DE GEKNAKTE REPUTATIE VAN EEN DEGELIJKE BELEGGER; Aandelengingen bij Robeco als margarine en tandpasta over de toonbank

Eind september, uitgerekend in een beursklimaat dat het vertrouwen van beleggers op de proef stelde, schokte Robeco de markt door niet langer de terugkoop te garanderen van de aandelen Rodamco, het vastgoedfonds van de groep. Een lelijke knauw in het tot dan toe zeer sterke imago van degelijkheid van Robeco. Een golf van kritiek was het gevolg.

Dr. Pieter Korteweg, bestuursvoorzitter van Robeco: 'Er was geen andere uitweg, hoe vervelend ik het ook vond. Als ik het moest overdoen zou ik het - in het belang van de aandeelhouders - op dezelfde manier aanpakken.' Korteweg verdedigt nog steeds resoluut het stopzetten van het terugkoopbeleid bij Rodamco. Het bestuur van het vastgoedfonds Rodamco, waarvan Korteweg eveneens voorzitter is, kwam deze zomer steeds verder klem te zitten. Zeker na augustus werd duidelijk dat er een oplossing moest komen voor de snel slinkende kasreserves van Rodamco. In de eerste negen maanden kocht Rodamco, voor 2,3 miljard gulden, meer dan een vijfde van de eigen aandelen in. De kasreserve die in februari nog 3,5 miljard gulden bedroeg, was eind september geslonken tot 500 miljoen gulden.

Van alle mogelijkheden had de Robeco-groep het slechtste alternatief gekozen, meenden beurshandelaren. Beleggingsspecialisten wezen op de hun inziens middelmatige prestaties van de fondsen van de groep, beleggers bekritiseerden de presentatie van nieuwe beleggingsprodukten en ingewijden wezen op de nadelige gevolgen die de marketingpolitiek van de Robeco-groep zou hebben. Robeco bevindt zich meer dan ooit in de slag om het vertrouwen van de belegger.

Vanaf de oprichting in 1979 had Rodamco een 'semi open end' -constructie: het fonds gaf nieuwe aandelen uit en kocht de bestaande aandelen in tegen een dagelijks vast stellen koers. Die koers bestond uit de waarde van de beleggingen in onroerend goed, omgeslagen per aandeel.

Een prettige regeling voor de aandeelhouder. Die was immers altijd zeker dat hij zijn aandelen Rodamco kwijt kon tegen de intrinsieke waarde. Een constructie die echter in tijden van economische neergang problemen oplevert, zo was al langer de waarschuwing van vastgoedspecialisten. Beleggers kunnen dan immers massaal van de terugkoopgarantie gebruik maken, terwijl anderzijds het belegde onroerend goed moeilijk geforceerd kan worden verkocht om snel contanten vrij te maken.

Eind augustus - toen duidelijk werd dat het aanbod van aandelen Rodamco aanhield terwijl de vastgoedmarkten in de VS en Groot-Brittannie onder druk stonden - passeerde op de directieburelen van Rodamco een groot aantal alternatieve oplossingen de revu. Alles onder diepste geheimhouding en uitsluitend binnen het bestuur van het vastgoedfonds, om iedere vorm van handel met voorkennis uit te sluiten.

Bevriende beleggers

Dat laatste was volgens Korteweg tevens de reden dat de hulp van bevriende institutionele beleggers bij het stallen van pakketten Rodamco - zoals wel eens als oplossing is gesuggereerd - was uitgesloten. 'Stel dat een van die beleggers iets zou hebben losgelaten, dan zat ik hier niet meer', onderstreept de bestuursvoorzitter.

Het aantrekken van bankkrediet om daarmee de aankoop van de eigen aandelen tijdelijk te financieren zou dezelfde problemen hebben opgeleverd. Nog afgezien van het feit dat het belangrijkste probleem - het voortdurende aanbod van aandelen Rodamco - hiermee niet werd opgelost, aldus Korteweg. En het afwaarderen van de beleggingsportefeuille, zodat de koers van Rodamco automatisch lager zou worden, was volgens Korteweg onmogelijk uit te voeren buiten de waarderingen van externe taxateurs om.

Rodamco besloot uiteindelijk de inkoop niet langer te handhaven en de koers aan vraag en aanbod over te laten. Het gevolg was een koersdaling van ongeveer 29 procent tot nu toe. Een zure ervaring voor de beleggers, te meer daar de voorgaande maanden nog onverminderd werd geadverteerd met het open-end karakter van het fonds. Ook hier speelt echter weer de strikte geheimhouding een rol, zegt Korteweg: 'Je zit tussen the devil and the deep blue sea: als we de marketing hadden stopgezet was dat ook een signaal geweest.'

