E. M. H. Baarveld-Schlaman; Verrassend onbekend

DEN HAAG, 7 nov. Ook na tien jaar lidmaatschap is de nieuwe kandidaat-voorzitter voor de Eerste Kamer, mevr. E. M. H. Baarveld-Schlaman onder haar collega's niet erg bekend. Zij heeft in de Senaat nooit de aandacht getrokken met opvallende redes en wordt dan ook niet gezien als de natuurlijke, meest voor de hand liggende PvdA-kandidaat voor het voorzitterschap. Dat beeld doemt op uitde kwalificaties die een aantal senatoren 'mits U mijn naam niet noemt' over haar willen geven.

Haar kandidatuur is dan ook een grote verrassing, waarbij de moeizame manier waarop de PvdA-fractie zich achter haar stelde in haar nadeel werkt. 'Als er in haar eigen fractie al geen overtuigend draagvlak is... ' zo wordt binnen het CDA twijfelend opgemerkt. De indruk bestaat dat de Senaat voor haar een uitvalsbasis is voor internationale activiteiten. Zij is lid van de Nederlandse delegatie bij de Raad van Europa en bij de West Europese Unie en verkeert daarom meestal in het Europese vergadercircuit. In de Senaat iszij voorzitter van de commissie buitenlandse zaken. Bij de behandeling van de begroting, zo merkt senator B. De Gaay Fortman (Groen Links) op 'zit zij meestal op mijn lijn'. Als vast punt vraagt zij naar de positie van vrouwelijke personeelsleden en van homoseksuele diplomaten in de buitenlandse dienst.

Mevrouw Baarveld was vijf jaar lid van het gemeentebestuur van Lelystad, waarvan drie jaar als wethouder. Fractievoorzitter Schinck (PvdA) zegt dat ze vooral vanwege haar buitenlandse ervaring is aangewezen de beide voorzitters van de Staten-Generaal spelen een belangrijke rol bij internationale bezoeken. Daarnaast kende een deel van de PvdA-fractie gewicht toe aan de mogelijkheid om voor het eerst in de geschiedenis een vrouw op deze post te benoemen. Maar er bestaat ook twijfel aan haar representativiteit. Haar achtergrond in de partij is die van internationaal secretaris van de Rooie Vrouwen. In die kring wordt zij geprezen om haar lef, actieve inzet en directe wijze van spreken. Maar niet alle fractieleden vinden dat voor deze functie een voordeel.

Als commissievoorzitter wordt zij deskundig genoemd. In haar optreden vriendelijk maar soms wat gemaakt. In een krante-interview uit 1982 zegtzij over haar internationale ervaring: 'Ik heb geen zendelingen-mentaliteit over mij, maar ik word wel strijdbaarder naarmate de problemen groter zijn.' Ook zei ze toen dat haar omgeving doorgaans niet begreep waarom ze steeds in Straatsburg en Parijs moest vergaderen. 'Men heeft het idee dat je leuke reisjes maakt en wat vakantie viert. Mijn werk wordt door de meesten dan ook niet begrepen. Je leest er ook nooit wat over, terwijl er toch heel belangrijke dingen gebeuren'.