Een en ander

Ik moet iets bekennen. Ik had het liever geheim willen houden, maar met de recente verfijningen van de onderzoeksmethoden van de wetenschap ontsnap ik er niet aan. Binnenkort zou professor Teun A. van Dijk, de internationaal befaamde hoogleraar tekstwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, mij toch tegen de lamp laten lopen, dus is het maar beter om de geleerde wereld voor te zijn en er zelf mee voor dedraad te komen. Ik zie me genoodzaakt, hier en nu, te bekennen dat ik deauteur ben van de memoires van mevrouw Rost van Tonningen.

Oeff! Het is eruit.

In het gevoel van opluchting dat bezit van me neemt verbaast het me eigenlijk dat tekstprofessor Teun A. van Dijk nog zo lang aarzelt met zijn onthulling. Heet het hondje dat figureert in mijn verhaal Jan Rap en zijn sibbe (gepubliceerd in Onze Gids, mei 1964) soms niet Florrie? Is het niet opvallend dat de uitdrukking het falderappes in de memoires van de weduwe veelvuldig voorkomt, een uitdrukking die juist dank zij mij zie Van Dales Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, bladzijde 757, eerste kolom is opgepoetst en in ere hersteld?

Nu dan.

Misschien dat tekstprofessor Teun A. van Dijk nog bezig is de reeks verwantschappen zo uitgebreid en verifieerbaar mogelijk te inventariseren. De tekstwetenschap gaat immers, net als alle serieuze wetenschappen, niet over een nacht ijs. Professor Teun A. van Dijk lijkt me geen geleerde die, op zijn terrein, het equivalent van eenkoude kernfusie of een Aids-aspirine op zijn naam zou willen hebben staan.

Zo iemand maakt zijn ontdekkingen pas wereldkundig als hij volkomen zeker van zijn zaak is.

Zijn jongste bewijsvoering dat ik de auteur zou zijn van De ondergang van Nederland van Mohamed Rasoel was dan ook indrukwekkend. Niet alleen woorden als zwerfhond en naieve domoor had hij met spitse vlijt opgespoord in zowel het boek van Rasoel als in de kolommen die u nu leest, hij was inmiddels, voegde hij er aan toe, in het bezit van 'talloze voorbeelden'. Zoveel voorbeelden dat hij zich bereid verklaarde 'in een eventueel strafproces op te treden als getuige-deskundige'.

Laat zich geen schrijvertje armzalige leverancier van teksten als hij is verbeelden dat hij nog aan de machtige arm van de tekstwetenschap ontsnapt!

Het is daarom, voordat Teun A. van Dijk opnieuw genadeloos toeslaat, datik u alvast heb opgebiecht wie zich achter de memoires van mevrouw Rost van Tonningen verschuilt. Alleen met een openbare schuldbekentenis kan ik misschien nog iets van mijn hachje redden. De strafprocessen in de heilstaten van het reeel bestaande socialisme hebben ons genoegzaam onderwezen hoe iemand die vrijwillig biecht nog een redelijke kans maaktaan het vuurpeloton te ontkomen, om vervolgens beloond te worden met eenmilde, levenslange dwangarbeid.

Uit eerbied voor de strenge, maar rechtvaardige tekstwetenschap, die alles ziet en aangeeft, moet ik een nog groter onthulling doen. Ik heb, geruime tijd voor mijn geboorte, eveneens Mein Kampf geschreven. Ik weetzeker dat professor Teun A. van Dijk inmiddels al een verbluffende verwantschap tussen dat boek en mijn dichtbundel Hoor, de wind waait heeft ontdekt, met name in de frequentie waarmee uitdrukkingen als mensaap, pantoffel en schurft in beide geschriften voorkomen. Ik ga er maar van uit dat hij alleen nog op een opdrachtgever wacht die hem financieel in staat zal stellen zijn bevindingen te stencilen.

Er is al jarenlang het streven gaande 'de universiteit meer bij de maatschappij te betrekken'. Een professor als Teun A. van Dijk bewijst hoe zelfs een alfa-wetenschapper maatschappelijk nuttig werk kan doen. Op briljante wijze stelt hij een ogenschijnlijk vaag-artistieke discipline als de tekstwetenschap in dienst van sociaal opsporings- en politiewerk. Het valt te prijzen dat hij bij zoveel verantwoordelijkheid zo uiterst behoedzaam te werk blijft gaan en zijn ontdekkingen alle tijd gunt om te rijpen. Dank zij zijn persoonlijke kundigheden en verantwoordelijkheidsbesef heeft zijn vak zich een volwaardige plaats verworven naast de kernfysica en de kaakchirurgie.

Bestaat er al een Nobelprijs voor tekstwetenschap?