Geen overeenstemming over milieubeleid

GENEVE, 7 nov. De landen van de Europese Gemeenschap zijn er niet ingeslaagd met de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie overeenstemming te bereiken over een wereldwijde strategie tot stabilisering en vermindering van de kooldioxyde (CO)-produktie. Kooldioxyde draagt voor meer dan 50 procent bij aan de atmosferische vervuiling en het broeikaseffect, waarvan wordt aangenomendat het bijdraagt tot een klimaatsverandering die zich momenteel lijkt te voltrekken.

Dat bleek gisteren op de eerste dag van de tweedaagse Tweede Wereldklimaatsconferentie van ministers van milieu in Geneve. De eerste conferentie werd in 1989 in Noordwijk gehouden. Ook daar kwamen de ministers van een groot aantal geindustrialiseerde en ontwikkelingslanden niet tot een akkoord. Wel hoopten zij toen dat dit, na een jaar studie, in Geneve wel mogelijk zou zijn en dat daar de grondslag voor een internationaal klimaatsverdrag zou kunnen worden gelegd.

De Duitse minister van milieu, Topfer, wees er gisteren op dat het geduld van de EG-landen met de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie nu tot praktisch nul is gedaald, maar dat zij de dwarsliggers met het oog op verdere onderhandelingen die in 1992 tot het gewenste klimaatsverdrag zouden moeten leiden, toch niet als verdragspartners willen afschrijven. Van Amerikaanse kant werd vanmorgen opgemerkt dat het EG-beleid niet meer dan een slag in de lucht is, omdat het niet eenduidig is en er sancties aan ontbreken.

Algemeen wordt verwacht dat de VS en de Sovjet-Unie bij het steeds duidelijker worden van het probleem met het klimaat uiteindelijk toch niet zullen achterblijven. Duitsland speelt op het ogenblik een ook volgens Nederland onomstreden leidende rol met maatregelen tot bescherming van het klimaat. Topfer illustreerde dat gisteren met zijn aankondiging dat zijn land de doelstelling om in 2005 tot een vermindering van de CO-belasting met 25 procent (190 miljoen ton) te komen ondanks het verzet van industriekringen tot 30 procent zal verhogen. Daarbij gaat het niet alleen om West-Duitsland maar ook om de voormalige DDR dat een zeer groot aandeel (300 miljoen ton) heeft in de wereldwijde kooldioxyde-emissies. De Duitse minister hoopt de schoonmaak van oostelijk Duitsland in zes jaar voor elkaar te krijgen. Enerzijds door een flink aantal sterk vervuilende en verouderde bruinkoolmijnen te sluiten en anderzijds door mijnen te moderniseren en door de vervuilende industrieen onder Westduitse milieunormen te brengen.

Na de Jordaanse koning Hussein, die een wereldwijde milieucatastrofe voorspelde in geval de Koeweitse oliereserves door oorlogsgeweld worden getroffen, riep ook de Britse premier Thatcher op tot veel meer aandacht, ook van de Verenigde Staten, voor het broeikasprobleem dat een klimaatsverandering zou veroorzaken. Wetenschappelijke onduidelijkheid over veranderingen in het klimaat mag volgens Thatcher het nemen van maatregelen daartegen niet in de weg staan. Haar oproep oogstte behalve veel bijval ook wrevel. Onder meer bij de Nederlandse minister Maij-Weggen die de Britse premier verwijt dat zij in Geneve 'de show trachtte te stelen' terwijl de Britten in hun CO-doelstelling bij andere EG-landen, in het bijzonder Duitsland, Denemarken en Nederland, ten achter zouden blijven. Over de verbazing op de conferentie dat het kleine Nederland daar door twee bewindslieden wordt vertegenwoordigd zei Maij-Weggen dat zij, omdat het KNMI onder haar vleugels valt, mede verantwoordelijk voor het klimaatsbeleid is en dat men 'niet moet denken dat een van ons hier zit te niksen'.

Ondanks de teleurstelling over de houding van landen als de VS en de Sovjet-Unie, die in tegenstelling tot veel wetenschappers nog steeds weinig geloof willen hechten aan voorspellingen over de klimaatsverandering en de gevolgen daarvan, is minister Alders (milieubeheer) toch optimistisch gestemd over de kleine stappen voorwaarts die bij dit overleg worden geboekt. De minister wees in dat verband op het akkoord dat de EG-landen kortgeleden in Luxemburg hebben bereikt. Het houdt in dat zij er grosso modo voor zullen zorgen dat de Europese CO-emissies in 2000 niet hoger zullen zijn dan in1990.

Achter de schermen van de ministersconferentie werd gisteravond en vanmorgen nog hard gewerkt aan een tekst voor een gezamenlijke slotverklaring. Volgens daarbij betrokken ministers en ambtenaren staat er een stuk op stapel waarin geconstateerd wordt datde klimaatsverandering een milieubedreiging van tot nu toe ongekende omvang vormt en dat de geindustrialiseerde wereld verantwoordelijk is voor driekwart van alle broeikasgassen (niet alleen CO, maar ook methaan, chloor-fluorkoolwaterstoffen en lachgas) die in de atmosfeer komen. Aan de ontwikkelde landen wordt het klimaatsbeleid van onder meer de EG ten voorbeeld gesteld. Daarbij wordt hun gevraagd om na te gaan welke maatregelen mogelijk zijn om de CO-produktie metterdaad te verminderen. Voor landen als Portugal, Spanje en Griekenland geldt een wat andere benadering. Enerzijds zouden deze zich op verhoging van de energie-efficientie moeten richten, anderzijds mag hun CO-produktie nog beperkt blijven toenemen. Voor Derde-wereldlanden geldt dat in nog sterkere mate. Daar mogen de kooldioxyde-emissies nog flink blijven stijgen omdat die landen industrieel nog veel moeten groeien.

    • Frits Groeneveld