Devaluatie 'harde' roebel raakt ook Sovjet-burgers

MOSKOU, 7 nov. Bijna verdoofd zit een Rusische werkneemster op de stoel in haar keuken naar de cijfer-opstelling te staren. Dit is dus haar nieuwe salaris. Het is 'ontzettend', een 'nachtmerrie' gewoon.

Natuurlijk, ze wil het niet ontkennen. Iedereen in het land was het er over eens. Al maanden werd er over het heil van de vrije markt gepalaverd. Hoe radicaler je standpunt over de introductie ervan, hoe populairder je was. Voorzichtigheid was orthodox, om niet te zeggen communistisch en wel volgens het principe van het 'administratieve commandosysteem'. De markt moest er in vijfhonderd dagen zijn, bij voorkeur zelfs sneller.

Maar dit is dus de eerste consequentie ervan. De roebel is gedevalueerd, als eerste stap op weg naar een reelere waarde van deze munt die uiteindelijk moet uitmonden in een normale wisselkoers. En niet zo'n beetje ook. Kostte de roebel voor officiele transacties op de 31e oktober nog 3,35 gulden, nu hoeft er voor de munt nog maar een gulden betaald te worden.

In de Sovjet-Unie bestonden en bestaan twee wisselkoersen: een commerciele, 'harde' voor de handel en een tien keer zo lage, 'zachte' koers voor de individuele toeristen. Alleen de eerste koers verandert, de toeristenkoers blijft op peil.

Voor de gewone Rus is de devaluatie daarom van weinig belang. Die krijgt zijn loon in 'zachte' roebels, de roebel waarmee je alleen in de winkels terecht kunt en daar is toch niets te krijgen. Maar zij die worden uitbetaald in de zogenaamde 'harde' roebel, waarmee je boodschappen kunt doen in de weelderig gesorteerde 'valuta-winkels', raakt het recht in het hart. Het betekent een drievoudige achteruitgang in koopkracht. Deze werknemers met hun 'currency-roebels', die meestal in de vorm van een rekening-courant bij een 'valuta-winkel' waren gegoten omdat het tot voor kort verboden was voor een Sovjet-burger om over buitenlands geld te beschikken, zijn al die tijd uiteraard enorm geprivilegieerd geweest. Het was weliswaar een vorm van gedwongen winkelnering, een systeem waar de arbeidersbeweging in West-Europa honderd jaar geleden al met succes tegen heeft gestreden, maar jekreeg tenminste waar voor je geld. En dat kan je van de 'houten' roebels niet zeggen. Die waren officieel hooguit een tiende (35 cent) waard. Op de zwarte markt zelfs bijna niets (negen cent). En je kan ze bovendien niet eens inwisselen tegen echt geld, zodat het ook geen zin heeft om je ouwe sok om te keren.

Het werd natuurlijk liever niet toegegeven. Maar in feite waren deze priviliges van de werknemers bij de buitenlandse firma's meer op ouderwetse corporatische patronageverhoudingen gebaseerd dan op objectieve kwaliteit. Een gewone Rus kon eigenlijk nooit bij een buitenlands bedrijf gaan werken, daar had je 'relaties' in het apparaat voor nodig die je te paard konden helpen. Deze voorsprong blijft ook na de devaluatie intact, zij het dat ze wat minder extreem gaat ogen. De feiten zijn voor hen die gewend waren aan relatieve welstand, om niet te zeggen rijkdom, ineens allemaal niet zo relevant meer aan de vooravond van deze dramatische november-maand, de maand waarin de mars naar de markt moet beginnen. De geprivilegieerde elite overweegt dus in opstand te komen.