De grootste zorg van de Robeco-groep is de afgelopen maanden geweest dat de teleurstelling van Rodamco niet zou overslaan op de overige fondsen van de groep. Pagina-grote advertenties wezen de beleggers erop dat de open-end structuur van de aandelenfondsen Robeco en Rolinco en het obligatiefonds Rorento niet ter discussie stonden. Deze boodschap lijkt te zijn overgekomen: volgens Korteweg heeft het aandelenfonds Robeco sinds eind september voor slechts ongeveer 150 miljoen gulden (anderhalf procent van het belegde vermogen) ingekocht terwijl het aandelenfonds Rolinco per saldo niets inkocht en zelfs al weer nieuwe aandelen plaatst. Bij het obligatiefonds Rorento is sinds september het fondsvermogen met 300 miljoen gulden zo'n vijf procent afgenomen, maar dit zou vooral komen doordat veel beleggers overstappen naar het eerder dit jaar opgerichte, fiscaal interessantere Florente fonds van de Robeco-groep. Florente belegt in kortlopende leningen en is inmiddels gegroeid tot een omvang van 600 miljoen gulden.

Uit de relatief geringe terugkoop van Robeco en Rolinco kan worden geconcludeerd dat het imago van betrouwbaarheid van de Robeco-groep nog steeds overeind staat. Die betrouwbaarheid is een essentieel onderdeel van de succesvolle Robeco-formule want beleggingsanalisten wijzen erop dat Robeco, Rolinco, Rorento - en na de recente gebeurtenissen zeker ook Rodamco - binnen Nederland nu niet direct tot de topscorers onder de beleggingsfondsen behoren. Dat de fondsen niettemin succesvol zijn, komt doordat de beleggers graag een stukje rendement offeren voor een grotere zekerheid, zo is de verklaring.

'Het fonds Robeco behoort op een termijn van vijf jaar tot de relatieve middenmoters', meent drs. Ph. Menco, beleggingsdeskundige bij de bank Theodoor Gillissen. Dat is voor Rolinco, met zijn risicovollere beleggingen, nog wel te billijken. Maar Rorento, dat in obligaties belegt, presteert volgens hem niet erg goed, zeker als rekening wordt gehouden met de inkomstenbelasting die over het dividend wordt geheven. En Rodamco is door de recente duikeling van zijn voetstuk gevallen, nadat het fonds jarenlang een topresultaat van zo'n tien procent behaalde.

Vooral de kritiek op Robeco en Rolinco wijst Korteweg krachtig van de hand. De Robeco-fondsen hebben hun beleggingen nu eenmaal wereldwijd gespreid en een vergelijking met de meer op de Nederlandse beurs gerichte beleggingsfondsen is zijns inziens dan ook onterecht. Een vergelijking met de index voor internationale beleggingen van de effectenmakelaar Morgan Stanley - een maatstaf voor de prestaties voor beleggingen op de belangrijkste internationale beurzen - ligt meer voor de hand, aldus Korteweg. De fondsbeheerders van Robeco en Rolinco hebben expliciet de opdracht deze index te verslaan en vanaf eind 1988 is dat het geval.

Door relatief veel in kasgeld te beleggen en in verhouding tot de beursomvang minder in aandelen uit de Verenigde Staten en Japan, lopen de aandelenfondsen de laatste tijd zelfs verder uit op de index, aldus Korteweg. Ook het afdekken van de daling van de dollarkoers heeft hieraan bijgedragen. Tot september was de wereldindex 34 procent gedaald, terwijl Robeco in dezelfde periode slechts 22,8 procent moest inleveren. 'Daar ben ik redelijk tevreden over', aldus Korteweg.

Mandjes

In de slag om het vertrouwen van de belegger vormen de drie zogenaamde 'strategische portefeuilles' die de Robeco-groep eind vorig jaar introduceerde, een hoofdstuk apart. De drie portefeuilles die in november vorig jaar werden gelanceerd, beleggen in wisselende mandjes aandelen, obligaties en onroerend goed. Hierbij kunnen beleggers kiezen uit verschillende beleggingsrisico's met een bijbehorend rendement dat zich volgens de Robeco-groep met een hoge mate van waarschijnlijkheid binnen een bepaalde marge zou bevinden.

De rendementen van de drie beleggingsportefeuilles (Groen, Blauw en Geel) komen echter fors onder de minimumpercentages die de beleggers 'met 95 procent waarschijnlijkheid' door Robeco zijn voorgespiegeld. Met nog twee weken te gaan voor het eerste jaar van de fondsen voorbij is, verloren de beleggers respectievelijk vier, tien en zestien procent op hun oorspronkelijke inzet terwijl een minimaal rendement overeen jaar was aangegeven van respectievelijk plus 2,9, min 0,7 en min 9,4 procent.

