de vooruitzichten voor producenten van pijpleidingen zijn volgens de Japan Economic Journal op langere termijn veelbelovend.

Wirtschaftswoche

Gerhard Stoltenberg, de Duitse minister van defensie, heeft 800.000 markextra begroot voor een campagne die de geloofwaardigheid van de strijdkrachten moet vergroten. Volgens het Duitse weekblad Wirtschaftswoche heeft het leger dat bedrag hard nodig om te rechtvaardigen dat het drie miljard uitgeeft aan nieuwe wapens, waaronder bij voorbeeld 467 miljoen mark voor pantserhouwitzers, 563 miljoen voor raketten en 715 miljoen voor de ontwikkeling van NH-90-helikopters. De produktie daarvan, in samenwerking met Frankrijk, Italie en Nederland, is begroot op tien miljard mark. Het blad vindt dat dit niet meer kan nu de dreiging van het Warschaupact nauwelijks meer aanwezig is terwijl een nieuw Europees politiek concept ontbreekt. De voorgenomen aanschaf van de nieuwe wapens betekent dat het niet meer mogelijk is te bezuinigingen. Integendeel, mede door de toeloop van honderduizend leden van de voormalige Volksarmee is de defensiebegroting gestegen tot een recordhoogte van 57 miljard mark.

Der Spiegel

Bekende Westerse sigarettenfabrikanten als Philip Morris, Reemtsma en Reynolds roken een zware pijp bij de strijd om de markt van zes miljoen Oostduitse rokers, die een broertje dood hebben aan de lichte sigaretten van de Westerse producenten. Het Duitse weekblad Der Spiegel noemt als sprekend voorbeeld de fusie tussen de Hamburgse tabaksonderneming Reemtsma en de Oostduitse producent Nortak. De onderneming vernieuwde het Oostduitse merk Cabinet door het teer- en nicotinegehalte flink te verlagen in combinatie met een nieuwe frisse verpakking. De gevolgen waren desastreus. In nog geen jaartijd zakte het marktaandeel van 33 tot 10 procent. De Oostduitsers blijven liever sigaretten roken met een teer- en nicotinegehalte dat in de EG niet meer is toegestaan.