Onderhandelingen zijn derhalve onvermijdelijk. Of het bedrag in 'harde' roebels voortaan maar contant in dollars kan worden uitbetaald, is de openingseis van de werknemers. Het dagelijks leven in de Sovjet-Unie is zich immers met het uur verder aan het 'dollariseren' en het kost het bedrijf per saldo geen cent om het dreigende verlies aan koopkracht honderd procent te compenseren. Nee, antwoordt de chef. Hetzelfde vorstelijke bedrag in contante dollars? Dat zou betekenen dat er in Moskou op het filiaal van de onderneming net zoveel verdiend gaat worden als in Nederland door een bovenmodale werknemer. Het is iedereen natuurlijk van harte gegund, zegt hij hypocriet. Maar het zou niet alleen in strijd zijn met de sociale leefomstandigheden in de Sovjet-Unie waar wonen en openbaar vervoer bijvoorbeeld nog altijd veel goedkoper zijn dan in Nederland, doch ook met de arbeidsmarkt in Moskou (met zo'n inkomen zou je nagenoeg elke academicus kunnen krijgen en dat is toch ook geen veilig vooruitzicht voor veel lager gekwalificeerd personeel) en met de vigerende arbeidsproduktiviteit die helaas ook wat te wensen overlaat. Maar onze koopkracht dan? Om het nu een 'heel rauw te zeggen', antwoordt de werkgever, 'ons bedrijf kan er hoe dan ook nietsaan doen dat het in de Sovjet-Unie zo'n puinhoop is'.

In nog geen drie kwartier hebben de twee klassieke economen-scholen zich uitgekristalliseerd: de school van John Maynard Keynes, zij het in de variant van Joop den Uyl met zijn aandacht voor de 'socialisatie van de vraag', en de school van de 'supply-side' economen die vooral geinteresseerd zijn in de rentabiliteit van de aanbod-zijde.

De werknemers van het bedrijf hebben hun valuta-eisen nu in vijf alternatieven op tafel gelegd. De varianten verrassen de werkgever enigszins. De eerste, maximale, en laatste zeer bescheiden eis liggen in financiele zin zover uit elkaar dat zelfs een beginnend patroon meteen weet hoe zwaar de eerste eis moet worden beoordeeld. In de derde sessie kan er vervolgens snel overeenstemming worden bereikt. De gedwongen winkelnering wordt afgeschaft maar het nieuwe, vrij besteedbare, salaris zal niet op hetzelfde niveau liggen als de oude rekeningen-courant. Het bedrijf zal aldus zijn eigen, bescheiden bijdrage leveren aan de liberalisering van de Sovjet-markt.

Inmiddels is de 'harde' commerciele roebel al zes dagen gedevalueerd. Uit angst voor verlies van het aureool van betrouwbaarheid heeft de Bank voor Buitenlandse Handel (de Vnesjekonombank) tegelijkertijd de opdracht gekregen om de rekeningen in harde roebels van buitenlandse of binnenlandse ondernemingen en joint-ventures met ingang van 1 november zo te verhogendat de devaluatie hun spaartegoeden niet beinvloedt. Om deze compensaties op te vangen, heeft het ministerie van financien al een importheffing aangekondigd. Dat de vrije markt zo niet dichterbij wordt gebracht, al was het maar omdat het om een bedrag gaat van maar liefst tien miljard roebel (oude koers 35 miljard gulden) en de Vnesjekonombank op deze manier alleen al ruim vijf miljard gulden zou moeten indexeren, wordt even op de koop toegenomen. De devaluatie is vooralsnog namelijk meer een maatregel om de export te bevorderen dan om buitenlandse investeringen te lokken.

Maar het heeft er wel toe geleid dat nog steeds niemand exact kan vertellen wat de consequenties zijn. Sommigen in de Sovjet-Unie willen de prijs die nu eenmaal bij elke devaluatie hoort, hoe onaangenaam ook, eigenlijk niet betalen. En dus viert de kleine oplichterij hoogtij.

Zeker, Oleg Mozajskov (lid van de raad van bestuur van de Staatsbank) deed maandag op een persconferentie omstandig uit de doeken dat die oudekoers van 0,6 roebel voor een dollar 'niet reeel' meer was en dat de devaluatie naar 1.8 roebel per dollar derhalve serieus moet worden opgevat. Maar in de nieuwe huurcontracten die voor 1 november met de buitenlanders zijn afgesloten, blijkt in de kleine lettertjes de huur in roebels nu ineens ten opzichte van de Amerikaanse dollar te zijn gedefinieerd, zodat de huisbaas (de staat) dankzij zijn voorkennis van de devaluatie geen huurpenningen hoeft te derven. En dezelfde onderneming, die van alles en nog wat regelt voor de'diplomaten' en andere rijke buitenlanders en dankzij haar monopoliepositie geen concurrentie hoeft te duchten, laat zich vandaag zelfs onbeschaamd in de oude koers betalen voor een vlucht met Aeroflot. In contanten notabene. Vijf dagen na dato kost een vliegticket van 110 roebel nog altijd 368,10 gulden.