'De zekerheid die werd gegeven, wordt helemaal niet waargemaakt', verklaart mr. R. A. E. de Haze Winkelman, directeur van de Vereniging van effectenbezitters. Hij meent dat de fondsen te simpel aan de beleggers zijn gepresenteerd. 'De marketing heeft op een verkeerde manier plaatsgehad', zegt De Haze Winkelman.

Ook de Rotterdamse hoogleraar prof. dr. E. J. Bomhoff kritiseerde vorige week de nieuwe Robeco-fondsen evenals het Amro All In Fund, dat volgens dezelfde beleggingsprincipes is opgezet. De fondsen passen hun eigen beleggingstheorie niet goed toe en zijn onvoorzichtig aan de man gebracht, aldus de hoogleraar in een artikel in het economenblad ESB. Bomhoff hoopt dat als de aanbieders van de fondsen zelf niet 'hun propaganda' bijstellen, De Nederlandsche Bank met de nieuwe Wet toezicht beleggingsinstellingen in de hand zal zorgen 'dat de voorlichting van beleggingsfondsen op gepaste wijze rekening houdt met de onzekerheden waarmee beleggen in riskante titels nu eenmaal is behept'.

Robeco-bestuursvoorzitter Korteweg bestrijdt dat de beleggers een zekerheid is gegeven die niet wordt waargemaakt. De onvoorziene samenloop van omstandigheden op de internationale beurzen zorgde er volgens hem voor dat de kleine kans (vijf procent) dat het rendement buiten de voorspelde marges zou komen, werd bewaarheid. Het debacle met Rodamco (waar de strategische fondsen eveneens in belegden) zette de koersen van de portefeuilles nog eens extra onder druk. 'Vooral voor de beleggers die in de fondsen een spaarelement zagen, is dat natuurlijk bijzonder vervelend. Maar we hebben absoluut geen verkeerde voorlichting gegeven', meent Korteweg.

De wijze van adverteren van de drie strategische fondsen is niettemin koren op de molen van marktdeskundigen en voormalige Robeco-medewerkers die menen dat de beleggingsgroep zich de laatste jaren te veel het hoofd op hol heeft laten brengen door de marketing vanzijn produkten. Daarbij zouden de belangen van de beleggers in het gedrang komen. Ook bij Rodamco waarvan de plaatsing van advertenties doorging terwijl werd gewerkt aan een verandering van de formule, wordenvanuit dit oogpunt vraagtekens geplaatst.

Ook de introductie vorig jaar van het Institutioneel Guldensfonds en het Institutioneel Verre Oostenfonds, bedoeld voor verzekeraars en pensioenfondsen, zou vooral vanuit marketingoverwegingen hebben plaatsgehad. En de bescheiden opbrengsten tot nu toe van respectievelijk45 miljoen gulden en 150 miljoen gulden, zouden het bewijs leveren dat er te weinig is geluisterd naar waarschuwingen binnen de Robeco-groep dat er aan dit soort fondsen voor institutionele beleggers weinig behoefte is.

Hoewel de fondsen vooralsnog geen succes zijn, meent Korteweg dat er onder professionele beleggers wel degelijk behoefte bestaat aan meer fondsen die specifiek op een bepaalde regio zijn gericht. Het Verre Oostenfonds zou daarbij redelijk aan de verwachtingen voldoen. En het Guldensfonds werd uitsluitend op de markt gebracht om de klanten vast te houden met een zo compleet mogelijk beleggingspakket, aldus Korteweg.

Marketing

De wijze waarop de Robeco-groep een aantal van zijn nieuwe produkten ontwikkelde en verkocht, stuitte niettemin de afgelopen jaren op weerstand bij een aantal medewerkers binnen de organisatie. Daarbij komt herhaaldelijk de rol van dr. E. Alberda, binnen het overkoepelende 'beleidscomite' van de Robeco-groep belast met de marketing, ter sprake. 'De aandelen werden aan de man gebracht alsof het margarine of tandpasta betrof', smaalt een vroegere medewerker. 'Snel 'scoren bij Piet' (Korteweg, red.), daar ging het Alberda om', meent een ander met betrekking tot de zijns inziens overhaaste introductie van de institutionele fondsen. 'Vroeger was het devies: wij verkopen niet, wij worden verkocht', zegt een derde. 'Nu is Robeco in toenemende mate een marketingorganisatie geworden.'

