Europees computerproject Jessi komt geld tekort

MUNCHEN, 7 nov. Het Europese monsterverbond van chipproducenten en chipconsumenten, Jessi, leert de harde feiten van het leven kennen. De tijd van urenlange discussies en ambitieuze plannen is voorbij: er moet geld op tafel komen, veel meer dan oorspronkelijk begroot.

Na vier jaar moeizaam onderhandelen hebben ruim honderd bedrijven, in meer en mindere mate concurrenten van elkaar, 54 projecten uitgekozendie ze voor het voortbestaan van een onafhankelijke Europese chipindustrie en de versterking van de elektronica-industrie van essentieel belang achten. Voor het merendeel van die projecten is nog niet voldoende geld beschikbaar.

Volgens eerdere afspraken moeten de nationale overheden 25 procent van Jessi financieren, maar nu het erop aankomt, dreigt bureaucratie het project te vertragen. Individuele projecten worden slechts mondjesmaat goedgekeurd.

Terwijl de subsidiestroom nog nauwelijks op gang is gekomen, heeft de leiding van Jessi al becijferd dat 25 tot 30 procent meer geld nodig is dan de 8,5 miljard gulden die het gehele project was toebedacht.

'Onze focus moet niet langer technologie zijn, nu moet financiering ons belangrijkste doel worden', zei dr. R. Paletto, voorzitter van Jessi's raad van bestuur gisteren. Volgens hem hebben de elektronicabedrijven het belang van fondswerving onderschat.

Paletto is van mening dat het project weliswaar vertraging oploopt, maar dat de overheden de subsidies uiteindelijk zullen verstrekken. Jessi wordt voor 50 procent betaald door de deelnemende bedrijven, voor 25 procent door de Europese Gemeenschap en voor 25 procent door de nationale overheden.

Een deel van de financiele problemen wordt veroorzaakt door de Nederlandse overheid, die, geschrokken door het plotselinge besluit van Philips zich uit een deelproject van Jessi terug te trekken, de toezegging van bijdragen vertraagt. Terwijl Frankrijk, Duitsland en Italie, evenals de Europese Commissie al concrete toezeggingen hebben gedaan, laat het ja-woord uit Den Haag nog op zich wachten.

Economische Zaken wijst erop dat pas in 1991 definitieve beslissingen over het gehele Jessi-project zouden worden genomen. Over ondersteuning in Nederland komt dit jaar nog duidelijkheid. Van echte vertraging is dus geen sprake. Wel erkent een woordvoerder van het departement dat de terugtrekking van Philips uit een deel van het superchipproject aanleiding is de Nederlandse deelneming nog eens kritisch te bezien.

Volgens drs. R. Kramer, werkzaam bij de Philips-divisie Componenten en een van de vier 'onderdirecteuren' van Jessi, kunnen kleine Nederlandse bedrijven nog voor het einde van dit jaar een 'letter of intent' tegemoet zien van het ministerie van economische zaken, waarin de subsidies worden toegezegd. Over financiele steun aan Philips, dat nog steeds in 20 van de 54 Jessi-projecten paticipeert, bestaat volgens hem nog geen enkele duidelijkheid.

Kramer is verantwoordelijk voor een van de vier onderdelen van het programma, het Technologie-deel, waartoe onder andere de ontwikkeling van nieuwe generaties chips behoort. De financiering van die projecten is bijna rond.

Het gat, dat in een van de chipprojecten werd geslagen toen Philips zich terugtrok uit de ontwikkeling van zogenoemde statische geheugenchips, S-RAMS, wordt opgevuld door het Duitse Siemens en de Frans/Italiaanse combinatie SGS/Thomson, waarmee Philips in het gewraakte onderdeel samenwerkte.

Kramers collega's, verantwoordelijk voor de deelgebieden Produktieapparatuur voor chips en Toepassingen van chips, hebben meer financiele moeilijkheden. In de categorie Produktieapparatuur staantwintig projecten aan de start, die geen van alle voldoende geld hebben. In het deelproject Toepassingen draait pas een enkel project met volledige financiering.

Een meevaller voor Jessi vormt de definitieve toezegging door de Europese Commissie van 900 miljoen ecu, ongeveer een kwart van de totale begroting eerder deze week. In het voorjaar was twijfel ontstaan over de bijdrage van de Commissie; er werd toen rekening gehouden met een bijdrage van slechts 12,5 procent.

Voorzitter Paletto was optimistisch over de resultaten van de subsidie-campagne, maar liet tegelijk doorschemeren dat het voor de elektronica-industrie wel eens moeilijker kan worden om fondsen te werven dan in het verleden het geval was. 'Elektronica was jarenlang inde mode', aldus Paletto 'maar trends veranderen.'

Hij achtte het niet uitgesloten dat de Europese chipindustrie nieuwe samenwerkingsvormen en eventueel overnemingen te wachten staan. 'De Europese chipindustrie heeft te weinig kritische massa. 'Rationalisaties' zouden uitkomst kunnen bieden, aldus Paletto, die liet doorschemeren dat Europese chipbedrijven daarover momenteel besprekingen voeren.

Jessi (Joint European Submicron Sillicon) is een van de belangrijkste bouwstenen van het Europees technologiebeleid. Het is opgezet met het idee dat Europa weliswaar de grootste industriele markt ter wereld vormt, maar slechts 10 procent van de chips produceert. Japan is goed voor 47 procent en de Verenigde Staten tekenen voor 41 procent van de chipmarkt.