Van een agressievere marketingpolitiek van de Robeco-groep is volgens Korteweg evenwel geen sprake. Wel is de marketingafdeling twee jaar geleden opgesplitst in een aantal verschillende afdelingen (particulieren, institutionele beleggers, rijke particulieren en buitenland), als gevolg van het onderzoek dat het organisatie-bureau McKinsey op verzoek van Korteweg had verricht. De Robeco-groep moest door middel van een gerichtere marketing en door het ontwikkelen van nieuwe beleggingsprodukten zijn marktaandeel (nu 65 procent van de Nederlandse beleggingsmarkt van rond de vijftig miljard gulden) behouden tegenover de sterk opkomende huisfondsen van de Nederlandse banken, zoals bij voorbeeld het Amro All In Fund en Albefo van de ABN.

De verandering van de sfeer die met de reorganisatie gepaard ging, en weerstand tegen de persoon van marketing-topman Alberda waren redenen voor het vertrek van een aantal Robeco-medewerkers. Alberda maakte sinds hij begin jaren tachtig door de toenmalige Robeco-topman prof. dr. T. M. Scholten bij de Rotterdamse beleggingsgroep werd binnengehaald, een bliksemcarriere. Hij was aanvankelijk verantwoordelijk voor de automatisering van het rekeningensysteem van de groep en werd bij de reorganisatie van 1988 beloond met de promotie tot lid van het beleidscomite met marketing onder zich.

Op sleutelposities benoemde Alberda tot ergernis van een deel van het overige Robeco-personeel 'vlotte marketingjongens met weinig verstand van het beleggingsbedrijf'. Verbazing en ergernis wekte ook de aanstelling door Albarda van A. J. W. C. Polderman als directeur van marketing. Polderman werd in 1985 met enig rumoer op staande voet ontslagen als voorzitter van de KNAC, omdat hij naar de mening van de automobielclub financieel wanbeleid had gepleegd. Feiten die bekend waren, zo verklaart Korteweg. 'Maar bij ons heeft hij niets met financien te maken. Het is een marketing-man, en een goede. Dat is doorslaggevend.'

Dat Alberda zich, zoals het verhaal wil, bij de representatie weinig aantrekt van de oude bedrijfsfilosofie van persoonlijke soberheid die Robeco doorgaans uitdraagt, wijst Korteweg verontwaardigd van de hand. Een vroegere medewerker meent evenwel: 'Dure hotels, volstrekt overbodige reisjes: onder Alberda kon het niet op.' Maar Korteweg reageert: 'Als het werkelijk zo was dat de kosten explosief stegen dan zou dat toch uit iets moeten blijken.' De bestuursvoorzitter wijst erop dat bij Robeco de beheerskosten al jaren schommelen tussen een kwart tot een vijfde procent van het vermogen en het marketingbudget hiervan steevast een vijfde deel voor zijn rekening neemt. De filosofie van soberheid staat bij Robeco nog steeds overeind. 'Wie zich daaraan niet houdt, zit hier niet lang', verklaart Korteweg.

Overigens is het de vraag of Robeco zijn bescheiden kostenpercentage kan handhaven. De nieuwe beleggingsprodukten van Robeco hebben niet kunnen verhinderen dat het beheerd vermogen dit jaar als gevolg van de koersdalingen sterk is verminderd. Van 46 miljard gulden eind vorig jaar daalde het vermogen tot 39 miljard gulden. Bij een voortgang van de vermogensdaling zou dit betekenen dat de beschikbare budgetten dit jaar met meer dan twintigmiljoen gulden inkrimpen. Robeco wil volgens Korteweg zijn kostenbudget echter niet te veel laten afhangen van de schommelende markt. Overigens verwacht hij dat de koersen het volgend jaar weer zullen oplopen.

Bij alle kritiek die sinds het sluiten van Rodamco over de beleggingsgroep is uitgestort, voelt Korteweg zich voor een aantal zaken aansprakelijk. 'Dat is in de eerste plaats dat de juiste beleggers op de juiste plaats zitten binnen de Robeco-groep', aldus de bestuursvoorzitter. Kritiek dat met de reorganisatie twee jaar geleden oudgediende beleggingsspecialisten binnen de groep een geringere invloed hebben, wijst hij van de hand. Binnen de verschillende beleggingsfondsen hebben de beleggingsdeskundigen een grote zelfstandigheid in hun beleid, zegt Korteweg.

Verder voelt de bestuursvoorzitter zich aansprakelijk voor een tijdige introductie van nieuwe fondsen. 'De timing daarvan kan goed of slecht zijn, maar daar zijn we nu eenmaal ondernemer voor', meent hij. Daarnaast moet er een goed distributie-apparaat voor de beleggingsprodukten zijn, waarbij de recente samenwerking met de Rabobank voor Korteweg een centrale rol speelt. 'Dan zijn er nog de representatie bij beurzen en banken en het bouwen en bewaren van het imago van Robeco', besluit de bestuursvoorzitter. 'Dat zijn de punten waarvoor ik me verantwoordelijk houdt. Alle andere claims leg ik naast mij neer.'